Stichting Auschwitz - Inhoudstafel, samenvattingen en integrale teksten nr. 102
Voorstelling van het tijdschrift

Bestelling van het volledige nummer

Vraag om onlinepublicatie van de artikels welke nog niet op de website aanwezig zijn

 

Terug naar de lijst van tijdschriften

 

Dossier: De representatie van politieke misdadigers. Kunst, film, theater, literatuur, media

Gecoördineerd door Philippe Mesnard en Yannis Thanassekos

 

Philippe Mesnard: Editoriaal (pdf)

 

Literatuur

Albert Mingelgrün: La figure du bourreau nazi au tournant du XXIe siècle : quelques variations littéraires (pdf)

  • Tegenover het de laatste jaren op zijn minst kwantitatieve belang van de publicaties betreffende de gestalte van de nazi-beul, in zowel fictiewerken als historische werken en het contrast met het relatief klein aantal in de vorige decennia, heb ik gepoogd de betekenis van dat verschil te bevragen, dit op basis van een representatief steekproef met voorkeur voor de kant van de fictie zoals die zich uitdrukt van de ene inspiratiebron naar de andere. Pascal sprak in zijn tijd over het juiste (goede) gebruik van de ziekten (le bon usage des maladies). Met een parafrase van deze formule wil de hier voorgelegde inventaris, zonder uiteraard exhaustief te zijn, eenvoudigweg het juiste (goede) en zelfs het slechte gebruik van de herinnering behandelen.

 

Anneleen Spiessens: La mise en scène du bourreau. Jean Hatzfeld et Gilbert Gatore (pdf)

  • In dit artikel bestuderen we twee werken over de genocide in Rwanda: Une saison de machettes van Jean Hatzfeld en Le passé devant soi van Gilbert Gatore. Beide auteurs doen beroep op literatuur en zelfs fictie om te getuigen over de extreem gewelddadige gebeurtenissen. Daarbij schrikt geen van beiden er voor terug om ook de beul aan het woord te laten. Het artikel belicht de enscenering van de moordenaar in beide werken vanuit twee invalshoeken. Allereerst bekijken we hoe het verhaal van de beul verschilt van dat van het slachtoffer, hoe hij staat tegenover waarheid en herinnering en waarom zijn getuigenis zo problematisch is. Vervolgens onderzoeken we welke narratieve technieken worden aangewend om de beul als literair personage vorm te geven en welke positie de auteur inneemt in het verhaal.

 

Charlotte Lacoste: Fiction, diction et génocide (pdf)

  • In de hele 20ste eeuw is de literatuur, begrepen als een (prestigieuze) instantie die onwaarheid (fictie) en/of schoonheid (dictie) voortbrengt, een gunstig medium gebleken voor geschiedvervalsing, met name wat betreft oorlogen en genociden. Een analyse van Le passé devant soi van Gilbert Gatore (2008), een recent bekroonde roman die zich afspeelt tegen de achtergrond van de Tutsi-genocide in Rwanda, en waarvan het thema het onvoorstelbare lijden is, maar dan wel van de dader, toont aan dat we nog niet klaar zijn met deze ondernemingen van literair revisionisme.

 

Georges Tyras: Rafael Sánchez Mazas ou la sale mine du « récit réel » (sur Les soldats de Salamine, de Javier Cercas) (pdf)

  • Zeventig jaar nat het einde van Spaanse burgeroorlog is de representatie van een personage uit het kamp van de overwinnaars niet iets wat in de Spaanse literatuur gebruikelijk is. Javier Cercas installeert met Soldados de Salamina als romanprotagonist een bekend lid van de clan van de overwinnaars, de fascist Rafael Sánchez Mazas, mede-oprichter van de Falanks en auteur van talloze artikels en voordrachten die de verdiensten van het Franco-regime ophemelen. Maar is deze rijke aristocraat – het schrijven boeit hem meer dan de actie – de aangewezen held van het boek dat Cercas aan hem wijdt? Daar blijkt niets van aan, wanneer we het portret analyseren dat de vertelling van hem maakt, en eveneens dat van de verbannen republikein Miralles, die geacht wordt in het laatste deel van de roman zijn tegengewicht te vormen. Boven de gestalten van Sánchez Mazas en van Miralles rijst, ze quasi bedekkend, het imposante silhouet van de verteller. In de grond is het zijn onderzoeks- en schrijfarbeid die wordt verheven tot waarlijke protagonist van de roman. De literaire dimensie van de tekst vermindert zijn axiologische draagwijdte, haalt haar in en dwingt een reflexiviteit af met drievoudige trekker: voor de narratieve structuur, voor de schriftuur en voor romanpersonages. De Soldados de Salamina schrijden gemaskerd vooruit.

 

Cinema

Nancy Berthier: De Franco ese hombre de José Luis Sáenz de Heredia à Caudillo de Basilio Martín Patino, une histoire de détails

  • Enkele jaren voor de dood van Franco realiseert de cineast Basilio Martin Patino in de clandestiniteit een film over de biografie van het staatshoofd, Caudillo. Deze langspeelfilm wordt een mijlpaal in de geschiedenis van de representaties van Franco. Voor de eerste maal in de geschiedenis van de Spaanse film brengt hij een alternatieve, zelfs dissidente representatie van de biografie van de Generaal. Patino vestigt zijn discours op een esthetica van het detail. Met een tegelijk visuele en geluidsmontage worden van binnen uit de discursieve mechanismen van de franquistische propaganda uiteengehaald, zoals belichaamd in de propagandafilm van 1964, gerealiseerd door José Luis Sáenz de Heredia, Franco ese hombre. Naast het pioniersaspect, ligt het interessante in het feit dat Caudillo de wapens van de vijand hanteert om ze tegen hem te keren. Alles draait om het detail, dat zijn plaats inneemt binnen een esthetica van de subversie.

 

Alain Kleinberger: La grimace du bourreau. Représentations cinématographiques du tortionnaire nazi (pdf)

  • Is de cinema veroordeeld om slechts een karikaturale weergave van de nazi-beul te geven? In dit artikel proberen we enkele elementen aan te reiken om die vraag te beantwoorden door een aantal fictionele films ter sprake te brengen die een min of meer gedocumenteerde, en min of meer overtuigende voorstelling geven van de nazi-misdadigers. We onderzoeken daarbij ook de vreemde band die de filmkunst blijft onderhouden met deze sinistere personages. De analyse betreft in het bijzonder Hitler Beast of Berlin (Sam Newfield, 1939), een van de eerste Amerikaanse films die zich afspeelt in een Duits concentratiekamp, en de beroemde film van Andrzej Munk, La Passagère (1963).

 

Theater

Annick Asso: La mise en scène des bourreaux dans L’instruction de Peter Weiss (pdf)

  • In Die Ermittlung, voor het eerst opgevoerd in 1965, combineert Peter Weiss de zogenaamde documentaire dramaturgie met het genre van het oratorium om de slachtoffers van Auschwitz met hun beulen te confronteren. Vertrekkend van de archieven van het proces van Frankfurt, doet de theatermaker het verhaal van het uitroeiingsproces, van de aankomst in het kamp tot aan de gaskamers. De beulen van Auschwitz, negentien in het totaal, worden opgevoerd om rekenschap te geven van hun misdaden. In het theater gebruikt Weiss de 'zwart-wit' techniek, om geen enkel misverstand te laten bestaan over de uiteindelijke interpretatie van de beoordeelde daden. Het stuk eindigt niet echt, in die zin dat het aan de toeschouwer overgelaten wordt om het finale verdict te vellen. Op het einde van het stuk verschuift de problematiek trouwens: los van de schuld van de beulen, die evident is, vraagt Peter Weiss zich af hoe we de daden kunnen kwalificeren ; in Frankfurt werd immers enkel de aanklacht voor moord weerhouden. Op die manier worden ook de juridische instrumenten in vraag gesteld die nodig zijn om recht te spreken in geval van genocide.

 

Christian Biet: De l’intérêt des bourreaux dans la tragédie de martyre (pdf)

  • Een beul opvoeren in het theater betekent een koppel ensceneren en rekenschap geven van een dynamiek. In de eerste plaats gaat het om het voorstellen van een slechterik, die fungeert als tegenpool voor het slachtoffer, wat toelaat om bij de toeschouwers afgrijzen en verontwaardiging op te wekken, en tegelijkertijd extra medelijden met het slachtoffer, of zelfs bewondering voor de manier waarop met het aangedane leed omgegaan wordt. Het theater van de late 16e eeuw en de vroege 17e eeuw helpt om deze dynamiek beter te begrijpen.

 

Kunstenaars

Patrick Javault: Double portée

  • Alain Séchas voorzag vijf van zijn beroemde antropomorfe katten van een Hiltlersnor en -bles. Heeft hij daarmee de kleren van de geëngageerde kunstenaar aangetrokken? Nauwlettender onderzoek zou ons moeten overtuigen dat wat in Enfants gâtés op het spel staat niet zo zeer het aanklagen van het neo-nazisme is, maar veeleer en grondige reflectie over de verhoudingen tussen de vorm en de vorming, de scheppende daad en zijn draagwijdte.

 

Jean-Marc Cerino: Carré brun sur fond blanc

 

Stripverhalen

Catherine Ojalvo: Figures et dess(e)in du bourreau khmer rouge dans les œuvres de Séra (pdf)

  • Kan het stripverhaal, dat a priori als een mineure kunst wordt beschouwd, een getuigenisrol opnemen op een manier evenwaardig met de teksten van de hand van Antelme, Kertez of Levi? Of die vraagstelling – en dan gefocust op de representatie van de beulen – een bepaald validiteit heeft? Dat willen we hier uitwerken. We baseren ons op de producties van Séra, een Frans-Cambodjaans auteur van stripverhalen, maar ook schilder en beeldhouwer. We onderwerken twee uittreksels aan een minutieus onderzoek, uittreksels uit drie stripverhalen die een geheel vormen dat verschillende periodes van het Rode-Khmerregime in Cambodja vertelt. Op welke wijze kunnen de Rode-Khmerbeulen gerepresenteerd worden, wat laat het nauwkeurige gebaar van de tekenaar Séra zien van hen, van hun gebaren, van hun lichamen, van hun slachtoffers? Voor de lezer van die tot vertelling gevormd beelden gaat dan een ander (nieuw?) niveau van perceptie open. Iets zou verband houden met de overzettelijkheid van de door de beulen gestelde daden, iets, met name elementen die men ons zou laten zien, terwijl we er nooit toegang hadden moeten en/of mogen toe krijgen.

 

Media

Claudia Feld: Entre visibilité et justice : les témoignages télévisuels des ex-agents de la répression en Argentine

  • Dit artikel gaat over de verklaringen van de voormalige agenten van de repressie (represores) die betrokken waren bij de verdwijning van mensen tijdens de laatste militaire dictatuur in Argentinië (1976-1983). In 1995 werden, toen ongestrafte, beulen uitgenodigd in programma's van Argentijnse zenders om te getuigen over hun deelname aan de repressie. Dat wekt bij de slachtoffers en samenleving verwachtingen van waarheid en berouw. Die verwachtingen worden grotendeels niet ingelost. De beulen voeren een negationistische discours. Of ze beweren dat ze, aan de zelfde omstandigheden onderworpen, net hetzelfde zouden doen. Toch lukt het de televisie die verklaringen als bekentenissen en uitingen van berouw voor te stellen. Die verklaringen zowel als de gebeurtenissen er rond hebben een bres kunnen slaan in de muur van het stilzwijgen die de samenleving beheerste en in de straffeloosheid die diezelfde agenten genoten. Het artikel onderzoekt de wijze waarop die getuigenissen worden voorgesteld op de televisie en stelt vragen bij de gedachtenis- en ethische inzetten die met die verklaringen verbonden zijn.

 

Robert N. Kraft: Considérations sur les témoignages des criminels : comment les commissions vérités contribuent au genre des témoignages filmés (pdf)

  • De gefilmde getuigenissen die werden opgenomen en gecatalogeerd in de audiovisuele archieven, zijn meestal getuigenissen van mensen die slachtoffers van vervolging zijn geweest. Door middel van de 'waarheidscommissies', opgericht met de bedoeling nationale conflicten op te lossen (zoals de geslaagde waarheidscommissie in Zuid Afrika 1995-2001). Konden gedetailleerde en vrijwillige bekentenissen opgenomen worden, in ruil voor amnestie voor de begane misdaden. Die bekentenissen had men op en andere manier niet kunnen bekomen en ze blijken de mogelijkheid te scheppen voor een vollediger begrip van de misdaden en bovendien van de misdadigers.

 

 

Filmografie

Vincent Lowy en Bruno Della Pietra: Bourreaux et tortionnaires à l’écran. Petite filmographie (pdf)

 

 

Varia

Daniel Weyssow: « À la recherche du père é-perdu ». Texte-dessins de Sarah Kaliski (pdf tekst)(pdf beelden)

 

 

Terug naar de lijst van tijdschriften

Het Tijdschrift staat online op
openedition.org


revues.org

Vorige nummers

  • Nr. 127 (oktober 2018): 1918 en het voortdurende geweld

    Honderd jaar geleden, in november 1918, eindigde de Eerste Wereldoorlog. Na vier jaar bloedige oorlog keerde de vrede weer in Europa. Althans, zo leek het vanuit het gezichtspunt van de overwinnaars, en zo zal het ook lijken vanuit het gezichtspunt van een vredesgezinde eeuwherdenking honderd jaar later. De historische werkelijkheid was weerbarstiger. Op z’n minst tot 1923 bleef het geweld voortduren in de vorm van revoluties en contrarevoluties, burgeroorlogen en oorlogen. En ook de geesten bleven in de ban van het geweld, zowel te linker- als te rechterzijde.
    In het themanummer ‘1918 en het voortdurende geweld’ reconstrueert Getuigen hoe Europa na 1918 in de greep bleef van het geweld en hoe de oorlog zijn stempel drukte op een geweldcultuur die zou exploderen in het totale geweld van de Tweede Wereldoorlog.

    Inhoudsopgave en samenvattingen

    Nr. 126 (april 2018): Vragen over de toekomst van de herinnering

    Op 20 en 21 januari 2017 vond in het Luxemburgse Esch-sur-Alzette het colloquim Questions sur l’avenir du travail de mémoire / Fragen zur Zukunft der Gedenk- und Erinnerungsarbeit plaats, waar verschillende sprekers zich bezonnen over de toekomst van het herinneringswerk. Dankzij Frank Schroeder, directeur van het Musée national de la résistance in Esch en initiatiefnemer van het congres, konden we in dit dossier zes lezingen publiceren die een antwoord trachten te formuleren op de volgende vragen: Hoe bouwen we een kritische herinneringscultuur rond de Shoah op, die komaf maakt met mythes en nationale fragmentering? En hoe vangen we de afwezigheid van rechtstreekse getuigen op? Wie geeft wat door in de toekomst, en hoe?

    Inhoudsopgave en samenvattingen

    Nr. 125 (oktober 2017): De vervolging van homoseksuelen door de nazi's

    Dankzij het toegenomen aantal studies over het onderwerp is de afgelopen jaren onze historische kennis gegroeid over de vervolging en deportatie van homoseksuelen door de nazi’s. In dit dossier geven we het woord aan zowel ervaren als jonge onderzoekers. Zij werpen licht op het bijzondere lot van vrouwelijke en mannelijke homoseksuelen tijdens de Tweede Wereldoorlog, en bestuderen hoe de herinnering aan deze episode evolueerde na de oorlog.

    Inhoudsopgave en samenvattingen

    Nr. 124 (april 2017): Muziek in de kampen

    Muziek vormde een belangrijk onderdeel van het leven in een concentratiekamp, al dan niet geleid door de nazi’s. Welke soort muziek werd daar gecomponeerd en uitgevoerd, en wat was de precieze functie ervan? Was het een overlevingsmechanisme, een vorm van verzet voor de gedetineerden, een manier om hoop en menselijkheid uit te drukken? Of was het een instrument van terreur in handen van de kampbewakers? En wat is de rol van muziek in het herinneringswerk? Deze vragen vormen de rode draad doorheen het dossier.

    Inhoudsopgave en samenvattingen

    Nr. 123 (oktober 2016): Translating Memory

    Presentation of the dossier: What is the relationship between testimony, defined as a more or less ritualized firstperson account of political violence, and translation? Correspondingly, how does the translator position herself towards the witness? Can the translator be, or become, a witness? How, when and why are testimonies translated? Which linguistic and discursive strategies do translators resort to when faced with ethically challenging texts? Which role do they play exactly in the transmission of the historical knowledge, cultural values or social critique conveyed by the testimony? Does translation weaken or rather reinforce the relevance and impact of the original statement? How important is translation in literary, political and institutional settings? Do these specific settings determine translation practice in significant ways? To which extent can subsequent processes of transcription, editing, translation and archiving affect the source text? And how accurate are the boundaries we draw to distinguish witnessing from translating, documentary from literary testimony, the original from its translation? These are the main questions we intend to explore in our dossier.

    Inhoudsopgave en samenvattingen

    Nr. 122 (april 2016): Revisionisme en negationisme

    In de strikte betekenis van het woord is negationisme ‘de doctrine die de realiteit van de genocide door de nazi's op de Joden ontkent, meer bepaald het bestaan van de gaskamers’ (Larousse online). Bij uitbreiding slaat het begrip ook op de ontkenning van andere genocides en misdaden tegen de mensheid. De literatuur over het negationisme is omvangrijk: in veel landen zijn er zowel studies over het negationisme zelf als biografieën van negationisten. De argumentatieve en retorische strategieën van de negationisten zijn in het lang en het breed blootgelegd en websites ontmaskeren systematisch hun drogredenen. Er bestaat dus al behoorlijk wat betrouwbare informatie over het fenomeen. Toch is het om diverse redenen noodzakelijk om erop te blijven terugkomen.

    Inhoudstafel

    Nr. 121 (oktober 2015): Extreem geweld op/in scène

    Extreem geweld schuwt het beeld niet. Het spat van het scherm. Surft van het ene medium naar het andere, van de ene stijl naar de andere – reportages, documentaires, fictie, allerlei kunstvormen. Theater houdt zich afzijdig van die gretige klopjacht, hoewel ook hier het thema steeds terugkeert. Maar op een andere manier. Al van bij zijn ontstaan onderzoekt theater de voorstelling van geweld, maar het wist op haast miraculeuze wijze te ontsnappen aan de vaak steriele polemiek rond het verbod (of niet)… op de representatie van de Holocaust. De ‘theatrale’ benadering van extreem geweld getuigt vandaag dan ook van een verfrissende jeugdigheid en een onvermoeibaar streven naar de juiste verhouding tussen ethiek en esthetiek.

    Inhoudstafel en samenvattingen

    Nr. 120 (april 2015): Welke toekomst voor de herinnering aan de Armeense genocide?

    De Armeense genocide van 1915 vormt vandaag nog steeds het onderwerp van vele debatten en controversen. De geschiedenis geeft aanleiding tot intentieverklaringen, inzet en verzet, en zelfs ontkenning. Toch worden steeds openlijker banden gesmeed, bruggen gebouwd en gesprekken gevoerd tussen de Armeense en Turkse gemeenschap. Is verzoening mogelijk?

    Inhoudstafel en samenvattingen

    Nr. 119 (december 2014): 70 jaar geleden: Auschwitz. Terugblik op Primo Levi

    27 januari 1945. Zeventig jaar geleden wandelden de eerste soldaten van het Rode Leger Auschwitz binnen. Men zou kunnen zeggen dat het kamp toen werd ‘bevrijd’, hoewel Auschwitz, en geen enkel ander nazikamp, ooit een prioriteit vormden voor de Geallieerden. Primo Levi was een van de weinige overlevenden die zich wisten te verbergen en zo ontsnapten aan de gedwongen evacuaties. Jood, gedeporteerde, chemicus, getuige, schrijver: we blikken terug op deze complexe figuur, op zijn evolutie tot wat hij zelf een ‘professionele overlevende’ noemde, op zijn oeuvre. En op de betekenis die hij aan de woorden ‘verzet’ en ‘engagement’ gaf.

    Inhoudstafel en samenvattingen

    Nr. 118 (september 2014): In naam van de slachtoffers – Dictatuur en staatsterreur in Argentinië, Chili en Uruguay

    Tussen 1970 en 1990 kennen Argentinië, Chili en Uruguay een bijzonder gewelddadige periode van dictatuur en staatsterreur. Het proces van democratisch herstel in de jaren daarna gaat onvermijdelijk gepaard met de constructie van verhalen en herinneringen die het verleden vormgeven. De figuur van het slachtoffer staat centraal in dit proces, en wordt kritisch geanalyseerd in de teksten die Claudia Feld, Luciana Messina en Nadia Tahir hebben verzameld.

    Inhoudstafel en samenvattingen

    Nr. 117 (maart 2013): Amis? Ennemis? Relations entre mémoires [Vriend of vijand? Hoe herinneringen zich tot elkaar verhouden]

    Er werd al veel gesproken en geschreven over groepsherinnering, waarbij onderlinge relaties tussen herinneringen en hun geschiedenis vaak worden beschreven in termen van conflict, ‘oorlog’, concurrentie. Zo ontstonden krachtige clichés, een soort van algemeen aanvaarde doxa over het collectieve en culturele geheugen. Met dit dossier willen we een kritische analyse bieden van deze concepten en deze doxa. We onderzoeken met name de opkomst, de samenstelling en de onderlinge verbanden tussen verschillende herinneringen rond de grote gewelddadige periodes van de 20e eeuw. Welke relaties zijn mogelijk tussen deze herinneringen, die zich misschien niet op dezelfde gebeurtenis enten maar wel degelijk een aantal kenmerken en thema’s delen?

    Inhoudstafel en samenvattingen

    Nr. 116 (september 2013): Herinneringsreizen

    Moeten we bang zijn van het fenomeen ‘herinneringstoerisme’? Of moeten we leren leven met die realiteit? Valt elke bezoeker, in groep of individueel, voortaan onder de categorie van ‘toerist’? Of is die categorie een intellectuele simplificatie die ver afstaat van wat men tijdens zo’n bezoek ervaart? We moeten de vraag ietwat anders formuleren, wanneer we kijken naar de begeleide reizen die voor jongeren worden georganiseerd, voornamelijk door leerkrachten. In dit dossier geven we het woord aan historici en pedagogen die ervaring hebben met herinneringsreizen.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 115 (maart 2013): Spanje en de opbouw van de gedachtenis

    In dit nummer trachten we inzicht te krijgen in de veelsoortige identiteiten en relaties tussen herinneringen en representatievormen in het hedendaagse Spanje. Het is vandaag van essentieel belang om een nieuw licht te werpen op de gelaagde herinnering aan de burgeroorlog, de ballingschap en de repressie onder Franco. Verder herbekijken we de manier waarop andere herinneringen, zoals die aan de Shoah, werden ontvangen en geïntegreerd. In het bijzonder richten we onze aandacht op de spanningen – soms antagonistisch, soms productief – die bestaan tussen officiële evenementen, acties van verenigingen en artistieke initiatieven.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 114 (december 2012): Gedenkplaatsen

    Herdenkingsplaatsen vormen het tastbare spoor van de Europese herinnering en geschiedenis van de twintigste eeuw. Maar hoe zien zij er vandaag uit? Sinds tien of vijftien jaar zijn de criteria voor het tentoonstellen en het bewaren van de sites vaak grondig veranderd, net zoals de nieuwe ontwikkelingen in het historisch onderzoek onze visie en interpretatie van het verleden hebben veranderd. Ondertussen zijn het niet meer zozeer de getuigen, maar eerder professionele historici, die de geschiedenis schrijven. Toch is dat niet de enige oorzaak van de evolutie in het domein: men is zich bewuster geworden van het belang van overdracht en herinneringseducatie, en bovendien heeft de archeologie het historisch onderzoek veel bijgebracht. We hebben de ideologische sluier van ons afgeworpen die zo bepalend is geweest voor onze opvatting van de permanente tentoonstellingen, het behoud van de sites en de organisatie van de bezoeken. Kunnen we stellen dat een nieuw tijdperk is aangebroken in de herinneringsoverdracht? Hiermee zetten we in elk geval voluit in op het heden evenals de toekomst.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 113 (september 2012): De taboes van de Duitse geschiedenis

    De meest pijnlijke en ambivalente periodes uit de twintigste-eeuwse Duitse geschiedenis worden gekenmerkt door talrijke taboes die in literatuur, fotografie en film opduiken in de vorm van een ‘terugkeer van het onderdrukte’. De artikels in dit dossier behandelen enerzijds de problematiek van het antisemitisme en de houding van de Duitssprekende bevolkingen tegenover de Shoah. Anderzijds onderzoeken ze hoe mensen het geweld ondergingen van de bombardementen, de vlucht voor het Rode Leger en de massale verkrachtingen.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 112 (juni 2012): De kinderen van de Spaanse burgeroorlog. Ervaringen en culturele voorstellingen

    Dit dossier is gewijd aan de ervaringen en culturele voorstellingen van kinderen tijdens de Spaanse burgeroorlog. We confronteren de ervaring van de kinderen – een ervaring die op vele manieren uitdrukking kreeg tijdens en na het conflict – met de voorstellingen die volwassenen van diezelfde kinderen maakten. Zo hopen we inzicht te krijgen in een conflict dat een bevolking, die samenleefde op eenzelfde grondgebied, volledig wist te verscheuren.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 111 (december 2011): Gevaarlijk spel tussen kunst en propaganda

    Politieke instellingen (politieke partijen en regeringen) gebruiken de media om zichzelf in de kijker te werken, om een reputatie op te bouwen en het publiek te overtuigen van hun boodschap. Voor autoritaire besturen vormen de media een middel om hun heerschappij te verstevigen. Hoe hebben kunstenaars in het verleden kunnen meewerken aan propaganda, waarvan het utiliteitsstreven nochtans haaks staat op de doelstellingen die men traditioneel aan kunst verbindt? Hebben zij hun intrinsiek artistieke project verloochend, of hebben ze het zelf bewust vervormd?

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 110 (oktober 2011): Volksverhuizingen, deportaties, verbanningen

    Criminele groeperingen en staten gebruiken volksverhuizingen om bepaalde bevolkingsgroepen te isoleren of uit de weg te ruimen. Niet alleen worden hun mensenrechten geschonden, deze groepen verdwijnen ook uit de publieke ruimte, verliezen hun houvast en hun sociaal netwerk. Ze worden dan ook makkelijk het slachtoffer van dwangmaatregelen (uitzetting uit hun territorium, dwangarbeid …) of geweld (hongersnood, slachtpartijen, genocide …). Sinds de Eerste Wereldoorlog is dit fenomeen wereldwijd alleen maar toegenomen en kreeg het ook een ‘memoriële’ dimensie: er ontstond een herinnering rond de verhuizingen, waarvan we vandaag de sporen terugvinden in literatuur, tentoonstellingen en musea. Met dit dossier willen we juist de aandacht vestigen op die dubbele beweging, historisch en memorieel.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 109 (maart 2011): Twintigste-eeuwse oorlogen en genociden in het stripverhaal

    Het stripverhaal was betrokken bij de donkerste bladzijden van de menselijke geschiedenis, in een ondergeschikte rol of achteraf terugblikkend op de oorlogen en volkerenmoorden in de twintigste eeuw. In het eerste deel van dit dossier belichten we hoe Franse, Britse en Nederlandse stripuitgevers en -auteurs zich tijdens de Tweede Wereldoorlog ten dienste stelden van de bezetter of zich net tegen hem gingen verzetten. Via de bijdrage van het stripverhaal aan de oorlogsinspanning richten we de schijnwerpers op het potentieel van het medium als actie- en propagandamiddel. In het tweede deel van het dossier komt aan bod hoe stripauteurs achteraf bepaalde gebeurtenissen weergeven. Door het creatief behandelen van onderwerpen die lang als ontoegankelijk werden beschouwd bewijst het stripverhaal dat het tot veel meer in staat is dan alleen maar een ‘reconstructie’ van de feiten. Denk daarbij aan beide wereldoorlogen, de volkerenmoorden op de Armeniërs, de Joden, de Cambodjanen en de Tutsi’s, en de bloedbaden in Sabra en Sjatila.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 108 (juli-september 2010): De behandeling van de geschiedenis in de documentaire film

    In dit dossier worden de knelpunten onderzocht aangaande geschiedschrijving voor televisie. De nadruk ligt op historische documentaires die werden geproduceerd voor en door televisie, want dat is tegenwoordig het belangrijkste medium voor historische overdracht. Er is aandacht voor historici die in hun werk de verhouding behandelen tussen het beeld en zijn cognitieve waarde (Annette Becker, Laurent Veray, Isabelle Veyrat-Masson), maar ook voor andere onderzoekers en docenten (Charles Heimberg, Fanny Lautissier, Matthias Steinle). Daarnaast kregen ook diverse betrokkenen aan productiezijde het woord: regisseurs (Patricia Bodet, Serge Viallet), producers (Jacques Kirsner) en documentalisten die zich specialiseren in opzoekwerk in filmarchieven (Anne Connan, Christine Loiseau). Omdat La chaconne d'Auschwitz bijzonder relevant is voor nagedachteniskwesties en het statuut van de waarheid wordt deze documentaire van Michel Daëron geanalyseerd door de geschiedkundige/historisch adviseur Sonia Combe en vervolgens van commentaar voorzien door de regisseur zelf en door de monteur Eva Feigeles.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 107 (april-juni 2010): De bekentenis

    In de loop van de geschiedenis is de bekentenis opgeschoven van de juridische en/of christelijke sfeer naar een reeks andere sociale contexten. Dit blijkt uit de bijdragen in dit dossier, waarin de bekentenis structureel wordt onderzocht door een reeks medewerkers: taalkundigen, specialisten in de literatuurwetenschap, geschiedkundigen en onderzoekers op het vlak van informatie- en communicatiewetenschap. Via de analyse van literaire en andere teksten, speel- en andere films en/of specifieke historische gebeurtenissen laten zij zien dat de bekentenis het gevolg is van de verhouding die een groep of persoon heeft met zijn/haar verleden en toekomst, maar net zo goed met anderen, namelijk de bestemmelingen. Verschillende auteurs hebben het over de waarheidsclaim van de bekentenis, terwijl anderen aantonen dat ze ook haaks op de waarheid kan staan of een andere waarheid kan uitdrukken dan de toehoorders verwachten.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 106 (januari-maart 2010): Valse getuigen

    In de humane en sociale wetenschappen wordt tegenwoordig steeds meer aandacht besteed aan getuigenissen en getuigen. De keerzijde van de medaille is dat valse getuigenissen en getuigen worden verwaarloosd, of overgelaten aan zij die dit fenomeen aanklagen. Omdat we een en ander toch serieus moeten nemen, doen we de test en stellen een reeks vragen: we worden vaak ‘tot getuige genomen’, maar wat zijn de sociale en psychologische contexten waarin we kort- of langdurig geloof hechten aan een vals getuigenis? Welke rol speelt de culturele en media-industrie hierbij? Hoe verhouden valse getuigenissen, fictieve getuigen en fictie zich tot elkaar?

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 105 (oktober-december 2009): Charlotte Delbo

    De vooraanstaande intellectueel en theaterfiguur Charlotte Delbo (1913-1985) zette zich al vroeg in voor de communistische zaak, hoewel ze nooit lid werd van de partij. Ze was actief in het verzet, werd opgepakt en gedeporteerd met het transport van 24 januari 1943. Ze werd eerst opgesloten in Auschwitz en vervolgens naar Ravensbrück overgebracht. Haar getuigenis, een van de belangrijkste over de gruwel van de naziconcentratiekampen, leeft voort in een reeks teksten, vooral voor het theater. Daaruit blijkt haar engagement tegen elke vorm van politieke onderdrukking, of het nu gaat over Algerije, Chili, Griekenland of de goelags.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 104 (juli-september 2009): Nogmaals antifascisme. Geschiedenis, ideologie, gedachtenis

    Naar aanleiding van de twintigste verjaardag van de val van de Muur en het verdwijnen van de DDR kijken we opnieuw naar het antifascisme als een van de hoekstenen van het ‘andere’ Duitsland. Of het nu gaat om antifascisme ‘op bevel’ dan wel om een mythe, in dit dossier nemen we het begrip weer onder de loep, waarbij we rekening houden met de historische werkelijkheid en ideologische manipulatie. Uit recent onderzoek in zo goed als onontgonnen archieven komt een genuanceerder beeld naar voren van het Oost-Duitse antifascisme, inclusief zijn betrachtingen, grenzen en gedachtenis. Om een vergelijking mogelijk te maken was het belangrijk om ons niet tot het Duitse geval te beperken. Zo hielden we rekening met de beeldvorming rond het Italiaanse en Franse antifascisme, de complexe geschiedenis van het Sloveense verzet in Oostenrijk en de ups en downs van een vereniging als de WIDF (Women's International Democratic Federation). In het dossier worden historiografische onderzoeken afgewisseld met analyses van biografische documenten, heroïsche figuren, tentoonstellingen, monumenten en literaire werken, dit alles vanuit cultuurwetenschappelijk oogpunt.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 103 (april-juni 2009): Nazimisdaden en genociden op het scherm

    In dit dossier gaan we dieper in op een aantal kwesties. We maken de balans op van een iconografie die sterk bepalend is geweest tijdens de tweede helft van de twintigste eeuw, in die mate dat het concentratiekampthema een apart genre werd in film, fotografie en kunst. De beelden die de geallieerde troepen aan het eind van de oorlog draaiden toen ze de naziconcentratiekampen ontdekten, maakten inderdaad een verpletterende indruk. Volgens sommigen lagen ze zelfs aan de oorsprong van de filmische moderniteit. Sporen daarvan zijn terug te vinden in de documentaire, fictie-, avant-gardistische en populaire film en in allerlei visuele producties uit de vier windstreken. Je kunt zelfs stellen dat de cinema van de voorbije veertig jaar de institutionalisering van de Shoah niet zozeer heeft begeleid als wel gestimuleerd. Hoe moeten we die aanhoudende invloed begrijpen?

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 102 (januari-maart 2009): De representatie van politieke misdadigers. Kunst, film, theater, literatuur, media

    Kunst en literatuur hebben altijd veel aandacht besteed aan misdaden en massale geweldpleging (martelingen, slachtpartijen en slagvelden) en dat is ook vandaag nog het geval. In de jaren 1960 werden de nazimisdaden al op het toneel aangeklaagd door de misdadigers zelf op te voeren (Die Ermittlung van Peter Weiss, Der Stellvertreter van Rolf Hochhuth). Maar het fenomeen reikt verder dan het nazisme. Zoals elke tiran had ook Franco zijn hagiografen en dubbelzinnige Falange-figuren vonden recentelijk nog hun weerslag in Spaanse romans in het teken van de herinnering. Met betrekking tot Rwanda beginnen er verslagen te verschijnen van de hand van genocidedaders. Ook aan de Rode Khmer werden al enkele films en stripverhalen gewijd. In dit dossier wordt onderzocht hoe politieke misdadigers aan bod komen in literatuur, film, theater en beeldende kunsten in Europa, Afrika en Azië. We stellen ook de vraag naar hun weergave in de media, meer bepaald in Argentinië en Zuid-Afrika: is de beul werkelijk een getuige?

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 101 (oktober-december 2008): Welke pedagogie, voor welke herinnering(en)?

    Hoe kunnen we onze uiteenlopende ervaringen nuttig maken om de actuele ‘herinneringsopvoeding’ op een vernieuwende leest te schoeien? De pedagogie krijgt de taak toebedeeld om de kennis omtrent extreem geweld over te brengen die tegenwoordig ‘herinnering’ heet, een algemene maar tegelijk meerduidige term. Vaak moet de pedagogie een antwoord bieden op verwachtingen binnen de moderne maatschappij. Het betreft meer bepaald de erkenning van gedachtenisvormen die recent op de voorgrond traden en waarmee gemeenschappen en sociale groepen zich willen laten kennen. In dit dossier onderzoeken we hoe de historische complexiteit betreffende de meervoudige gevoeligheden van gemeenschappen en natiestaten pedagogisch kan worden aangebracht. We hebben het over de invloed van de actuele herinnering en de plaats daarin van de Shoah, waarbij ook heel wat methodologische aspecten aan bod komen.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 100 (juli-september 2008): De kwestie van de 'beul'

    Tegenwoordig bestijgen beulen vaker het schavot om te worden geëxecuteerd dan om te werken. ‘Beulen’ in moderne zin slaat op individuen die collectieve misdaden begaan waarmee ze een stempel drukken op de geschiedenis, van planningsdeskundigen over diverse tussenpersonen tot uitvoerders. In de artikelen van dit dossier bestuderen we de beulen via hun legende, privéleven, dagboeken, instelling of via de organisatie die ze trachten op te richten op de diverse plekken waar ze tekeergaan. Het betreft een uitgebreid onderwerp dat bijzonder actueel blijft.

    Lees hier het integrale nummer

 
De werking van ons Centrum geniet de steun van:logo loterie nl   logo bnb nl       We zijn lid van het BCH  

Contact

Stichting Auschwitz – vzw Auschwitz in Gedachtenis
Wolstraat 17/Bus 50 – B-1000 Brussel
  +32 (0)2 512 79 98
  +32 (0)2 512 58 84
  info@auschwitz.be
Kantoren geopend van maandag tot vrijdag tussen 9.30 en 16 uur, toegang bij voorkeur op afspraak.

twfbytin

Lid worden

Wilt u lid worden van de vzw Auschwitz in Gedachtenis, deelnemen aan haar activiteiten of gewoon haar werking ondersteunen, contacteer ons en stort € 40 op rekeningnummer IBAN: BE55 3100 7805 1744 – BIC: BBRUBEBB.
Elke gift van meer dan € 40 geeft recht op een belastingvermindering in België.

Schrijf in

op onze nieuwsbrief in het Nederlands
captcha 
De website van vzw Auschwitz in Gedachtenis en van de Stichting Auschwitz maakt gebruik van cookies om het surfen op de site te vergemakkelijken en om bepaalde functies toe te laten. Door de website verder te gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies.