Stichting Auschwitz - Inhoudstafel, samenvattingen en integrale teksten nr. 106
Voorstelling van het tijdschrift

Bestelling van het volledige nummer

 

Terug naar de lijst van tijdschriften

 

Philippe Mesnard en Yannis Thanassekos: Editoriaal: In het Teken van de Ramp? (pdf)

 

Dossier: Valse Getuigen

Gecoördineerd door Jacques Walter

 

Jacques Walter: Des faux témoins à l’épreuve (pdf)

 

Alexandre Prstojevic: Faux en miroir : fiction du témoignage et sa réception (pdf)

  • Het artikel behandelt de kwestie van het historische getuigenis en gaat daarbij uit van de volgende drie teksten : Yossel Rakover interpelleert God van Zvi Kolitz, De vuurvogel van Jerzy Kosinski, en Brockstücke van Benjamin Wilkomirski.
    Een vergelijkende lectuur van deze drie – in verschillende periodes gepubliceerde (1946, 1965, 1996) – fictieteksten, die elk als een authentiek getuigenis over de Shoah werden gelezen, lijkt aan te zetten tot de idee dat hun receptie op een drievoudige waarschijnlijkheid stoelt : een biografische, een historiografische en een culturele.
    De auteur besluit dat de dichte vervlechting van het documentaire en het fictionele omheen een echte gebeurtenis getuigt van de onmacht van de materialiteit van een tekst om zijn behoren tot een bepaald genre te laten kennen. Hij laat zien dat de identiteit van een werk, in het bijzonder wanneer het gaat om fictionele teksten die gaan over historische gebeurtenissen, multifactorieel is. Want die identiteit ontwikkelt zich uitgaande van die twee diametraal tegenover gestelde oriëntaties : de artistieke verbeelding met de waaier van haar formele mogelijkheden en een niet berekenbare receptie die evenzeer aan de betekenis van de tekst als aan de context waarin die verschijnt, schatplichtig is.
    Het artikel behandelt de kwestie van het historische getuigenis en gaat daarbij uit van de volgende drie teksten : Yossel Rakover interpelleert God van Zvi Kolitz, De vuurvogel van Jerzy Kosinski, en Brockstücke van Benjamin Wilkomirski.
    Een vergelijkende lectuur van deze drie – in verschillende periodes gepubliceerde (1946, 1965, 1996) – fictieteksten, die elk als een authentiek getuigenis over de Shoah werden gelezen, lijkt aan te zetten tot de idee dat hun receptie op een drievoudige waarschijnlijkheid stoelt: een biografische, een historiografische en een culturele.
    De auteur besluit dat de dichte vervlechting van het documentaire en het fictionele omheen een echte gebeurtenis getuigt van de onmacht van de materialiteit van een tekst om zijn behoren tot een bepaald genre te laten kennen. Hij laat zien dat de identiteit van een werk, in het bijzonder wanneer het gaat om fictionele teksten die gaan over historische gebeurtenissen, multifactorieel is. Want die identiteit ontwikkelt zich uitgaande van die twee diametraal tegenover gestelde oriëntaties: de artistieke verbeelding met de waaier van haar formele mogelijkheden en een niet berekenbare receptie die evenzeer aan de betekenis van de tekst als aan de context waarin die verschijnt, schatplichtig is.

 

Bernard Dan: Yosl Rakover s’adresse à nous : vrai comme seule la fiction peut l’être (pdf)

  • Het filosofisch testament van Yosl Rakover doet zich voor als een tekst eerst verborgen in en dan gered uit de ruïnes van het getto van Warschau, naar het voorbeeld van de kroniek van Emmanuel Ringelblum. Als de ultieme notitie in een dagboek: 'Warschau, 28 april 1943. Ik, Yosl, zoon van David Rakover van Tarnopol, leerling van de Rabbi van Ger en afstammeling van de rechtvaardigen, de geleerden en de vromen uit de families Rokover en Maysel, schrijf deze regels terwijl de huizen van het ghetto van Warschau in brand staan en het huis waar ik zit nog niet brandt'. Naar het voorbeeld van Job interpelleert de auteur zijn God, die hem niet antwoordt, en zoekt hij een zin voor de tragedie die zijn volk, zijn familie heeft geveld en hem zelf weldra zal opslokken. Die tekst, Yosl Rakover interpelleert God, verscheen om te beginnen in een Argentijns Jiddisch tijdschrift in 1946 onder de naam van Zvi Kolitz, die op dat ogenblik afgevaardigde was bij het Zionistische Wereldcongres en in de clandestiniteit rekruteerde voor de Irgun. Ondanks de expliciete band met de naam van de schrijver in de in Buenos Aires gepubliceerde vertelling, verspreidde vanaf de jaren 1950 het verhaal zich over de hele wereld alsof het om een authentiek getuigenis ging. Het laattijdig onthullen van de fictionele natuur van dit 'getuigenis' heeft de tekst noch aan kracht noch aan draagwijdte laten inboeten. Thomas Mann en Emmanuel Lévinas gaven enthousiast commentaar. Bloemlezingen over de Shoah en zelfs gebedsboeken verdrongen zich om hem uit te geven. Vanwaar dat succes en het kontrast tegenover de uitbarsting van verontwaardiging veroorzaakt door andere 'onthullingen', zoals die over Survivre avec les loups ? Een mogelijke denkpiste zou kunnen liggen in de afwezigheid van geschiedkundige aanspraak van een subjectieve vertelling, getransformeerd naar een eerder reflexief dan descriptief 'getuigenis', dat ons uitnodigt tot een reflexie over de plaats die het in de macht van de beul geraakte subject kan herwinnen in zijn eigen waardesysteem.

 

Estrella Israel-Garzón, Marilda Azulay Tapiero: Le cas Enric Marco dans l’espace public. Réactions et opinions médiatiques à propos d’un faux déporté (pdf)

  • Enric Marco is een paradigma van het bedrog. Dertig jaar lang heeft hij een beeld opgehangen over zijn concentratiekampenervaring, tot op het ogenblik dat de historicus Benito Bermejo bewijst dat Enric Marco nooit in Flossenbürg noch in Mauthausen is geweest. In mei 2005 worden de reacties in de openbaarheid onvermijdelijk. Dit omwille van de naambekendheid door de valse getuige verworven als vertegenwoordiger van de verenigingen van ouders van leerlingen in Catalonië (meer dan honderd voordrachten per jaar), als voorzitter van de Vrienden van Mauthausen en andere kampen (de voornaamste vereniging van gedeporteerden) geëerd met het Sint Joris Kruis – een institutionele erkenning – maar ook en vooral om zijn belichaming van de 10 000 Spaanse republikeinen de naar de nazikampen werden gedeporteerd. De debatten over de valse getuige, de opiniebijdragen in de dagbladen en de duurzaamheid van de associatie tussen Enric Marco en de door de media uitvergrote leugen reiken tot vandaag.

 

Jacques Walter: Arthur, Jean-Pierre et Manuel à la Neue Bremm : faux témoins, vrais personnages ? (pdf)

  • Arthur Conte vertelt zijn kampervaring in Les Impitoyables. Trois nouvelles d’Allemagne (1946). In één ervan, ('Neue Bremm ou un carnet de Jean-Pierre'), hanteert de ex-STO -er (Service du Travail Obligatoire) een 'tussen-spraak', symptoom van een vorm van schuld. Wat gevolgen heeft voor de houding van de vorser die toegang heeft tot de Gestapo-archieven. Het probleem stelt zich opnieuw met de roman Au-delà de la montagne (1948) over de Spaanse burgeroorlog. Steeds als Jean-Pierre transponeert hij zijn vertelling in een andere waarvan de held Manuel is, een weerstander. De beschuldiging van valse getuigenis kan opkomen, maar zal niet weerhouden worden: we kennen de weg van de auteur en we herkennen de herbewerkingsarbeid op een getuigenis- en literair materiaal. In de spiegel van de novelle kunnen we ontcijferen wat op het spel staat in een migratie van kampfragmenten, de transformatie, het weglaten of het toevoegen van al dan niet feitelijke gegevens.

 

Aminata Niang, Sylvie Thiéblemont-Dollet: Entre fictions et témoignages autour du camp de Thiaroye. Une reconstruction d’un épisode de l’histoire coloniale française

  • In de nasleep van de muiterij van de tirailleurs en het onderdrukken ervan door het koloniale leger die zich in 1944 afspeelden in het kamp van Thiaroye en van de door Ousmane Sembène geregisseerde film Camp de Thiaroye (1988), een fictie die een reconstructie van het drama wil zijn en die een immens succes kende, zijn er onder de Senegalese bevolking (de immigranten inbegrepen) een niet te verwaarlozen aantal valse getuigenissen in omloop.

 

Julien Mary: 14-18, le bruit et la fureur, ou quand l’historien se fait témoin… (pdf)

  • In de docufictie 14-18, le bruit et la fureur hebben niet de strijders-getuigen het woord. Het discours van de verteller, een denkbeeldige 'poilu', dat wordt geïllustreerd met van kleuren en geluid voorziene 'archiefbeelden', die 14-18 laten zien door een wezenlijk propagandistisch prisma, sluit nauw aan bij dat van een werk van 80 jaar na het conflict. Waarom die keuze voor het fictieve getuigenis als manier om een verleden uit te leggen dat zelf een getuigenissenrijkdom bevat? Wat vertelt dit procedé over de professionele inzetten van zulke productie?

 

Alpha Ousmane Barry: Faux témoignages de fidélité en Guinée. Allégeance au parti ou aliénation à Sékou Touré ?

  • De getuigenissen vertonen een diversiteit aan scripts. Ver van oprecht laten die diverse aanspraken eenvoudigweg een doeltreffende manipulatie zien. Achter het scherm/machine van bekrachtiging van zijn ideologische aanhorigheid, verraadt het subject zijn bewustzijn van een gebaar van onderwerping aan de gevestigde orde, om zich te beschermen tegen een beschuldiging van complot. Heel het maneuver beoogt de beheersing van de aan totalitaire regime eigene psychologische drukmechanismen.

 

 

Varias

Michael Rothberg (interview door Fransiska Louwagie en Pieter Vermeulen): L’Holocauste et l’imagination comparative (pdf)  Originele versie in het Engels: The Holocaust and the Comparative Imagination (pdf)

 

Dominique Schröder: Écrire pour survivre. Le phénomène des journaux intimes dans les camps de concentration nationaux-socialistes. Motifs – Fonctions – langue (pdf)

  • Het artikel gaat in hoofdzaak over het persoonlijk dagboek dat Renata Laqueur bijhield tijdens haar verblijf in Bergen-Belsen, en wordt opgebouwd rond de motiveringen die iemand in de kampencontext tot het schrijven konden aanzetten. Hoe wordt de concentratiekampervaring in het dagboek vertaald? Kunnen we – bewust of niet – schrijfstrategieën identificeren? Kunnen sociale praktijken gecorreleerd worden met die eventuele strategieën? Leveren deze laatste informaties op over de verhouding tussen de gedeporteerde en zijn omgeving? Gaat het om literatuur? Via het ontcijferen van de functie en de componenten van het dagboek stelt de auteur zich de vraag wat hij beschouwt als een 'communicatie-daad'.

 

Andreas Jany: Le Deutsche Vortrupp. Gefolgschaft Deutscher Juden (1933-1935) – Acteur aux frontières des mondes (pdf)

  • De Deutsche Vortrupp. Gefolgschaft deutscher Juden, een joods-Duitse organisatie, werd opgericht in 1933 en officieel ontbonden in 1935. Deze studie onthult haar bijzonder ideologisch profiel, een combinatie van een uitgesproken engagement jegens de joodse gemeenschap van Duitsland en van blijken van sympathie voor de nationaal-socialistische beweging. De auteur wijt de leidende ideeën van de Deutsche Vortrupp aan de verwevenheid van de organisatie met verschillende contexten, zoals de Duitse joodse gemeenschap, de Duitse jeugdbeweging en de 'konservative Revolution'.

 

 

Terug naar de lijst van tijdschriften

Het Tijdschrift staat online op
openedition.org


revues.org

Vorige nummers

  • Nr. 127 (oktober 2018): 1918 en het voortdurende geweld

    Honderd jaar geleden, in november 1918, eindigde de Eerste Wereldoorlog. Na vier jaar bloedige oorlog keerde de vrede weer in Europa. Althans, zo leek het vanuit het gezichtspunt van de overwinnaars, en zo zal het ook lijken vanuit het gezichtspunt van een vredesgezinde eeuwherdenking honderd jaar later. De historische werkelijkheid was weerbarstiger. Op z’n minst tot 1923 bleef het geweld voortduren in de vorm van revoluties en contrarevoluties, burgeroorlogen en oorlogen. En ook de geesten bleven in de ban van het geweld, zowel te linker- als te rechterzijde.
    In het themanummer ‘1918 en het voortdurende geweld’ reconstrueert Getuigen hoe Europa na 1918 in de greep bleef van het geweld en hoe de oorlog zijn stempel drukte op een geweldcultuur die zou exploderen in het totale geweld van de Tweede Wereldoorlog.

    Inhoudsopgave en samenvattingen

    Nr. 126 (april 2018): Vragen over de toekomst van de herinnering

    Op 20 en 21 januari 2017 vond in het Luxemburgse Esch-sur-Alzette het colloquim Questions sur l’avenir du travail de mémoire / Fragen zur Zukunft der Gedenk- und Erinnerungsarbeit plaats, waar verschillende sprekers zich bezonnen over de toekomst van het herinneringswerk. Dankzij Frank Schroeder, directeur van het Musée national de la résistance in Esch en initiatiefnemer van het congres, konden we in dit dossier zes lezingen publiceren die een antwoord trachten te formuleren op de volgende vragen: Hoe bouwen we een kritische herinneringscultuur rond de Shoah op, die komaf maakt met mythes en nationale fragmentering? En hoe vangen we de afwezigheid van rechtstreekse getuigen op? Wie geeft wat door in de toekomst, en hoe?

    Inhoudsopgave en samenvattingen

    Nr. 125 (oktober 2017): De vervolging van homoseksuelen door de nazi's

    Dankzij het toegenomen aantal studies over het onderwerp is de afgelopen jaren onze historische kennis gegroeid over de vervolging en deportatie van homoseksuelen door de nazi’s. In dit dossier geven we het woord aan zowel ervaren als jonge onderzoekers. Zij werpen licht op het bijzondere lot van vrouwelijke en mannelijke homoseksuelen tijdens de Tweede Wereldoorlog, en bestuderen hoe de herinnering aan deze episode evolueerde na de oorlog.

    Inhoudsopgave en samenvattingen

    Nr. 124 (april 2017): Muziek in de kampen

    Muziek vormde een belangrijk onderdeel van het leven in een concentratiekamp, al dan niet geleid door de nazi’s. Welke soort muziek werd daar gecomponeerd en uitgevoerd, en wat was de precieze functie ervan? Was het een overlevingsmechanisme, een vorm van verzet voor de gedetineerden, een manier om hoop en menselijkheid uit te drukken? Of was het een instrument van terreur in handen van de kampbewakers? En wat is de rol van muziek in het herinneringswerk? Deze vragen vormen de rode draad doorheen het dossier.

    Inhoudsopgave en samenvattingen

    Nr. 123 (oktober 2016): Translating Memory

    Presentation of the dossier: What is the relationship between testimony, defined as a more or less ritualized firstperson account of political violence, and translation? Correspondingly, how does the translator position herself towards the witness? Can the translator be, or become, a witness? How, when and why are testimonies translated? Which linguistic and discursive strategies do translators resort to when faced with ethically challenging texts? Which role do they play exactly in the transmission of the historical knowledge, cultural values or social critique conveyed by the testimony? Does translation weaken or rather reinforce the relevance and impact of the original statement? How important is translation in literary, political and institutional settings? Do these specific settings determine translation practice in significant ways? To which extent can subsequent processes of transcription, editing, translation and archiving affect the source text? And how accurate are the boundaries we draw to distinguish witnessing from translating, documentary from literary testimony, the original from its translation? These are the main questions we intend to explore in our dossier.

    Inhoudsopgave en samenvattingen

    Nr. 122 (april 2016): Revisionisme en negationisme

    In de strikte betekenis van het woord is negationisme ‘de doctrine die de realiteit van de genocide door de nazi's op de Joden ontkent, meer bepaald het bestaan van de gaskamers’ (Larousse online). Bij uitbreiding slaat het begrip ook op de ontkenning van andere genocides en misdaden tegen de mensheid. De literatuur over het negationisme is omvangrijk: in veel landen zijn er zowel studies over het negationisme zelf als biografieën van negationisten. De argumentatieve en retorische strategieën van de negationisten zijn in het lang en het breed blootgelegd en websites ontmaskeren systematisch hun drogredenen. Er bestaat dus al behoorlijk wat betrouwbare informatie over het fenomeen. Toch is het om diverse redenen noodzakelijk om erop te blijven terugkomen.

    Inhoudstafel

    Nr. 121 (oktober 2015): Extreem geweld op/in scène

    Extreem geweld schuwt het beeld niet. Het spat van het scherm. Surft van het ene medium naar het andere, van de ene stijl naar de andere – reportages, documentaires, fictie, allerlei kunstvormen. Theater houdt zich afzijdig van die gretige klopjacht, hoewel ook hier het thema steeds terugkeert. Maar op een andere manier. Al van bij zijn ontstaan onderzoekt theater de voorstelling van geweld, maar het wist op haast miraculeuze wijze te ontsnappen aan de vaak steriele polemiek rond het verbod (of niet)… op de representatie van de Holocaust. De ‘theatrale’ benadering van extreem geweld getuigt vandaag dan ook van een verfrissende jeugdigheid en een onvermoeibaar streven naar de juiste verhouding tussen ethiek en esthetiek.

    Inhoudstafel en samenvattingen

    Nr. 120 (april 2015): Welke toekomst voor de herinnering aan de Armeense genocide?

    De Armeense genocide van 1915 vormt vandaag nog steeds het onderwerp van vele debatten en controversen. De geschiedenis geeft aanleiding tot intentieverklaringen, inzet en verzet, en zelfs ontkenning. Toch worden steeds openlijker banden gesmeed, bruggen gebouwd en gesprekken gevoerd tussen de Armeense en Turkse gemeenschap. Is verzoening mogelijk?

    Inhoudstafel en samenvattingen

    Nr. 119 (december 2014): 70 jaar geleden: Auschwitz. Terugblik op Primo Levi

    27 januari 1945. Zeventig jaar geleden wandelden de eerste soldaten van het Rode Leger Auschwitz binnen. Men zou kunnen zeggen dat het kamp toen werd ‘bevrijd’, hoewel Auschwitz, en geen enkel ander nazikamp, ooit een prioriteit vormden voor de Geallieerden. Primo Levi was een van de weinige overlevenden die zich wisten te verbergen en zo ontsnapten aan de gedwongen evacuaties. Jood, gedeporteerde, chemicus, getuige, schrijver: we blikken terug op deze complexe figuur, op zijn evolutie tot wat hij zelf een ‘professionele overlevende’ noemde, op zijn oeuvre. En op de betekenis die hij aan de woorden ‘verzet’ en ‘engagement’ gaf.

    Inhoudstafel en samenvattingen

    Nr. 118 (september 2014): In naam van de slachtoffers – Dictatuur en staatsterreur in Argentinië, Chili en Uruguay

    Tussen 1970 en 1990 kennen Argentinië, Chili en Uruguay een bijzonder gewelddadige periode van dictatuur en staatsterreur. Het proces van democratisch herstel in de jaren daarna gaat onvermijdelijk gepaard met de constructie van verhalen en herinneringen die het verleden vormgeven. De figuur van het slachtoffer staat centraal in dit proces, en wordt kritisch geanalyseerd in de teksten die Claudia Feld, Luciana Messina en Nadia Tahir hebben verzameld.

    Inhoudstafel en samenvattingen

    Nr. 117 (maart 2013): Amis? Ennemis? Relations entre mémoires [Vriend of vijand? Hoe herinneringen zich tot elkaar verhouden]

    Er werd al veel gesproken en geschreven over groepsherinnering, waarbij onderlinge relaties tussen herinneringen en hun geschiedenis vaak worden beschreven in termen van conflict, ‘oorlog’, concurrentie. Zo ontstonden krachtige clichés, een soort van algemeen aanvaarde doxa over het collectieve en culturele geheugen. Met dit dossier willen we een kritische analyse bieden van deze concepten en deze doxa. We onderzoeken met name de opkomst, de samenstelling en de onderlinge verbanden tussen verschillende herinneringen rond de grote gewelddadige periodes van de 20e eeuw. Welke relaties zijn mogelijk tussen deze herinneringen, die zich misschien niet op dezelfde gebeurtenis enten maar wel degelijk een aantal kenmerken en thema’s delen?

    Inhoudstafel en samenvattingen

    Nr. 116 (september 2013): Herinneringsreizen

    Moeten we bang zijn van het fenomeen ‘herinneringstoerisme’? Of moeten we leren leven met die realiteit? Valt elke bezoeker, in groep of individueel, voortaan onder de categorie van ‘toerist’? Of is die categorie een intellectuele simplificatie die ver afstaat van wat men tijdens zo’n bezoek ervaart? We moeten de vraag ietwat anders formuleren, wanneer we kijken naar de begeleide reizen die voor jongeren worden georganiseerd, voornamelijk door leerkrachten. In dit dossier geven we het woord aan historici en pedagogen die ervaring hebben met herinneringsreizen.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 115 (maart 2013): Spanje en de opbouw van de gedachtenis

    In dit nummer trachten we inzicht te krijgen in de veelsoortige identiteiten en relaties tussen herinneringen en representatievormen in het hedendaagse Spanje. Het is vandaag van essentieel belang om een nieuw licht te werpen op de gelaagde herinnering aan de burgeroorlog, de ballingschap en de repressie onder Franco. Verder herbekijken we de manier waarop andere herinneringen, zoals die aan de Shoah, werden ontvangen en geïntegreerd. In het bijzonder richten we onze aandacht op de spanningen – soms antagonistisch, soms productief – die bestaan tussen officiële evenementen, acties van verenigingen en artistieke initiatieven.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 114 (december 2012): Gedenkplaatsen

    Herdenkingsplaatsen vormen het tastbare spoor van de Europese herinnering en geschiedenis van de twintigste eeuw. Maar hoe zien zij er vandaag uit? Sinds tien of vijftien jaar zijn de criteria voor het tentoonstellen en het bewaren van de sites vaak grondig veranderd, net zoals de nieuwe ontwikkelingen in het historisch onderzoek onze visie en interpretatie van het verleden hebben veranderd. Ondertussen zijn het niet meer zozeer de getuigen, maar eerder professionele historici, die de geschiedenis schrijven. Toch is dat niet de enige oorzaak van de evolutie in het domein: men is zich bewuster geworden van het belang van overdracht en herinneringseducatie, en bovendien heeft de archeologie het historisch onderzoek veel bijgebracht. We hebben de ideologische sluier van ons afgeworpen die zo bepalend is geweest voor onze opvatting van de permanente tentoonstellingen, het behoud van de sites en de organisatie van de bezoeken. Kunnen we stellen dat een nieuw tijdperk is aangebroken in de herinneringsoverdracht? Hiermee zetten we in elk geval voluit in op het heden evenals de toekomst.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 113 (september 2012): De taboes van de Duitse geschiedenis

    De meest pijnlijke en ambivalente periodes uit de twintigste-eeuwse Duitse geschiedenis worden gekenmerkt door talrijke taboes die in literatuur, fotografie en film opduiken in de vorm van een ‘terugkeer van het onderdrukte’. De artikels in dit dossier behandelen enerzijds de problematiek van het antisemitisme en de houding van de Duitssprekende bevolkingen tegenover de Shoah. Anderzijds onderzoeken ze hoe mensen het geweld ondergingen van de bombardementen, de vlucht voor het Rode Leger en de massale verkrachtingen.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 112 (juni 2012): De kinderen van de Spaanse burgeroorlog. Ervaringen en culturele voorstellingen

    Dit dossier is gewijd aan de ervaringen en culturele voorstellingen van kinderen tijdens de Spaanse burgeroorlog. We confronteren de ervaring van de kinderen – een ervaring die op vele manieren uitdrukking kreeg tijdens en na het conflict – met de voorstellingen die volwassenen van diezelfde kinderen maakten. Zo hopen we inzicht te krijgen in een conflict dat een bevolking, die samenleefde op eenzelfde grondgebied, volledig wist te verscheuren.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 111 (december 2011): Gevaarlijk spel tussen kunst en propaganda

    Politieke instellingen (politieke partijen en regeringen) gebruiken de media om zichzelf in de kijker te werken, om een reputatie op te bouwen en het publiek te overtuigen van hun boodschap. Voor autoritaire besturen vormen de media een middel om hun heerschappij te verstevigen. Hoe hebben kunstenaars in het verleden kunnen meewerken aan propaganda, waarvan het utiliteitsstreven nochtans haaks staat op de doelstellingen die men traditioneel aan kunst verbindt? Hebben zij hun intrinsiek artistieke project verloochend, of hebben ze het zelf bewust vervormd?

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 110 (oktober 2011): Volksverhuizingen, deportaties, verbanningen

    Criminele groeperingen en staten gebruiken volksverhuizingen om bepaalde bevolkingsgroepen te isoleren of uit de weg te ruimen. Niet alleen worden hun mensenrechten geschonden, deze groepen verdwijnen ook uit de publieke ruimte, verliezen hun houvast en hun sociaal netwerk. Ze worden dan ook makkelijk het slachtoffer van dwangmaatregelen (uitzetting uit hun territorium, dwangarbeid …) of geweld (hongersnood, slachtpartijen, genocide …). Sinds de Eerste Wereldoorlog is dit fenomeen wereldwijd alleen maar toegenomen en kreeg het ook een ‘memoriële’ dimensie: er ontstond een herinnering rond de verhuizingen, waarvan we vandaag de sporen terugvinden in literatuur, tentoonstellingen en musea. Met dit dossier willen we juist de aandacht vestigen op die dubbele beweging, historisch en memorieel.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 109 (maart 2011): Twintigste-eeuwse oorlogen en genociden in het stripverhaal

    Het stripverhaal was betrokken bij de donkerste bladzijden van de menselijke geschiedenis, in een ondergeschikte rol of achteraf terugblikkend op de oorlogen en volkerenmoorden in de twintigste eeuw. In het eerste deel van dit dossier belichten we hoe Franse, Britse en Nederlandse stripuitgevers en -auteurs zich tijdens de Tweede Wereldoorlog ten dienste stelden van de bezetter of zich net tegen hem gingen verzetten. Via de bijdrage van het stripverhaal aan de oorlogsinspanning richten we de schijnwerpers op het potentieel van het medium als actie- en propagandamiddel. In het tweede deel van het dossier komt aan bod hoe stripauteurs achteraf bepaalde gebeurtenissen weergeven. Door het creatief behandelen van onderwerpen die lang als ontoegankelijk werden beschouwd bewijst het stripverhaal dat het tot veel meer in staat is dan alleen maar een ‘reconstructie’ van de feiten. Denk daarbij aan beide wereldoorlogen, de volkerenmoorden op de Armeniërs, de Joden, de Cambodjanen en de Tutsi’s, en de bloedbaden in Sabra en Sjatila.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 108 (juli-september 2010): De behandeling van de geschiedenis in de documentaire film

    In dit dossier worden de knelpunten onderzocht aangaande geschiedschrijving voor televisie. De nadruk ligt op historische documentaires die werden geproduceerd voor en door televisie, want dat is tegenwoordig het belangrijkste medium voor historische overdracht. Er is aandacht voor historici die in hun werk de verhouding behandelen tussen het beeld en zijn cognitieve waarde (Annette Becker, Laurent Veray, Isabelle Veyrat-Masson), maar ook voor andere onderzoekers en docenten (Charles Heimberg, Fanny Lautissier, Matthias Steinle). Daarnaast kregen ook diverse betrokkenen aan productiezijde het woord: regisseurs (Patricia Bodet, Serge Viallet), producers (Jacques Kirsner) en documentalisten die zich specialiseren in opzoekwerk in filmarchieven (Anne Connan, Christine Loiseau). Omdat La chaconne d'Auschwitz bijzonder relevant is voor nagedachteniskwesties en het statuut van de waarheid wordt deze documentaire van Michel Daëron geanalyseerd door de geschiedkundige/historisch adviseur Sonia Combe en vervolgens van commentaar voorzien door de regisseur zelf en door de monteur Eva Feigeles.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 107 (april-juni 2010): De bekentenis

    In de loop van de geschiedenis is de bekentenis opgeschoven van de juridische en/of christelijke sfeer naar een reeks andere sociale contexten. Dit blijkt uit de bijdragen in dit dossier, waarin de bekentenis structureel wordt onderzocht door een reeks medewerkers: taalkundigen, specialisten in de literatuurwetenschap, geschiedkundigen en onderzoekers op het vlak van informatie- en communicatiewetenschap. Via de analyse van literaire en andere teksten, speel- en andere films en/of specifieke historische gebeurtenissen laten zij zien dat de bekentenis het gevolg is van de verhouding die een groep of persoon heeft met zijn/haar verleden en toekomst, maar net zo goed met anderen, namelijk de bestemmelingen. Verschillende auteurs hebben het over de waarheidsclaim van de bekentenis, terwijl anderen aantonen dat ze ook haaks op de waarheid kan staan of een andere waarheid kan uitdrukken dan de toehoorders verwachten.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 106 (januari-maart 2010): Valse getuigen

    In de humane en sociale wetenschappen wordt tegenwoordig steeds meer aandacht besteed aan getuigenissen en getuigen. De keerzijde van de medaille is dat valse getuigenissen en getuigen worden verwaarloosd, of overgelaten aan zij die dit fenomeen aanklagen. Omdat we een en ander toch serieus moeten nemen, doen we de test en stellen een reeks vragen: we worden vaak ‘tot getuige genomen’, maar wat zijn de sociale en psychologische contexten waarin we kort- of langdurig geloof hechten aan een vals getuigenis? Welke rol speelt de culturele en media-industrie hierbij? Hoe verhouden valse getuigenissen, fictieve getuigen en fictie zich tot elkaar?

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 105 (oktober-december 2009): Charlotte Delbo

    De vooraanstaande intellectueel en theaterfiguur Charlotte Delbo (1913-1985) zette zich al vroeg in voor de communistische zaak, hoewel ze nooit lid werd van de partij. Ze was actief in het verzet, werd opgepakt en gedeporteerd met het transport van 24 januari 1943. Ze werd eerst opgesloten in Auschwitz en vervolgens naar Ravensbrück overgebracht. Haar getuigenis, een van de belangrijkste over de gruwel van de naziconcentratiekampen, leeft voort in een reeks teksten, vooral voor het theater. Daaruit blijkt haar engagement tegen elke vorm van politieke onderdrukking, of het nu gaat over Algerije, Chili, Griekenland of de goelags.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 104 (juli-september 2009): Nogmaals antifascisme. Geschiedenis, ideologie, gedachtenis

    Naar aanleiding van de twintigste verjaardag van de val van de Muur en het verdwijnen van de DDR kijken we opnieuw naar het antifascisme als een van de hoekstenen van het ‘andere’ Duitsland. Of het nu gaat om antifascisme ‘op bevel’ dan wel om een mythe, in dit dossier nemen we het begrip weer onder de loep, waarbij we rekening houden met de historische werkelijkheid en ideologische manipulatie. Uit recent onderzoek in zo goed als onontgonnen archieven komt een genuanceerder beeld naar voren van het Oost-Duitse antifascisme, inclusief zijn betrachtingen, grenzen en gedachtenis. Om een vergelijking mogelijk te maken was het belangrijk om ons niet tot het Duitse geval te beperken. Zo hielden we rekening met de beeldvorming rond het Italiaanse en Franse antifascisme, de complexe geschiedenis van het Sloveense verzet in Oostenrijk en de ups en downs van een vereniging als de WIDF (Women's International Democratic Federation). In het dossier worden historiografische onderzoeken afgewisseld met analyses van biografische documenten, heroïsche figuren, tentoonstellingen, monumenten en literaire werken, dit alles vanuit cultuurwetenschappelijk oogpunt.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 103 (april-juni 2009): Nazimisdaden en genociden op het scherm

    In dit dossier gaan we dieper in op een aantal kwesties. We maken de balans op van een iconografie die sterk bepalend is geweest tijdens de tweede helft van de twintigste eeuw, in die mate dat het concentratiekampthema een apart genre werd in film, fotografie en kunst. De beelden die de geallieerde troepen aan het eind van de oorlog draaiden toen ze de naziconcentratiekampen ontdekten, maakten inderdaad een verpletterende indruk. Volgens sommigen lagen ze zelfs aan de oorsprong van de filmische moderniteit. Sporen daarvan zijn terug te vinden in de documentaire, fictie-, avant-gardistische en populaire film en in allerlei visuele producties uit de vier windstreken. Je kunt zelfs stellen dat de cinema van de voorbije veertig jaar de institutionalisering van de Shoah niet zozeer heeft begeleid als wel gestimuleerd. Hoe moeten we die aanhoudende invloed begrijpen?

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 102 (januari-maart 2009): De representatie van politieke misdadigers. Kunst, film, theater, literatuur, media

    Kunst en literatuur hebben altijd veel aandacht besteed aan misdaden en massale geweldpleging (martelingen, slachtpartijen en slagvelden) en dat is ook vandaag nog het geval. In de jaren 1960 werden de nazimisdaden al op het toneel aangeklaagd door de misdadigers zelf op te voeren (Die Ermittlung van Peter Weiss, Der Stellvertreter van Rolf Hochhuth). Maar het fenomeen reikt verder dan het nazisme. Zoals elke tiran had ook Franco zijn hagiografen en dubbelzinnige Falange-figuren vonden recentelijk nog hun weerslag in Spaanse romans in het teken van de herinnering. Met betrekking tot Rwanda beginnen er verslagen te verschijnen van de hand van genocidedaders. Ook aan de Rode Khmer werden al enkele films en stripverhalen gewijd. In dit dossier wordt onderzocht hoe politieke misdadigers aan bod komen in literatuur, film, theater en beeldende kunsten in Europa, Afrika en Azië. We stellen ook de vraag naar hun weergave in de media, meer bepaald in Argentinië en Zuid-Afrika: is de beul werkelijk een getuige?

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 101 (oktober-december 2008): Welke pedagogie, voor welke herinnering(en)?

    Hoe kunnen we onze uiteenlopende ervaringen nuttig maken om de actuele ‘herinneringsopvoeding’ op een vernieuwende leest te schoeien? De pedagogie krijgt de taak toebedeeld om de kennis omtrent extreem geweld over te brengen die tegenwoordig ‘herinnering’ heet, een algemene maar tegelijk meerduidige term. Vaak moet de pedagogie een antwoord bieden op verwachtingen binnen de moderne maatschappij. Het betreft meer bepaald de erkenning van gedachtenisvormen die recent op de voorgrond traden en waarmee gemeenschappen en sociale groepen zich willen laten kennen. In dit dossier onderzoeken we hoe de historische complexiteit betreffende de meervoudige gevoeligheden van gemeenschappen en natiestaten pedagogisch kan worden aangebracht. We hebben het over de invloed van de actuele herinnering en de plaats daarin van de Shoah, waarbij ook heel wat methodologische aspecten aan bod komen.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 100 (juli-september 2008): De kwestie van de 'beul'

    Tegenwoordig bestijgen beulen vaker het schavot om te worden geëxecuteerd dan om te werken. ‘Beulen’ in moderne zin slaat op individuen die collectieve misdaden begaan waarmee ze een stempel drukken op de geschiedenis, van planningsdeskundigen over diverse tussenpersonen tot uitvoerders. In de artikelen van dit dossier bestuderen we de beulen via hun legende, privéleven, dagboeken, instelling of via de organisatie die ze trachten op te richten op de diverse plekken waar ze tekeergaan. Het betreft een uitgebreid onderwerp dat bijzonder actueel blijft.

    Lees hier het integrale nummer

 
De werking van ons Centrum geniet de steun van:logo loterie nl   logo bnb nl       We zijn lid van het BCH  

Contact

Stichting Auschwitz – vzw Auschwitz in Gedachtenis
Wolstraat 17/Bus 50 – B-1000 Brussel
  +32 (0)2 512 79 98
  +32 (0)2 512 58 84
  info@auschwitz.be
Kantoren geopend van maandag tot vrijdag tussen 9.30 en 16 uur, toegang bij voorkeur op afspraak.

twfbytin

Lid worden

Wilt u lid worden van de vzw Auschwitz in Gedachtenis, deelnemen aan haar activiteiten of gewoon haar werking ondersteunen, contacteer ons en stort € 40 op rekeningnummer IBAN: BE55 3100 7805 1744 – BIC: BBRUBEBB.
Elke gift van meer dan € 40 geeft recht op een belastingvermindering in België.

Schrijf in

op onze nieuwsbrief in het Nederlands
captcha 
De website van vzw Auschwitz in Gedachtenis en van de Stichting Auschwitz maakt gebruik van cookies om het surfen op de site te vergemakkelijken en om bepaalde functies toe te laten. Door de website verder te gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies.