Opleidingscycli (studiedagen, vormingsseminaria voor docenten, filmvoorstellingen)

Vanaf de herfst 2010 organiseert de Stichting cycli van manifestaties met als doel aan te zetten tot reflectie en sensibilisatie omtrent grote thematische assen teneinde onze eigen kennis en bronnen aan te wenden voor ruimere maatschappelijke vragen.


Onder eigen kennis verstaan we de opsomming van kennis (sinds het ontstaan van de Stichting) aangaande de Holocaust en de nazi-terreur in het bijzonder en politiek geweld in het algemeen. Dit op het niveau van de overlevenden en het wetenschappelijk niveau, niet alleen door de wetenschappelijke opleiding van kaderleden, maar ook met het netwerk aan onderzoekers waarmee we op permanente wijze werken.


Met bronnen bedoelen we zowel video, audio en papieren archieven als een bibliotheek en een videotheek die van ons Centrum een baken van getuigenissen en herinneringseducatieve bronnen maakt.


Met maatschappelijke vragen bedoelen we hedendaagse vraagstellingen die door hun problematiek, hun thematiek of historische continuïteit in directe relatie staan met onze eigen kennis en bronnen.


Ten einde onze doelen (informatie, sensibilisatie, reflectie) tegelijkertijd te vervullen, belangen deze cycli zowel professionelen van verschillende niveaus als de gewone mens aan.

 

 

1. Thematiek 2010-2015 en algemene organisatie van formatiecycli

 

Voor de vijf komende jaren zullen de twee thematische assen de volgende zijn:

  • a) Volksverhuizingen, deportaties, verbanning
  • b) Propaganda en voorstelling van slachtoffers, helden en vijanden

 

Deze gebeurtenissen, waarin de thematische assen zullen aangekaart worden, zullen op zulke manier aangebracht en opgesteld worden dat ze toegankelijk zijn voor allen.

 

Een jaarlijkse cyclus is als volgt opgebouwd:

  • 1. Een studiedag 
  • 2. Een vormingsseminarie voor docenten
  • 3. Een filmvoorstelling

 

Elke thematiek zal een rondreizende tentoonstelling voortbrengen die het mogelijk zal maken workshops en ontmoetingen te animeren en die zal vergezeld worden van een catalogus met een pedagogische roeping.

 

 

2. Beschrijving van de thematische assen

 

A) Volksverhuizingen, deportaties, verbanning

 

Deze as moet ons toelaten de relaties tussen volksverhuizingen en politiek geweld aan te kaarten. De volksverhuizingen worden door Staten of criminele groepen gebruikt om populaties te isoleren die door hen dienen vervreemd te worden of als doel gesteld worden. Door zo te handelen is het dan mogelijk om deze populaties beperkingen op te leggen (vb: onteigening, dwangarbeid) of extreem geweld op hen te plegen (vb: hongersnood, massamoord). Een populatie uit het gemeenschappelijk spectrum halen en haar referentiepunten te ontnemen alsook haar sociale kaders zijn bijkomende processen eigen aan de ontkenning van gemeenschappelijke rechten die deze populaties ondergaan.

 

Men dient vanaf concrete situaties uit te gaan, bijvoorbeeld:

  • Oorlog van 1914-1918
  • Genocide van de Armeniërs
  • Migraties na 1914-1918
  • Volksverhuizingen onder Stalin
  • Retirada. Vlucht voor de troepen van Franco, opsluiting door de Franse ordediensten
  • Verhuizing van niet Joodse volkeren door de nazi’s
  • Dwangmatige verhuizingen en deportaties van joodse bevolkingen tussen 1939 en 1945 in Europa
  • Vlucht en uitzetting van Duitse bevolkingen uit de oostelijke territoria vanaf 1944
  • Levensomstandigheden en opvang van verplaatste mensen na 1945
  • Volksverplaatsingen als humanitaire crisis (Ethiopië, Rwanda, Soedan)
  • Kinderen die in deze crisis verwikkeld zijn
  • Migratiestromen
    Migratiestromen

 

Deze as moet de studie van deze gebeurtenissen mogelijk maken, maar ook vragen en probleemstellingen doen opkomen zodat de studie in kwestie verlengd kan worden. Daarvoor zullen drie niveaus aangesproken worden:

  • De vorming van hulpstructuren, al dan niet humanitair, die deze bevolkingen in het algemeen opvangen en de kinderen in het bijzonder
  • De al dan niet bestaande zichtbaarheid van de slachtoffers en de geweldpleging die ze ondergaan
  • De nakomende voorstellingsmodi van deze gebeurtenissen

 

B) Propaganda en voorstelling, welke stereotypen? Welke actualiteit?

 

Vanaf het ontstaan van de media met grote verspreiding, begonnen de politieke instanties en politieke regeringspartijen boodschappen te ontwikkelen om hun imago te promoten en hiermee het publiek, waartoe ze zich richtten, te overtuigen. Hiervoor werden stereotypen gecreëerd om de aandacht te katalyseren en, meer specifiek, de emoties van het publiek. Het beeld van de tegenstander of vijand, de eerste werd al snel de tweede, werd veel gebruikt. Op deze manier heeft men algemene instrumentalisatie gekend van beelden doorheen de toespraken en voorstellingen met politieke doeleinden. Specialisten, die we met hedendaagse publiciteitsmarketing kunnen vergelijken, hebben verschillende strategieën ontwikkeld die erop uit waren de opinies rond zich te scharen en minder om de politieke of sociale werkelijkheid begrijpbaar te maken. Op deze manier heeft de propaganda gewerkt en in de oorlogscontexten, gebruik makend van visuele getuigenissen van afgrijselijkheden, werd ze uiteindelijk een echt wapen. Van dit wapen hebben de totalitaire regimes gebruik gemaakt om er een ideologische visie van de wereld te maken, van waaruit ze degenen die ze als hun vijanden bestempelen, te weren. Dit hetzij op raciaal, sociaal of politiek vlak.


Het gaat er in deze as om de terugkerende figuren te ontwaren die door de propagandistische retoriek gebruikt wordt.

  • Welk type slachtoffer?
  • Welke waarden?
  • Hoe wordt de held voorgesteld?
  • Welke figuren worden opgeroepen om de vijand voor te stellen en radicaal te veroordelen?
  • Hoe kan men de propagandistische retoriek karakteriseren?
  • Maar hebben ook kunstenaars zich ingelaten met propaganda activiteiten en hoe?

 

Van hieruit kunnen we ons afvragen hoe een vraagstelling over propaganda ons kennis kan bijbrengen over totalitaire regimes. Daarbij zal het idee van “de waarheid” vanuit het standpunt van de makers van propaganda belicht worden. 

 

Een tweede vraagstelling zal eruit bestaan zich af te vragen of de propagandadiscours uit de democratische samenleving verdwenen zijn en of er universeel juiste propaganda kan zijn.

 

 

3. Beschrijving van de acties

     

  • 1. De studiedag is een soepelere formule dan een colloquium en meestal even efficiënt op gebied van reflectiekwaliteit of verspreiding en ontvangst van kennis. De sprekers zullen voor de helft universitairs zijn, de andere helft zullen professionelen zijn die een directe ervaring hebben met het thema.  Dit type van manifestatie laat toe om met universitairs een wetenschappelijke benadering te bereiken getoetst aan de actualiteit door de professionelen.
  •  

  • 2. Met de pedagogische seminaries die gedeeltelijk als workshops werken, gaat het erom gedurende twee opeenvolgende dagen een pedagogisch instrument te maken voor de lezing en de kritische analyse.
  •  

  • 3. Eén (of twee) avonden met filmvoorstelling vergezeld van een presentatie en een debat. We voorzien tevens aan het publiek een bredere versie van dergelijke gebeurtenissen te geven door een filmfestival te organiseren ten einde het publiek te trouw te maken, maar ook de banden met stadswijken aan te halen (mogelijkheid om de communicatie interactief te maken). Natuurlijk is het beoogde doel van dergelijk gebeuren niet het amusement, maar wel het publiek te sensibiliseren en te informeren door middel van panelgesprekken en / of forums.
  •  

  • 4. Een rondreizende tentoonstelling zal gerealiseerd worden voor elk thema (één op het einde van het tweede jaar, een ander op het einde van het derde jaar). Deze tentoonstelling zal vergezeld zijn van conferenties en ateliers voor alle publiek. De ateliers zullen een creatief en reflexief werk mogelijk maken. Door het feit dat ze rondreizend zullen zijn, zal dit de mogelijkheid tot het creëren van banden toelaten tussen de verschillende plaatsen waar presentaties en ateliers gerealiseerd zullen zijn.

Additional information