Inhoudstafel, samenvattingen en integrale teksten nr. 106

Bestelling van het volledige nummer

 

Terug naar de lijst van tijdschriften

 

Philippe Mesnard en Yannis Thanassekos: Editoriaal: In het Teken van de Ramp? (pdf)

 

Dossier: Valse Getuigen

Gecoördineerd door Jacques Walter

 

Jacques Walter: Des faux témoins à l’épreuve (pdf)

 

Alexandre Prstojevic: Faux en miroir : fiction du témoignage et sa réception (pdf)

  • Het artikel behandelt de kwestie van het historische getuigenis en gaat daarbij uit van de volgende drie teksten : Yossel Rakover interpelleert God van Zvi Kolitz, De vuurvogel van Jerzy Kosinski, en Brockstücke van Benjamin Wilkomirski.
    Een vergelijkende lectuur van deze drie – in verschillende periodes gepubliceerde (1946, 1965, 1996) – fictieteksten, die elk als een authentiek getuigenis over de Shoah werden gelezen, lijkt aan te zetten tot de idee dat hun receptie op een drievoudige waarschijnlijkheid stoelt : een biografische, een historiografische en een culturele.
    De auteur besluit dat de dichte vervlechting van het documentaire en het fictionele omheen een echte gebeurtenis getuigt van de onmacht van de materialiteit van een tekst om zijn behoren tot een bepaald genre te laten kennen. Hij laat zien dat de identiteit van een werk, in het bijzonder wanneer het gaat om fictionele teksten die gaan over historische gebeurtenissen, multifactorieel is. Want die identiteit ontwikkelt zich uitgaande van die twee diametraal tegenover gestelde oriëntaties : de artistieke verbeelding met de waaier van haar formele mogelijkheden en een niet berekenbare receptie die evenzeer aan de betekenis van de tekst als aan de context waarin die verschijnt, schatplichtig is.
    Het artikel behandelt de kwestie van het historische getuigenis en gaat daarbij uit van de volgende drie teksten : Yossel Rakover interpelleert God van Zvi Kolitz, De vuurvogel van Jerzy Kosinski, en Brockstücke van Benjamin Wilkomirski.
    Een vergelijkende lectuur van deze drie – in verschillende periodes gepubliceerde (1946, 1965, 1996) – fictieteksten, die elk als een authentiek getuigenis over de Shoah werden gelezen, lijkt aan te zetten tot de idee dat hun receptie op een drievoudige waarschijnlijkheid stoelt: een biografische, een historiografische en een culturele.
    De auteur besluit dat de dichte vervlechting van het documentaire en het fictionele omheen een echte gebeurtenis getuigt van de onmacht van de materialiteit van een tekst om zijn behoren tot een bepaald genre te laten kennen. Hij laat zien dat de identiteit van een werk, in het bijzonder wanneer het gaat om fictionele teksten die gaan over historische gebeurtenissen, multifactorieel is. Want die identiteit ontwikkelt zich uitgaande van die twee diametraal tegenover gestelde oriëntaties: de artistieke verbeelding met de waaier van haar formele mogelijkheden en een niet berekenbare receptie die evenzeer aan de betekenis van de tekst als aan de context waarin die verschijnt, schatplichtig is.

 

Bernard Dan: Yosl Rakover s’adresse à nous : vrai comme seule la fiction peut l’être (pdf)

  • Het filosofisch testament van Yosl Rakover doet zich voor als een tekst eerst verborgen in en dan gered uit de ruïnes van het getto van Warschau, naar het voorbeeld van de kroniek van Emmanuel Ringelblum. Als de ultieme notitie in een dagboek: 'Warschau, 28 april 1943. Ik, Yosl, zoon van David Rakover van Tarnopol, leerling van de Rabbi van Ger en afstammeling van de rechtvaardigen, de geleerden en de vromen uit de families Rokover en Maysel, schrijf deze regels terwijl de huizen van het ghetto van Warschau in brand staan en het huis waar ik zit nog niet brandt'. Naar het voorbeeld van Job interpelleert de auteur zijn God, die hem niet antwoordt, en zoekt hij een zin voor de tragedie die zijn volk, zijn familie heeft geveld en hem zelf weldra zal opslokken. Die tekst, Yosl Rakover interpelleert God, verscheen om te beginnen in een Argentijns Jiddisch tijdschrift in 1946 onder de naam van Zvi Kolitz, die op dat ogenblik afgevaardigde was bij het Zionistische Wereldcongres en in de clandestiniteit rekruteerde voor de Irgun. Ondanks de expliciete band met de naam van de schrijver in de in Buenos Aires gepubliceerde vertelling, verspreidde vanaf de jaren 1950 het verhaal zich over de hele wereld alsof het om een authentiek getuigenis ging. Het laattijdig onthullen van de fictionele natuur van dit 'getuigenis' heeft de tekst noch aan kracht noch aan draagwijdte laten inboeten. Thomas Mann en Emmanuel Lévinas gaven enthousiast commentaar. Bloemlezingen over de Shoah en zelfs gebedsboeken verdrongen zich om hem uit te geven. Vanwaar dat succes en het kontrast tegenover de uitbarsting van verontwaardiging veroorzaakt door andere 'onthullingen', zoals die over Survivre avec les loups ? Een mogelijke denkpiste zou kunnen liggen in de afwezigheid van geschiedkundige aanspraak van een subjectieve vertelling, getransformeerd naar een eerder reflexief dan descriptief 'getuigenis', dat ons uitnodigt tot een reflexie over de plaats die het in de macht van de beul geraakte subject kan herwinnen in zijn eigen waardesysteem.

 

Estrella Israel-Garzón, Marilda Azulay Tapiero: Le cas Enric Marco dans l’espace public. Réactions et opinions médiatiques à propos d’un faux déporté (pdf)

  • Enric Marco is een paradigma van het bedrog. Dertig jaar lang heeft hij een beeld opgehangen over zijn concentratiekampenervaring, tot op het ogenblik dat de historicus Benito Bermejo bewijst dat Enric Marco nooit in Flossenbürg noch in Mauthausen is geweest. In mei 2005 worden de reacties in de openbaarheid onvermijdelijk. Dit omwille van de naambekendheid door de valse getuige verworven als vertegenwoordiger van de verenigingen van ouders van leerlingen in Catalonië (meer dan honderd voordrachten per jaar), als voorzitter van de Vrienden van Mauthausen en andere kampen (de voornaamste vereniging van gedeporteerden) geëerd met het Sint Joris Kruis – een institutionele erkenning – maar ook en vooral om zijn belichaming van de 10 000 Spaanse republikeinen de naar de nazikampen werden gedeporteerd. De debatten over de valse getuige, de opiniebijdragen in de dagbladen en de duurzaamheid van de associatie tussen Enric Marco en de door de media uitvergrote leugen reiken tot vandaag.

 

Jacques Walter: Arthur, Jean-Pierre et Manuel à la Neue Bremm : faux témoins, vrais personnages ? (pdf)

  • Arthur Conte vertelt zijn kampervaring in Les Impitoyables. Trois nouvelles d’Allemagne (1946). In één ervan, ('Neue Bremm ou un carnet de Jean-Pierre'), hanteert de ex-STO -er (Service du Travail Obligatoire) een 'tussen-spraak', symptoom van een vorm van schuld. Wat gevolgen heeft voor de houding van de vorser die toegang heeft tot de Gestapo-archieven. Het probleem stelt zich opnieuw met de roman Au-delà de la montagne (1948) over de Spaanse burgeroorlog. Steeds als Jean-Pierre transponeert hij zijn vertelling in een andere waarvan de held Manuel is, een weerstander. De beschuldiging van valse getuigenis kan opkomen, maar zal niet weerhouden worden: we kennen de weg van de auteur en we herkennen de herbewerkingsarbeid op een getuigenis- en literair materiaal. In de spiegel van de novelle kunnen we ontcijferen wat op het spel staat in een migratie van kampfragmenten, de transformatie, het weglaten of het toevoegen van al dan niet feitelijke gegevens.

 

Aminata Niang, Sylvie Thiéblemont-Dollet: Entre fictions et témoignages autour du camp de Thiaroye. Une reconstruction d’un épisode de l’histoire coloniale française

  • In de nasleep van de muiterij van de tirailleurs en het onderdrukken ervan door het koloniale leger die zich in 1944 afspeelden in het kamp van Thiaroye en van de door Ousmane Sembène geregisseerde film Camp de Thiaroye (1988), een fictie die een reconstructie van het drama wil zijn en die een immens succes kende, zijn er onder de Senegalese bevolking (de immigranten inbegrepen) een niet te verwaarlozen aantal valse getuigenissen in omloop.

 

Julien Mary: 14-18, le bruit et la fureur, ou quand l’historien se fait témoin… (pdf)

  • In de docufictie 14-18, le bruit et la fureur hebben niet de strijders-getuigen het woord. Het discours van de verteller, een denkbeeldige 'poilu', dat wordt geïllustreerd met van kleuren en geluid voorziene 'archiefbeelden', die 14-18 laten zien door een wezenlijk propagandistisch prisma, sluit nauw aan bij dat van een werk van 80 jaar na het conflict. Waarom die keuze voor het fictieve getuigenis als manier om een verleden uit te leggen dat zelf een getuigenissenrijkdom bevat? Wat vertelt dit procedé over de professionele inzetten van zulke productie?

 

Alpha Ousmane Barry: Faux témoignages de fidélité en Guinée. Allégeance au parti ou aliénation à Sékou Touré ?

  • De getuigenissen vertonen een diversiteit aan scripts. Ver van oprecht laten die diverse aanspraken eenvoudigweg een doeltreffende manipulatie zien. Achter het scherm/machine van bekrachtiging van zijn ideologische aanhorigheid, verraadt het subject zijn bewustzijn van een gebaar van onderwerping aan de gevestigde orde, om zich te beschermen tegen een beschuldiging van complot. Heel het maneuver beoogt de beheersing van de aan totalitaire regime eigene psychologische drukmechanismen.

 

 

Varias

Michael Rothberg (interview door Fransiska Louwagie en Pieter Vermeulen): L’Holocauste et l’imagination comparative (pdf)  Originele versie in het Engels: The Holocaust and the Comparative Imagination (pdf)

 

Dominique Schröder: Écrire pour survivre. Le phénomène des journaux intimes dans les camps de concentration nationaux-socialistes. Motifs – Fonctions – langue (pdf)

  • Het artikel gaat in hoofdzaak over het persoonlijk dagboek dat Renata Laqueur bijhield tijdens haar verblijf in Bergen-Belsen, en wordt opgebouwd rond de motiveringen die iemand in de kampencontext tot het schrijven konden aanzetten. Hoe wordt de concentratiekampervaring in het dagboek vertaald? Kunnen we – bewust of niet – schrijfstrategieën identificeren? Kunnen sociale praktijken gecorreleerd worden met die eventuele strategieën? Leveren deze laatste informaties op over de verhouding tussen de gedeporteerde en zijn omgeving? Gaat het om literatuur? Via het ontcijferen van de functie en de componenten van het dagboek stelt de auteur zich de vraag wat hij beschouwt als een 'communicatie-daad'.

 

Andreas Jany: Le Deutsche Vortrupp. Gefolgschaft Deutscher Juden (1933-1935) – Acteur aux frontières des mondes (pdf)

  • De Deutsche Vortrupp. Gefolgschaft deutscher Juden, een joods-Duitse organisatie, werd opgericht in 1933 en officieel ontbonden in 1935. Deze studie onthult haar bijzonder ideologisch profiel, een combinatie van een uitgesproken engagement jegens de joodse gemeenschap van Duitsland en van blijken van sympathie voor de nationaal-socialistische beweging. De auteur wijt de leidende ideeën van de Deutsche Vortrupp aan de verwevenheid van de organisatie met verschillende contexten, zoals de Duitse joodse gemeenschap, de Duitse jeugdbeweging en de 'konservative Revolution'.

 

 

Terug naar de lijst van tijdschriften

Additional information