Stichting Auschwitz - Inhoudstafel, samenvattingen en integrale teksten nr. 103
Tijdschrift: Getuigen

Bestelling van het volledige nummer

Vraag om onlinepublicatie van de artikels welke nog niet op de website aanwezig zijn

 

Terug naar de lijst van tijdschriften

 

Yannis Thanassekos en Philippe Mesnard, Editoriaal: De herinnering, slachtoffer van de geschiedenis? (pdf)

 

Dossier: Nazi misdaden en genociden op het scherm

Gecoördineerd door Vincent Lowy

 

Vincent Lowy, Une cinéphilie sanctuarisée (pdf)

  • Het recurrente debat over de filmische representaties van de nazi-misdaden en -genocides vraagt om het opmaken van een status quaestionis en om het overwegen van nieuwe onderzoekspaden. Met die bedoeling wil dit dossier aan de beelden in hun verscheidenheid de overwegende positie toekennen. Met de studie van de historische motieven en de filmanalyse willen we de complexiteit en de rijkdom laten zien van een thematiek die niet kan teruggebracht worden tot alleen de traditionele antagonismen tussen fictie en documentaire, archief en getuigenis, de orde van het bewijs en de orde van de schijnvertoning.

 

Figuren uit de geschiedenis en gepubliceerde verhalen

Jacqueline Nacache, Le Renard du désert: Rommel à Hollywood

  • Als militaire persoonlijkheid en geen politieke, was Feldmarschall Rommel één van de weinige nazi oorlogsbevelhebbers die door de Geallieerden werd bewonderd voor zijn charisma, zijn tactisch inzicht en het respect dat hij had voor de oorlogswetgeving. Die bijzonderheden stelden Paramount in staat van hem een complex personage te maken in Five Graves to Cairo (Wilder, 1943), terwijl de wereld nog in oorlog was. In de naoorlogse periode ontwikkelt de aandacht voor Rommel zich nog krachtiger, terwijl het doelwit van de Hollywood-propaganda verschuift. Wat Duitsland betreft was geen enkele figuur geschikter dan die van Rommel, met zijn raadselachtige dood na zijn betrokkenheid bij de poging tot moordaanslag op Hitler in 1944. Rommel kon dus voorgesteld worden als een oorlogsheld in The Desert Fox (Hathaway, 1951) en trad enkele jaren later opnieuw op in The Desert Rats (Wise, 1954).

 

Emma Augier, Retour à Ellis Island (pdf)

  • Récits d’Ellis Island (1980) vormt het perfecte voorbeeld van een samenwerking tussen een schrijver en een cineast rond een herinneringsproject, de weergave van het grootste sorteercentrum voor mensen tijdens de ononderbroken immigratie van 12 miljoen Europeanen, meestal armoezaaiers, die tussen 1892 en 1954 elkaar verdringen voor de poorten van New York om een nieuw leven te starten. Beide dragers van de sporen van de Tweede Wereldoorlog en van de antisemitische vervolgingen, vinden Georges Perec en Robert Bober elkaar rond het idee van het geheugen/de herinnering als inventaris. Hun film schept de gelegenheid voor een reflexie over de herdenkingsplaatsen, de plaats van de individuen in de Geschiedenis en de tegelijk poëtische en metaforische kracht van de herinnering.

 

Nurit Levy, L’antisémitisme dans les représentations cinématographiques de l’Affaire Dreyfus

  • In de talrijke bewerkingen van de Dreyfuszaak voor de film bleef de kwestie van het antisemitisme lang impliciet of afwezig. In de films van Meliès en Ferdinand Zecca in 1902, in Richard Oswalds Dreyfus van 1930, en zelfs in de Verenigde Staten met The Life of Emile Zola van William Dieterle in 1937, gaat het alleen om een gerechtelijke dwaling en niet om een antisemitische misdaad. Nochtans was de bedoeling bij vele van deze films uitdrukking te geven aan prosemitische meningen in reactie tegen de opkomst van het nationaalsocialisme in Duitsland. Het is wachten tot 1958 met J’accuse van José Ferrer om de klemtoon te zien leggen op de rassenhaat die de leiders van het Franse leger drijft bij het beschuldigen van Dreyfus. Zodoende treden we in een herinneringslogica die niet los staat van de bewustwording van de dimensie antisemitische genocide in de nazimisdaden.

 

Frédéric Rousseau, L’image de l’enfant du ghetto de Varsovie au cinéma de 1956 à 1966: l’invention d’une icône? (pdf)

  • Het vertrouwde beeld van het Joodse jongetje dat de armen opsteekt onder de bedreiging van de mitraillettes – beeld dat een van de meest emblematische iconen van de 20ste eeuw is geworden – werd genomen tijdens de opruiming van het Joodse ghetto van Warschau in april-mei 1943. Het werd vaak geïntegreerd in montages van archiefbeelden en heeft zijn plaats ingenomen in referentiefilms: Nuit et Brouillard van Alain Resnais (1956), Mein Kampf van Erwin Leiser (1960) en Le Temps du Ghetto van Fréderic Rossi (1961). Maar zijn referentiële kracht is zo sterk dat men het ook tegenkomt in films zonder enig verband met de Tweede Wereldoorlog, zoals Persona van Ingmar Bergman (1966).

 

Jean-Louis Comolli (interview door Vincent Lowy), Le temps des images (pdf)

 

 

Naar nieuwe voorwerpen

  • De Film Shoah (1985) van Claude Lanzmann heeft een bepalende invloed uitgeoefend op verscheidenen onder de nieuwe generatie van Franse cineasten: o.a. Arnaud Desplechin, Arnaud Des Pallières, Emmanuel Finkiel, Nicolas Klotz. Die jonge cineasten hebben herhaaldelijk verwezen naar de film van Lanzmann en door de film naar de nazigenocides. Maar op een onrechtstreekse, subtiele, ingehouden fijne wijze. Die 'afstamming' (waarop soms aanspraak wordt gemaakt) laat goed zien hoe Lanzmanns film hangt over de vormen en het denken van de hedendaagse cinéma d’auteur.

 

Julie Maeck, Enjeux et modalités de la présence de la Shoah sur Arte (pdf)

  • Sinds zijn oprichting begin van de jaren 1990 heeft de Frans-Duitse culturele zender Arte een geweldige bijdrage geleverd om in zijn talrijke aspecten de eigenaard van de nazi genocides bekend te maken. Arte speelt een bepalende rol in de productie van documentaires en heeft zo zeker bijgedragen tot de institutionalisering van de Shoah. Maar nogal dikwijls heeft de zender een gebrek aan rigueur en verbeelding laten zien, door de blik van de getuigen en de herinnering aan de vernietiging door elkaar te halen, door de scherpe kantjes met betrekking tot de rol van Frankrijk weg te moffelen, door te vaak de kaart te trekken van een geschied(schrijving) die moet verenigen en van de format-vertelling.

 

Philippe Mesnard, Des affinités cinématographiques entre sexe et nazisme (pdf)

  • Beginnend met de jaren 1960 is de collusie, de perverse verwevenheid van seks en nationaalsocialisme, duidelijk aanwezig op het scherm. Voor sommige films gaat het om een opsmukking van de plot of om bewust esthetisch vormenspel. In de jaren 1970, waarin de pornografische productie welig tiert, zien we dat de SS-porno’s (of Gestaporn, Swastikaporn) een modieus subgenre gaan vormen. Nog andere films gebruiken expliciet de affiniteiten tussen seks en nationaalsocialisme als omweg om een reflexie te ontwikkelen over de banden tussen fantasme en dominantie en, nog verdergaand, over de grijze zone.

 

Matthias Steinle, George Stevens à Dachau: Images filmées de la libération du camp de concentration et mise en place d’une iconographie stéréotypée (pdf)

  • Dachau is het eerste kamp dat de nazi’s openden, in 1933. De Amerikaanse strijdkrachten leerden het kennen einde april 1945. Daar werden de eerste beelden van de bevrijding van de kampen gedraaid, beelden die in de prille naoorlogse periode werden verspreid en getoond in Duitsland en de rest van de wereld en zo ikonen werden van de nazi barbarij. Toch is het nodig de voor die verspreiding uiteindelijk gekozen beelden te analyseren. De selectie en de daaropvolgende montage uit een aanvankelijk rijk gestoffeerde waaier zijn inderdaad mee de perceptie gaan bepalen die we voortaan over het algemeen hebben van het 'concentratiekamp'.

 

 

Varia

Andrea Allerkamp, « Naufrage avec spectateurs »: Discours d’Ulysse selon Adorno et Levi (pdf)

  • Vaak heeft men het gehad over de formulering van Primo Levi die in tegenspraak stond met Theodor W. Adorno's verdikt dat een gedicht schrijven na Auschwitz verbiedt. Levi stelde integendeel dat de poëzie de taak dient te krijgen het leven te bestendigen. De twee vertogen van Odysseus getuigen, elk op heel eigen manier, over de uitroeiing. Maar niettegenstaande de afwezigheid van wederzijdse verwijzingen communiceren de twee vertogen van Odysseus met elkaar. De Dialectiek van de Rede gaat in wezen uit van het idee van de terugkeer om de dialectiek tussen mythe en rede te kunnen ophelderen. Adorno gebruikt associaties om de mythe van Homerus te actualiseren. Hij verruimt zo het begrip moderniteit en legt criteria vast voor de adaptatie van Odysseus als homo œconomicus. In Se questo è un uomo brengen Dante's recitaties daarentegen in herinnering dat Odysseus' reis de metafysische cirkel interrumpeert. Odysseus' list getuigt bij Levi niet, in de realistische stijl van de 19de eeuw, van een verstrengeling tussen mythe en rede, maar van een wetenschappelijke fronesis die zich enkel in poëzie kan uitdrukken.

 

 

In debat

François Rastier, Euménides et pompiérisme – Refus d’interpréter (pdf)

  • Wanneer we de interpretaties van Jonathan Littells bestseller bevragen, is onze ambitie zijn succes in vraag te stellen. Geeft het niet een evolutie aan van het statuut van de uitroeiing, een paradoxale rehabilitatie van de gestalte van de beul? Wat wordt er van het statuut van onze historisch kennis en inzichten in een romanesk compilatie die een psychoanalytische lectuur van het nazisme doorvoert? Om de in dat opzicht tegensprakelijke evolutie van de Europese cultuur te belichten, benadrukte de tegengestelde receptie van de Bienveillantes in Spanje, Italië en Duitsland de betwistbare aspecten van de Franse uitzondering.

 

Richard J. Golsan and Susan Rubin Suleiman (a conversation between), Suite française and Les Bienveillantes, two literary « Exceptions » (pdf)

  • Twee professoren Amerikaanse letterkunde treden in dialoog over twee in Frankrijk met een verschil van twee jaren verschenen romans. Suite française, de posthume roman van Irène Némirovsky (verschenen in 2004), en Les Bienveillantes van Jonathan Littell (2006). Hoe kunnen als joodse intellectuelen Irène Némirovsky en haar man Michel Epstein de omgang aan met andere intellectuelen die gecollaboreerd hebben en, evenzeer, met Duitse officieren. Welk tolerantieniveau t.o.v. die laatsten? Met Les Bienveillantes gaat het om een heel ander debat. De aanpak houdt bewust afstand t.o.v. de polemieken die na een eerste receptie vol bewondering de Franse kringen in rep en roer hebben gezet. Susan Suleiman vindt dat de roman zijn contract nakomt, Richard J. Goslan brengt enkele nuances aan.

 

Vicky Colin, Littell relit Degrelle, comment l’ironiste dégonfle le vantard (pdf)

  • Aan het begin van Les Bienveillantes staat het woord van Léon Degrelle. Met Le sec et l’humide bezorgt Jonathan Littell ons de archeologische arbeid uitgevoerd uitgaande van een lectuur van Degrelle, arbeid waaruit enkele jaren later het indrukwekkende Les Bienveillantes ontstond. Die lectuur deconstrueert de modellen waarop het wereldbeeld dat de fascist zich had uitgevonden, is gestoeld. Van de kant van Littell is het sleutelwoord de ironie. Het interpretatiekader komt van Klaus Theweleit. Ironie en interpretatiekader stellen Littell in staat met gemak elke verdenking van inschikkelijkheid tegenover Degrelle af te wijze.

 

 

Terug naar de lijst van tijdschriften

Het Tijdschrift staat online op
openedition.org


revues.org

Vorige nummers

  • Nr. 127 (oktober 2018): 1918 en het voortdurende geweld

    Honderd jaar geleden, in november 1918, eindigde de Eerste Wereldoorlog. Na vier jaar bloedige oorlog keerde de vrede weer in Europa. Althans, zo leek het vanuit het gezichtspunt van de overwinnaars, en zo zal het ook lijken vanuit het gezichtspunt van een vredesgezinde eeuwherdenking honderd jaar later. De historische werkelijkheid was weerbarstiger. Op z’n minst tot 1923 bleef het geweld voortduren in de vorm van revoluties en contrarevoluties, burgeroorlogen en oorlogen. En ook de geesten bleven in de ban van het geweld, zowel te linker- als te rechterzijde.
    In het themanummer ‘1918 en het voortdurende geweld’ reconstrueert Getuigen hoe Europa na 1918 in de greep bleef van het geweld en hoe de oorlog zijn stempel drukte op een geweldcultuur die zou exploderen in het totale geweld van de Tweede Wereldoorlog.

    Inhoudsopgave en samenvattingen

    Nr. 126 (april 2018): Vragen over de toekomst van de herinnering

    Op 20 en 21 januari 2017 vond in het Luxemburgse Esch-sur-Alzette het colloquim Questions sur l’avenir du travail de mémoire / Fragen zur Zukunft der Gedenk- und Erinnerungsarbeit plaats, waar verschillende sprekers zich bezonnen over de toekomst van het herinneringswerk. Dankzij Frank Schroeder, directeur van het Musée national de la résistance in Esch en initiatiefnemer van het congres, konden we in dit dossier zes lezingen publiceren die een antwoord trachten te formuleren op de volgende vragen: Hoe bouwen we een kritische herinneringscultuur rond de Shoah op, die komaf maakt met mythes en nationale fragmentering? En hoe vangen we de afwezigheid van rechtstreekse getuigen op? Wie geeft wat door in de toekomst, en hoe?

    Inhoudsopgave en samenvattingen

    Nr. 125 (oktober 2017): De vervolging van homoseksuelen door de nazi's

    Dankzij het toegenomen aantal studies over het onderwerp is de afgelopen jaren onze historische kennis gegroeid over de vervolging en deportatie van homoseksuelen door de nazi’s. In dit dossier geven we het woord aan zowel ervaren als jonge onderzoekers. Zij werpen licht op het bijzondere lot van vrouwelijke en mannelijke homoseksuelen tijdens de Tweede Wereldoorlog, en bestuderen hoe de herinnering aan deze episode evolueerde na de oorlog.

    Inhoudsopgave en samenvattingen

    Nr. 124 (april 2017): Muziek in de kampen

    Muziek vormde een belangrijk onderdeel van het leven in een concentratiekamp, al dan niet geleid door de nazi’s. Welke soort muziek werd daar gecomponeerd en uitgevoerd, en wat was de precieze functie ervan? Was het een overlevingsmechanisme, een vorm van verzet voor de gedetineerden, een manier om hoop en menselijkheid uit te drukken? Of was het een instrument van terreur in handen van de kampbewakers? En wat is de rol van muziek in het herinneringswerk? Deze vragen vormen de rode draad doorheen het dossier.

    Inhoudsopgave en samenvattingen

    Nr. 123 (oktober 2016): Translating Memory

    Presentation of the dossier: What is the relationship between testimony, defined as a more or less ritualized firstperson account of political violence, and translation? Correspondingly, how does the translator position herself towards the witness? Can the translator be, or become, a witness? How, when and why are testimonies translated? Which linguistic and discursive strategies do translators resort to when faced with ethically challenging texts? Which role do they play exactly in the transmission of the historical knowledge, cultural values or social critique conveyed by the testimony? Does translation weaken or rather reinforce the relevance and impact of the original statement? How important is translation in literary, political and institutional settings? Do these specific settings determine translation practice in significant ways? To which extent can subsequent processes of transcription, editing, translation and archiving affect the source text? And how accurate are the boundaries we draw to distinguish witnessing from translating, documentary from literary testimony, the original from its translation? These are the main questions we intend to explore in our dossier.

    Inhoudsopgave en samenvattingen

    Nr. 122 (april 2016): Revisionisme en negationisme

    In de strikte betekenis van het woord is negationisme ‘de doctrine die de realiteit van de genocide door de nazi's op de Joden ontkent, meer bepaald het bestaan van de gaskamers’ (Larousse online). Bij uitbreiding slaat het begrip ook op de ontkenning van andere genocides en misdaden tegen de mensheid. De literatuur over het negationisme is omvangrijk: in veel landen zijn er zowel studies over het negationisme zelf als biografieën van negationisten. De argumentatieve en retorische strategieën van de negationisten zijn in het lang en het breed blootgelegd en websites ontmaskeren systematisch hun drogredenen. Er bestaat dus al behoorlijk wat betrouwbare informatie over het fenomeen. Toch is het om diverse redenen noodzakelijk om erop te blijven terugkomen.

    Inhoudstafel

    Nr. 121 (oktober 2015): Extreem geweld op/in scène

    Extreem geweld schuwt het beeld niet. Het spat van het scherm. Surft van het ene medium naar het andere, van de ene stijl naar de andere – reportages, documentaires, fictie, allerlei kunstvormen. Theater houdt zich afzijdig van die gretige klopjacht, hoewel ook hier het thema steeds terugkeert. Maar op een andere manier. Al van bij zijn ontstaan onderzoekt theater de voorstelling van geweld, maar het wist op haast miraculeuze wijze te ontsnappen aan de vaak steriele polemiek rond het verbod (of niet)… op de representatie van de Holocaust. De ‘theatrale’ benadering van extreem geweld getuigt vandaag dan ook van een verfrissende jeugdigheid en een onvermoeibaar streven naar de juiste verhouding tussen ethiek en esthetiek.

    Inhoudstafel en samenvattingen

    Nr. 120 (april 2015): Welke toekomst voor de herinnering aan de Armeense genocide?

    De Armeense genocide van 1915 vormt vandaag nog steeds het onderwerp van vele debatten en controversen. De geschiedenis geeft aanleiding tot intentieverklaringen, inzet en verzet, en zelfs ontkenning. Toch worden steeds openlijker banden gesmeed, bruggen gebouwd en gesprekken gevoerd tussen de Armeense en Turkse gemeenschap. Is verzoening mogelijk?

    Inhoudstafel en samenvattingen

    Nr. 119 (december 2014): 70 jaar geleden: Auschwitz. Terugblik op Primo Levi

    27 januari 1945. Zeventig jaar geleden wandelden de eerste soldaten van het Rode Leger Auschwitz binnen. Men zou kunnen zeggen dat het kamp toen werd ‘bevrijd’, hoewel Auschwitz, en geen enkel ander nazikamp, ooit een prioriteit vormden voor de Geallieerden. Primo Levi was een van de weinige overlevenden die zich wisten te verbergen en zo ontsnapten aan de gedwongen evacuaties. Jood, gedeporteerde, chemicus, getuige, schrijver: we blikken terug op deze complexe figuur, op zijn evolutie tot wat hij zelf een ‘professionele overlevende’ noemde, op zijn oeuvre. En op de betekenis die hij aan de woorden ‘verzet’ en ‘engagement’ gaf.

    Inhoudstafel en samenvattingen

    Nr. 118 (september 2014): In naam van de slachtoffers – Dictatuur en staatsterreur in Argentinië, Chili en Uruguay

    Tussen 1970 en 1990 kennen Argentinië, Chili en Uruguay een bijzonder gewelddadige periode van dictatuur en staatsterreur. Het proces van democratisch herstel in de jaren daarna gaat onvermijdelijk gepaard met de constructie van verhalen en herinneringen die het verleden vormgeven. De figuur van het slachtoffer staat centraal in dit proces, en wordt kritisch geanalyseerd in de teksten die Claudia Feld, Luciana Messina en Nadia Tahir hebben verzameld.

    Inhoudstafel en samenvattingen

    Nr. 117 (maart 2013): Amis? Ennemis? Relations entre mémoires [Vriend of vijand? Hoe herinneringen zich tot elkaar verhouden]

    Er werd al veel gesproken en geschreven over groepsherinnering, waarbij onderlinge relaties tussen herinneringen en hun geschiedenis vaak worden beschreven in termen van conflict, ‘oorlog’, concurrentie. Zo ontstonden krachtige clichés, een soort van algemeen aanvaarde doxa over het collectieve en culturele geheugen. Met dit dossier willen we een kritische analyse bieden van deze concepten en deze doxa. We onderzoeken met name de opkomst, de samenstelling en de onderlinge verbanden tussen verschillende herinneringen rond de grote gewelddadige periodes van de 20e eeuw. Welke relaties zijn mogelijk tussen deze herinneringen, die zich misschien niet op dezelfde gebeurtenis enten maar wel degelijk een aantal kenmerken en thema’s delen?

    Inhoudstafel en samenvattingen

    Nr. 116 (september 2013): Herinneringsreizen

    Moeten we bang zijn van het fenomeen ‘herinneringstoerisme’? Of moeten we leren leven met die realiteit? Valt elke bezoeker, in groep of individueel, voortaan onder de categorie van ‘toerist’? Of is die categorie een intellectuele simplificatie die ver afstaat van wat men tijdens zo’n bezoek ervaart? We moeten de vraag ietwat anders formuleren, wanneer we kijken naar de begeleide reizen die voor jongeren worden georganiseerd, voornamelijk door leerkrachten. In dit dossier geven we het woord aan historici en pedagogen die ervaring hebben met herinneringsreizen.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 115 (maart 2013): Spanje en de opbouw van de gedachtenis

    In dit nummer trachten we inzicht te krijgen in de veelsoortige identiteiten en relaties tussen herinneringen en representatievormen in het hedendaagse Spanje. Het is vandaag van essentieel belang om een nieuw licht te werpen op de gelaagde herinnering aan de burgeroorlog, de ballingschap en de repressie onder Franco. Verder herbekijken we de manier waarop andere herinneringen, zoals die aan de Shoah, werden ontvangen en geïntegreerd. In het bijzonder richten we onze aandacht op de spanningen – soms antagonistisch, soms productief – die bestaan tussen officiële evenementen, acties van verenigingen en artistieke initiatieven.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 114 (december 2012): Gedenkplaatsen

    Herdenkingsplaatsen vormen het tastbare spoor van de Europese herinnering en geschiedenis van de twintigste eeuw. Maar hoe zien zij er vandaag uit? Sinds tien of vijftien jaar zijn de criteria voor het tentoonstellen en het bewaren van de sites vaak grondig veranderd, net zoals de nieuwe ontwikkelingen in het historisch onderzoek onze visie en interpretatie van het verleden hebben veranderd. Ondertussen zijn het niet meer zozeer de getuigen, maar eerder professionele historici, die de geschiedenis schrijven. Toch is dat niet de enige oorzaak van de evolutie in het domein: men is zich bewuster geworden van het belang van overdracht en herinneringseducatie, en bovendien heeft de archeologie het historisch onderzoek veel bijgebracht. We hebben de ideologische sluier van ons afgeworpen die zo bepalend is geweest voor onze opvatting van de permanente tentoonstellingen, het behoud van de sites en de organisatie van de bezoeken. Kunnen we stellen dat een nieuw tijdperk is aangebroken in de herinneringsoverdracht? Hiermee zetten we in elk geval voluit in op het heden evenals de toekomst.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 113 (september 2012): De taboes van de Duitse geschiedenis

    De meest pijnlijke en ambivalente periodes uit de twintigste-eeuwse Duitse geschiedenis worden gekenmerkt door talrijke taboes die in literatuur, fotografie en film opduiken in de vorm van een ‘terugkeer van het onderdrukte’. De artikels in dit dossier behandelen enerzijds de problematiek van het antisemitisme en de houding van de Duitssprekende bevolkingen tegenover de Shoah. Anderzijds onderzoeken ze hoe mensen het geweld ondergingen van de bombardementen, de vlucht voor het Rode Leger en de massale verkrachtingen.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 112 (juni 2012): De kinderen van de Spaanse burgeroorlog. Ervaringen en culturele voorstellingen

    Dit dossier is gewijd aan de ervaringen en culturele voorstellingen van kinderen tijdens de Spaanse burgeroorlog. We confronteren de ervaring van de kinderen – een ervaring die op vele manieren uitdrukking kreeg tijdens en na het conflict – met de voorstellingen die volwassenen van diezelfde kinderen maakten. Zo hopen we inzicht te krijgen in een conflict dat een bevolking, die samenleefde op eenzelfde grondgebied, volledig wist te verscheuren.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 111 (december 2011): Gevaarlijk spel tussen kunst en propaganda

    Politieke instellingen (politieke partijen en regeringen) gebruiken de media om zichzelf in de kijker te werken, om een reputatie op te bouwen en het publiek te overtuigen van hun boodschap. Voor autoritaire besturen vormen de media een middel om hun heerschappij te verstevigen. Hoe hebben kunstenaars in het verleden kunnen meewerken aan propaganda, waarvan het utiliteitsstreven nochtans haaks staat op de doelstellingen die men traditioneel aan kunst verbindt? Hebben zij hun intrinsiek artistieke project verloochend, of hebben ze het zelf bewust vervormd?

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 110 (oktober 2011): Volksverhuizingen, deportaties, verbanningen

    Criminele groeperingen en staten gebruiken volksverhuizingen om bepaalde bevolkingsgroepen te isoleren of uit de weg te ruimen. Niet alleen worden hun mensenrechten geschonden, deze groepen verdwijnen ook uit de publieke ruimte, verliezen hun houvast en hun sociaal netwerk. Ze worden dan ook makkelijk het slachtoffer van dwangmaatregelen (uitzetting uit hun territorium, dwangarbeid …) of geweld (hongersnood, slachtpartijen, genocide …). Sinds de Eerste Wereldoorlog is dit fenomeen wereldwijd alleen maar toegenomen en kreeg het ook een ‘memoriële’ dimensie: er ontstond een herinnering rond de verhuizingen, waarvan we vandaag de sporen terugvinden in literatuur, tentoonstellingen en musea. Met dit dossier willen we juist de aandacht vestigen op die dubbele beweging, historisch en memorieel.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 109 (maart 2011): Twintigste-eeuwse oorlogen en genociden in het stripverhaal

    Het stripverhaal was betrokken bij de donkerste bladzijden van de menselijke geschiedenis, in een ondergeschikte rol of achteraf terugblikkend op de oorlogen en volkerenmoorden in de twintigste eeuw. In het eerste deel van dit dossier belichten we hoe Franse, Britse en Nederlandse stripuitgevers en -auteurs zich tijdens de Tweede Wereldoorlog ten dienste stelden van de bezetter of zich net tegen hem gingen verzetten. Via de bijdrage van het stripverhaal aan de oorlogsinspanning richten we de schijnwerpers op het potentieel van het medium als actie- en propagandamiddel. In het tweede deel van het dossier komt aan bod hoe stripauteurs achteraf bepaalde gebeurtenissen weergeven. Door het creatief behandelen van onderwerpen die lang als ontoegankelijk werden beschouwd bewijst het stripverhaal dat het tot veel meer in staat is dan alleen maar een ‘reconstructie’ van de feiten. Denk daarbij aan beide wereldoorlogen, de volkerenmoorden op de Armeniërs, de Joden, de Cambodjanen en de Tutsi’s, en de bloedbaden in Sabra en Sjatila.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 108 (juli-september 2010): De behandeling van de geschiedenis in de documentaire film

    In dit dossier worden de knelpunten onderzocht aangaande geschiedschrijving voor televisie. De nadruk ligt op historische documentaires die werden geproduceerd voor en door televisie, want dat is tegenwoordig het belangrijkste medium voor historische overdracht. Er is aandacht voor historici die in hun werk de verhouding behandelen tussen het beeld en zijn cognitieve waarde (Annette Becker, Laurent Veray, Isabelle Veyrat-Masson), maar ook voor andere onderzoekers en docenten (Charles Heimberg, Fanny Lautissier, Matthias Steinle). Daarnaast kregen ook diverse betrokkenen aan productiezijde het woord: regisseurs (Patricia Bodet, Serge Viallet), producers (Jacques Kirsner) en documentalisten die zich specialiseren in opzoekwerk in filmarchieven (Anne Connan, Christine Loiseau). Omdat La chaconne d'Auschwitz bijzonder relevant is voor nagedachteniskwesties en het statuut van de waarheid wordt deze documentaire van Michel Daëron geanalyseerd door de geschiedkundige/historisch adviseur Sonia Combe en vervolgens van commentaar voorzien door de regisseur zelf en door de monteur Eva Feigeles.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 107 (april-juni 2010): De bekentenis

    In de loop van de geschiedenis is de bekentenis opgeschoven van de juridische en/of christelijke sfeer naar een reeks andere sociale contexten. Dit blijkt uit de bijdragen in dit dossier, waarin de bekentenis structureel wordt onderzocht door een reeks medewerkers: taalkundigen, specialisten in de literatuurwetenschap, geschiedkundigen en onderzoekers op het vlak van informatie- en communicatiewetenschap. Via de analyse van literaire en andere teksten, speel- en andere films en/of specifieke historische gebeurtenissen laten zij zien dat de bekentenis het gevolg is van de verhouding die een groep of persoon heeft met zijn/haar verleden en toekomst, maar net zo goed met anderen, namelijk de bestemmelingen. Verschillende auteurs hebben het over de waarheidsclaim van de bekentenis, terwijl anderen aantonen dat ze ook haaks op de waarheid kan staan of een andere waarheid kan uitdrukken dan de toehoorders verwachten.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 106 (januari-maart 2010): Valse getuigen

    In de humane en sociale wetenschappen wordt tegenwoordig steeds meer aandacht besteed aan getuigenissen en getuigen. De keerzijde van de medaille is dat valse getuigenissen en getuigen worden verwaarloosd, of overgelaten aan zij die dit fenomeen aanklagen. Omdat we een en ander toch serieus moeten nemen, doen we de test en stellen een reeks vragen: we worden vaak ‘tot getuige genomen’, maar wat zijn de sociale en psychologische contexten waarin we kort- of langdurig geloof hechten aan een vals getuigenis? Welke rol speelt de culturele en media-industrie hierbij? Hoe verhouden valse getuigenissen, fictieve getuigen en fictie zich tot elkaar?

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 105 (oktober-december 2009): Charlotte Delbo

    De vooraanstaande intellectueel en theaterfiguur Charlotte Delbo (1913-1985) zette zich al vroeg in voor de communistische zaak, hoewel ze nooit lid werd van de partij. Ze was actief in het verzet, werd opgepakt en gedeporteerd met het transport van 24 januari 1943. Ze werd eerst opgesloten in Auschwitz en vervolgens naar Ravensbrück overgebracht. Haar getuigenis, een van de belangrijkste over de gruwel van de naziconcentratiekampen, leeft voort in een reeks teksten, vooral voor het theater. Daaruit blijkt haar engagement tegen elke vorm van politieke onderdrukking, of het nu gaat over Algerije, Chili, Griekenland of de goelags.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 104 (juli-september 2009): Nogmaals antifascisme. Geschiedenis, ideologie, gedachtenis

    Naar aanleiding van de twintigste verjaardag van de val van de Muur en het verdwijnen van de DDR kijken we opnieuw naar het antifascisme als een van de hoekstenen van het ‘andere’ Duitsland. Of het nu gaat om antifascisme ‘op bevel’ dan wel om een mythe, in dit dossier nemen we het begrip weer onder de loep, waarbij we rekening houden met de historische werkelijkheid en ideologische manipulatie. Uit recent onderzoek in zo goed als onontgonnen archieven komt een genuanceerder beeld naar voren van het Oost-Duitse antifascisme, inclusief zijn betrachtingen, grenzen en gedachtenis. Om een vergelijking mogelijk te maken was het belangrijk om ons niet tot het Duitse geval te beperken. Zo hielden we rekening met de beeldvorming rond het Italiaanse en Franse antifascisme, de complexe geschiedenis van het Sloveense verzet in Oostenrijk en de ups en downs van een vereniging als de WIDF (Women's International Democratic Federation). In het dossier worden historiografische onderzoeken afgewisseld met analyses van biografische documenten, heroïsche figuren, tentoonstellingen, monumenten en literaire werken, dit alles vanuit cultuurwetenschappelijk oogpunt.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 103 (april-juni 2009): Nazimisdaden en genociden op het scherm

    In dit dossier gaan we dieper in op een aantal kwesties. We maken de balans op van een iconografie die sterk bepalend is geweest tijdens de tweede helft van de twintigste eeuw, in die mate dat het concentratiekampthema een apart genre werd in film, fotografie en kunst. De beelden die de geallieerde troepen aan het eind van de oorlog draaiden toen ze de naziconcentratiekampen ontdekten, maakten inderdaad een verpletterende indruk. Volgens sommigen lagen ze zelfs aan de oorsprong van de filmische moderniteit. Sporen daarvan zijn terug te vinden in de documentaire, fictie-, avant-gardistische en populaire film en in allerlei visuele producties uit de vier windstreken. Je kunt zelfs stellen dat de cinema van de voorbije veertig jaar de institutionalisering van de Shoah niet zozeer heeft begeleid als wel gestimuleerd. Hoe moeten we die aanhoudende invloed begrijpen?

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 102 (januari-maart 2009): De representatie van politieke misdadigers. Kunst, film, theater, literatuur, media

    Kunst en literatuur hebben altijd veel aandacht besteed aan misdaden en massale geweldpleging (martelingen, slachtpartijen en slagvelden) en dat is ook vandaag nog het geval. In de jaren 1960 werden de nazimisdaden al op het toneel aangeklaagd door de misdadigers zelf op te voeren (Die Ermittlung van Peter Weiss, Der Stellvertreter van Rolf Hochhuth). Maar het fenomeen reikt verder dan het nazisme. Zoals elke tiran had ook Franco zijn hagiografen en dubbelzinnige Falange-figuren vonden recentelijk nog hun weerslag in Spaanse romans in het teken van de herinnering. Met betrekking tot Rwanda beginnen er verslagen te verschijnen van de hand van genocidedaders. Ook aan de Rode Khmer werden al enkele films en stripverhalen gewijd. In dit dossier wordt onderzocht hoe politieke misdadigers aan bod komen in literatuur, film, theater en beeldende kunsten in Europa, Afrika en Azië. We stellen ook de vraag naar hun weergave in de media, meer bepaald in Argentinië en Zuid-Afrika: is de beul werkelijk een getuige?

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 101 (oktober-december 2008): Welke pedagogie, voor welke herinnering(en)?

    Hoe kunnen we onze uiteenlopende ervaringen nuttig maken om de actuele ‘herinneringsopvoeding’ op een vernieuwende leest te schoeien? De pedagogie krijgt de taak toebedeeld om de kennis omtrent extreem geweld over te brengen die tegenwoordig ‘herinnering’ heet, een algemene maar tegelijk meerduidige term. Vaak moet de pedagogie een antwoord bieden op verwachtingen binnen de moderne maatschappij. Het betreft meer bepaald de erkenning van gedachtenisvormen die recent op de voorgrond traden en waarmee gemeenschappen en sociale groepen zich willen laten kennen. In dit dossier onderzoeken we hoe de historische complexiteit betreffende de meervoudige gevoeligheden van gemeenschappen en natiestaten pedagogisch kan worden aangebracht. We hebben het over de invloed van de actuele herinnering en de plaats daarin van de Shoah, waarbij ook heel wat methodologische aspecten aan bod komen.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 100 (juli-september 2008): De kwestie van de 'beul'

    Tegenwoordig bestijgen beulen vaker het schavot om te worden geëxecuteerd dan om te werken. ‘Beulen’ in moderne zin slaat op individuen die collectieve misdaden begaan waarmee ze een stempel drukken op de geschiedenis, van planningsdeskundigen over diverse tussenpersonen tot uitvoerders. In de artikelen van dit dossier bestuderen we de beulen via hun legende, privéleven, dagboeken, instelling of via de organisatie die ze trachten op te richten op de diverse plekken waar ze tekeergaan. Het betreft een uitgebreid onderwerp dat bijzonder actueel blijft.

    Lees hier het integrale nummer

 
De werking van ons Centrum geniet de steun van:logo loterie nl   logo bnb nl       We zijn lid van het BCH  

Contact

Stichting Auschwitz – vzw Auschwitz in Gedachtenis
Wolstraat 17/Bus 50 – B-1000 Brussel
  +32 (0)2 512 79 98
  +32 (0)2 512 58 84
  info@auschwitz.be

Kantoren geopend van maandag tot vrijdag tussen 9.30 en 16 u, toegang bij voorkeur op afspraak.

twfbytin

Lid worden

Wil u lid worden van de vzw Auschwitz in Gedachtenis, wil u deelnemen aan haar activiteiten of wil u gewoon haar werking ondersteunen, contacteer ons en stort €40,00 op rekeningnummer 310-0780517-44 (IBAN: BE55 3100 7805 1744 – BIC: BBRUBEBB)

Elke gift van meer dan 40 euro geeft recht op een belastingvermindering in België.

Schrijf in

op onze nieuwsbrief in het Nederlands

captcha 
De website van vzw Auschwitz in Gedachtenis en van de Stichting Auschwitz maakt gebruik van cookies om het surfen op de site te vergemakkelijken en om bepaalde functies toe te laten. Door de website verder te gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies.
Om hier meer over te weten Ik ga akkoord met het gebruik van cookies.