Onvertoonde teksten

  • Frida Bertolini, Mémoire et authenticité: le méta-témoin et le récit de la Shoah (pdf) [Herinnering en echtheid: de meta–getuige en het verhaal van de Holocaust]

    Zo de Eerste Wereldoorlog al leidde tot een massa aan getuigenissen, heeft de Holocaust een stortvloed van verhalen voortgebracht waarbij een ultieme bibliografie onmogelijk blijkt. De teksten van valse getuigen die in dit werk besproken worden, staan in de context van de geschiedenis van de getuigenis, en in het bijzonder, in de evolutie van de herinnering aan de Holocaust. Valse overlevenden zijn getuigen van een trauma dat het openbaar discours is binnengeslopen na het proces tegen Eichmann dat het begin was van het tijdperk van de getuige waarin het slachtoffer een eerste rol krijgt in de publieke arena. De oorsprong en de verspreiding van deze teksten zijn waarschijnlijk gebonden aan het ontstaan van een nieuwe houding ten opzichte van de Holocaust en de vraag, door meerdere partijen aangekaart, tot identificatie met de slachtoffers van de kampen. Het verdwijnen, na de ontdekking van een ‘andere’ waarheid dan deze valse getuigenissen, wordt daarentegen bepaald door de druk van het negationisme waarmee we nog steeds geconfronteerd worden, maakt het de Holocaust-specialisten tot op heden nog steeds onmogelijk om de doeltreffendheid van een gesimuleerde getuigenis vast te stellen aan de hand van identificatie van de Joodse tragedie, de oude vraagstelling van athenticiteit steeds weer stellend.

 

  • Gweltaz Caouissin, La Gegenrasse juive (pdf)

    Eerst gezien als vreemdeling ten opzichte van de Europese beschaving, nadien als een echte vijand, is de Jood uiteindelijk ontwaard als een Gegenrasse (tegenras) door de Nationaalsocialisten en meer bepaald door hun officiële ideoloog, Alfred Rosenberg. Dit wereldbeeld geeft een ambigue relatie weer tussen de antisemieten en de Joden, die verschilt van het traditionele racisme, aangezien het meer verdeelt dan dat het het ene wereldbeeld aan het andere onderwerpt. Uit deze tegenstelling ontstaat een vervolging die zal uitmonden in wat de Nationaalsocialisten 'de eindoplossing van het Joodse probleem' noemden.

 

  • Panagiotis Gerakakis, MAUS – La transmission de la lacune (pdf) [MAUS  De transmissie van de kloof]

    De buitengewone ervaringen die men heeft met de kampen worden vaak beschouwd als een onbeschrijflijke ervaring. Art Spiegelman probeerde met MAUS een nieuwe aanpak, origineel en innovatief, om tot op zekere hoogte de problemen van de vertelling en van het doorgeven bij de transmissie van dergelijke getuigenissen te overschrijden. Het gekozen medium – het stripverhaal – en het specifieke gebruik dat Spiegelman ervan heeft gemaakt door het kiezen van een dierlijk figuurtje en het zelf-reflexieve karakter van het werk, vormen de twee belangrijke elementen van MAUS die in dit artikel bestudeerd en ontwikkeld worden.

 

 


  • Meer dan een halve eeuw na de feiten, blijven films, video’s en Franse ficties meestal zwijgen over het concentratiekamp van Drancy (Parijs). Hier werden meer dan 75.000 Joden gedeporteerd naar de uitroeiingskampen tussen 1942 en 1944. Dit is des te opmerkelijker, daar de historicus Henri Rousso en de Franse journalist Eric Conan, al in 1994 Vichy, un passé qui ne passe pas gepubliceerd hadden. Hierin stelden zij een aanpassing voor van wat zij als een overdaad van herinnering en herdenking in Frankrijk beschouwden. Deze overdaad had volgens hen tot het sacraliseren geleid, die een feitelijk onderzoek van het verleden in de weg stond. Door het up to daten van een voormalig werk van Russo, Le syndrome de Vichy, dat in 1988 in de kijker was gekomen, gaan zij van de stelling uit dat indien de meer recente periode in een fel contrast staat met de repressie van de herdenking van Vichy tijdens de gaullistische jaren, ze een des te verontrustende vaststelling was van de Franse nationale psyché. Verdergaand op het debat over geschiedenis en herdenking in relatie met de narratieve film en fictie, blijf ik er voor mijn part bij dat de Franse schrijvers en filmmakers moeten blijven zoeken naar de narratieve waarheid van het kamp van Drancy. Het is inderdaad vanuit deze plek dat de meeste vanuit Frankrijk gedeporteerde Joden naar Auschwitz en andere uitroeiingskampen werden gestuurd om er hun fataal lot te ondergaan. Ontelbare verhalen moeten nog worden verteld. Deze zouden de verstaanbaarheid van de Vichyperiode op beslissende wijze ten goede kunnen komen. Dit zou de terechte plaats kunnen geven aan de morele keuzes, zowel van de slachtoffers als van de beulen en het zou kunnen uitmonden op een verdergezet onderzoek aangaande de donkere jaren van de Duitse bezetting.

 

  • Melanie Hembera, Das jüdische Zwangsarbeitslager Pustków. Taten und Täter im Spiegelbild von NS-Ermittlungsakten (pdf)

    Pustkow, kamp voor Joodse dwangarbeiders, werd geïnstalleerd op de Truppenübungsplatz, Debica (trainingskamp van de Waffen-SS). Tussen de oprichting in het najaar van 1940 en de evacuatie in juli 1944, was dit één van de langst durende kampen in het Algemeen Regeringsbeleid. Dit artikel is gebaseerd op onderzoeksbestanden en toont aan dat misdaden in het kamp talrijk en uiteenlopend waren. Niet alleen voerden bewakers misdaden uit op gedetineerden, maar ook werknemers van de Duitse bedrijven die soms aanwezig waren in de kampen. Sommige Joodse gevangenen die bepaalde functies hadden in het kamp mishandelden hun mede-gedetineerden. Het artikel gaat verder door middel van een biografische studie, met het voorbeeld van één enkele dader die een breed spectrum van misdadige acties tentoon spreidde. Het toont aan dat hij handelde in overeenstemming met zijn eigen vrije oordeel en dat verschillende redenen zijn acties bepaalden.

 

  • Peter Kalmbach, Wehrmachtjustiz und ‘totaler Krieg’ (pdf)

    Dit essay beschrijft de nazi-militaire rechtvaardigheid als een instrument van de ‘totale oorlog’. Vanaf 1939, maken militaire rechtbanken deel uit van het systeem van politieke onderdrukking in de bezette landen waar ze vaak de doodstraf uitspreken. De militaire rechtbanken van de Wehrmacht werkten nauw samen met het ministerie van Justitie. Helemaal aan het einde van de oorlog, handelden de militaire rechtbanken steeds radicaler, maar verloren een deel van hun speciale privileges die later verleend werden aan de burgerlijke rechtbanken.

 

  • Assia Kettani, L’affaire Dreyfus sous la plume des écrivains: antisémitisme et représentations de l’Histoire (pdf) [De zaak Dreyfus onder de pen van de schrijvers: antisemitisme en voorstellingen van de Geschiedenis]

    De schrijvers die vanaf het begin Dreyfus verdedigden, hebben, verenigd in een ideologische strijd tegen het anti-semitisme, een vereeuwiging en een literaire uitdrukking gedrukt op de polemische redevoeringen doorheen hun fictieve werken, geïnspireerd door deze zaak. Het thema van het anti-semitisme in deze werken, verandert van een dringende polemiek naar een bezinningstoestand, door het gestage moduleren doorheen de tijden en hun eigen voorstellingswijze van de literaire hertoeëigening.

 



  • [De ‘gemeenschap van de gevangenen’ in een totale instelling van absolute macht: het voorbeeld van Buchenwald. Een poging tot toenadering]

    De complexiteit van de sociale relaties en de interne structuren onder gedetineerden en groepen van gevangenen in de concentratiekampen werd op een doorslaggevende manier bepaald door de externe stratificatie van de gemeenschap van gevangenen. Door middel van dit perfide instrument van repressie – vormgegeven door het systeem van categorisatie evenals de overgave van de macht aan gedetineerden die met taken belast waren – komt een rigide sociale structuur tot stand met extreme ongelijkheden. Het doel van deze studie is de specifieke 'organisatie van de terreur' (Wolfgang Sofsky) van de nationaalsocialistische kampen in al hun omvang weer te geven. Dit als totale instelling van absolute macht en door middel van het voorbeeld van Buchenwald. Een ander doel is de reconstructie van de processen van gedragingen en interacties – geïllustreerd door de conflicten tussen 'Groenen' en 'Roden' die ijverden voor de plaats van leider in de gemeenschap van gevangenen, het ontstaan van regels en straffen die er op stonden indien deze regels overtreden zouden worden, alsook de solidariteitsmodellen die tot stand kwamen.

 

     

    • Martina Mengoni, The gray zone: Power and privilege in Primo Levi (pdf) [De Grijze Zone: Macht en Voorrecht in Primo Levi]
      Primo Levi is wereldberoemd voor Is dit een mens? (1947), waarin hij zijn ervaringen in het kamp van Auschwitz vertelt. Veertig jaar later, in 1986, publiceert hij De verdronkenen en de geredden waarin hij zich nieuwe vragen stelt over het kamp, tegen het risico in van vereenvoudiging en vergetelheid. Dit boek houdt verband met het concept van ‘de grijze zone’, een term die Levi zelf heeft gecreëerd en die intussen in het sociopolitieke gebruik als gemeenschappelijk werd aangenomen. Door te proberen om het traject terug samen te stellen dat voor Levi tot de ontwikkeling van dit concept heeft geleid, stuit men op een uiterst interessante genealogie, die zeker de moeite waard is om verkend te worden.

     

    • Béatrice Rabaglia, La série Eingedunkelt de Paul Celan: l'obscurité de l'exil (pdf) [De serie Eingedunkelt van Paul Celan: de duistere kant van het ballingschap]

      Paul Celan (1920-70). Duitstalige Joods Roemeen, gekend als de Dichter van de Shoah, heeft heel zijn leven in ballingschap doorgebracht. Zijn land en zijn moedertaal werden hem door het nazi-régime ontnomen. Doorheen zijn poësie crëert hij een nieuw universum waarin zijn vaderland en zijn moedertaal een nieuw scheppingsproces ondergaan als herinneringsplek. De serie Eingedunkelt is een sterk bewijs van de wanhoop van de ontheemde en van zijn rotsvast geloof in de noodzaak van het schrijven die moet leiden tot herinnering.

     

     



    • [Schrijven om te overleven. Het fenomeen van de intieme dagboeken in de nationaalsocialistische concentratiekampen. Motivering – Functies – Taal]

      Als men wil proberen om een conclusie te trekken uit deze korte analyse van de taalkundigen, moet men toegeven dat eerder een oppervlakkig beeld voorgesteld kon worden door middel van deze overgang en dat talrijke andere interpretaties denkbaar zijn. Maar het was toch nodig om te bewijzen dat de analyse van de taalkundigen ons kon toelaten om kennis te nemen van de motivatie welke de dagboekschrijvers ertoe heeft aangezet om te schrijven, wat enkel de inhoud van de teksten ons niet kon toelaten aan te tonen. Het beroep op metaforen vertegenwoordigt een mogelijkheid om in woorden om te zetten wat bijna onzegbaar was en ze aldus zelf te assimileren, maar ook ze vast te leggen voor een toekomstige generatie, voornaamste wens welke men de documenten en getuigenissen toekent. Vervolgens kan het beroep op metaforen eveneens als een taalkundige strategie beschouwd worden om zich van de anderen te onderscheiden, zoals het het voorbeeld van Renata Laqueur aantoont. Het is duidelijk dat de zorg, besteed aan deze tegenstellingen, niet enkel geldig is voor de omgeving van het kamp zelf, maar is tevens direct van toepassing op de metgezellen-in-tegenslag, hij dient alsook tot de zelf-bescherming van de dagboekschrijvers – schrijven om te overleven. Bijgevolg laat de analyse van het taalkundige gebruik toe een licht te werpen op de hiërarchische structuren van het kamp en hoe deze door de gevangenen werden gezien. Daarom stelt deze voorgelegde studie zich op systematische wijze voor als een pleidooi voor een betere inachtneming van de teksten van de intieme dagboeken in hun taalkundige samenstelling, aangezien deze genuanceerde verklaringen de beschrijving van de structuur toelaten, niet enkel van ‘het dagblad van de kampen’, maar ook de individuele uiteenzetting van de concentrationnaire ervaring vanuit een onmiddellijk plaats-tijd standpunt.

     

     

    Additional information