Stichting Auschwitz - Inhoudstafel, samenvattingen en integrale teksten nr. 100
Voorstelling van het tijdschrift

Bestelling van het volledige nummer

Vraag om onlinepublicatie van de artikels welke nog niet op de website aanwezig zijn

 

Terug naar de lijst van tijdschriften

 

Philippe Mesnard, Yannis Thanassekos: Getuigen. Tussen Geschiedenis en Gedachtenis. Multidisciplinair Tijdschrift van de Stichting Auschwitz  (pdf)

 

 

Dossier: De kwestie van de 'beul'

Gecoördineerd door Philippe Mesnard en Yannis Thanassekos

 

Philippe Mesnard: Editoriaal (pdf)

 

Benoît Cazenave: La Mégère de l’Armagedon (pdf)

  • Ilse Koch wordt na 1945 veroordeeld voor talrijke misdaden begaan tegen KZ-gevangenen. Zij wordt zonder bewijs beschuldigd, van een groot aantal andere misdaden, waaronder het vervaardigen van objecten in mensenhuid en van sexuele perversies. Haar processen gaan, in een context van denazificering en koude oorlog, symbool staan voor de democratisering en de deculpabilisering in Duitsland en voor de feminisering van de nazi schanddaden. Ze dient als muze voor talrijke erotisch-sadistische werken en de fascinatie met het nazisme in de jaren 1960-1970. Vandaag blijft ze een referentie voor 'vrouwelijke geweld(dadigheid)' en een instrument voor negationistische propaganda.

 

Regula Christina Zürcher: Massacreur et père : un paradoxe apparent (pdf)

  • Deze bijdrage gebruikt de orders van het garnizoen en de Kommandantur van Auschwitz, de memoires van leden van de SS, hun beweringen voor onderzoeksrechters, herinneringen van gevangenen en reeds uitgevoerde onderzoeken, om het familieleven te beschrijven van de SS-ers die de massavernietiginginstallaties van Auschwitz lieten functioneren. Het blijkt dat de aanwezigheid van de echtgenotes en kinderen voor het functioneren van de SS-ers en zodoende voor de uitroeiingmachine een voorwaarde was. De families leidden in de SS-woonwijk een aangenaam leven vol afwisseling en brachten verstrooiing en compensatie, opdat de daders hun arbeid die bestond uit doden, zouden kunnen vergeten en aan het normale karaktervan hun werk kunnen geloven.

 

Régine Waintrater: Les Bienveillantes, intimité forcée ou intimidation ? (pdf)

  • De roman van Jonathan Littell, Les Bienveillantes, berust op een strategie die uitgaat van de auteur en in de tekst zelf functioneert als een geheel van instrumenten voor een perverse verleiding. De auteur en de vertelling van Max Aue (het vertelpersonage dat zijn leven in de SS op het Oostfront, in Berlijn en in de nazikampen vertelt) verwarren ten overvloede extreme gewelddadigheid, seksuele afwijking en transgressieve scènes. Het is paradoxaal dat die roman geroemd werd als een verovering van nieuw terrein in de ontdekking van de mechanismen van de Shoah door het prisma van het bewustzijn van een misdadiger. De belangrijke onderzoeken over werkelijk bestaande individuen die zich schuldig hebben gemaakt aan dergelijke misdaden, laten zien dat dat personage hoogst onwaarschijnlijk is. Beulen spreken niet. En deze beul is een onstuitbare praatvaar.

 

Charlotte Lacoste: De la vigilance critique (pdf)

  • De roman van Jonathan Littell werd door de Franse kritiek met geestdrift verwelkomd. Voor velen kon het niet anders dan het eerste literaire meesterwerk van de 21ste eeuw zijn. De critici gaven wel toe dat Les Bienveillantes niet bijzonder uitblonk door literaire kwaliteiten. Over het algemeen schoven ze twee argumenten naar voren om hun geestdrift te rechtvaardigen: de documentaire research enerzijds en de narratieve articulatie anderzijds. Dit artikel wil een kritische analyse brengen van het geheel van tekstuele articulaties in het boek, de inter-teksten laten zien die de auteur gebruikt, en de verleidingsstrategieën die hij ontwikkelt tegenover een publiek dat op die manier wordt uitgenodigd om deel te nemen aan een onderneming die het inzicht in de Shoah vertroebelt Zodoende stelt het artikel de kwaliteiten in vraag die overhaast en ten onrechte aan het werk werden toegekend.

 

Pierre Ayçoberry: Autoportrait d’un fanatique en quarante mille pages : le Journal de Joseph Goebbels 1923-1945

  • Elke dag en tweëntwintig jaar lang hield Goebbels zijn Dagboek bij, samenvatting van zijn activiteiten van de vorige dag en weergave van de uitspraken van zijn vrienden, zijn rivalen en zijn meester. Na een halve eeuw verdwijnen en onverwacht heropduiken – publicaties van gedeelten van het Dagboek en vol fouten – is eindelijk de integrale uitgave in 29 banden kunnen verschijnen tussen 1993 en 2005, en dankzij de volharding van de leden van het Institut für Zeitgeschichte in München. Een ingekorte uitgave in het Frans telt vier banden, waarvan drie reeds verschenen.
    Weliswaar moeten het massale aantal informaties die deze bladzijden aanbrengen over het interne leven van de Nazi Partij en vervolgens van het nazi regime, ononderbroken bijgesteld worden door een kritische lectuur. Het Dagboek houdt als genre inderdaad in dat de auteur zich aan het nageslacht presenteert als de trouwste en meest lucide onder des Führers acolieten, bij mooi weer maar ook bij ontij.
    Maar de trouw die hij ten toon spreidt is ook de waarborg dat hij even scrupuleus waanbeelden en rationele analyses noteert. Zodoende krijgt de lezer de gelegenheid van nabij twee fanatici te bestuderen, twee fanatici die van hun eerste ontmoeting tot hun ultieme samenzijn quasi onlosmakelijk met elkaar verbonden bleven.

 

Pierre Thys: Approche criminologique du criminel de guerre contemporain (pdf)

  • Met een keuze van gevallen uit de hedendaagse gewapende conflicten blijkt het mogelijk om 'beulen' te bestuderen door terug te grijpen naar de criminologische wetenschap en in de eerste plaats de psycho-sociologie van de misdadiger. Misschien verschilt de oorlogsmisdadiger slechts in graad en niet fundamenteel van de misdadigers van gemeen recht. Hij lijkt weliswaar meer een 'gewone mens' dan de misdadiger die sociaal onbetrokken is. Maar dat onderscheid vervaagt wanneer men wat nauwkeuriger de processen bestudeert die op de misdaad uitlopen en tot de herhaling ervan leiden. De criminologische wetenschap is een welkome en vruchtbare steun bij de verklaring van de daden van de oorlogsmisdadigers en ontstaansgeschiedenis ervan. Ondertussen blijkt de gelegenheid- en winstgedreven misdaad vooral een roemloze misdaad en blijft de dader ervan een van zijn daden bewust misdadiger.

 

Laurent Thiery: La « Gestapo de Lille » (1940-1944) : histoire et représentation

  • Van 1940 tot 1944 is er in Rijsel een antenne werkzaam van de Sipo-SD, die in het gebied van de OFK 670, en tegen Joden en weerstand. Ze is sterk ondergeschikt aan de militairen en telt slechts een beperkt aantal manschappen. Desondanks gaat ze in de naoorlogse collectieve herinnering tot het beeld van de beul uitgroeien. De studie verbindt onderzoek van de dienst en zijn mensen met het vraagstuk van de representaties.

 

Tine Jorissen: Le Auffanglager Breendonk et le Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort : une comparaison (pdf)

  • Het Auffanglager Breendonk en het Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort vertonen naast enkele verschillen (onder andere het kleinschalige karakter van de eerstgenoemde en het gegeven van de laatstgenoemde als SS-opleidingscentrum fungeerde) ook verscheidene overeenkomsten. Zo bestond onder andere het bewakingspersoneel van beide kampen uit autochtone en Duitsers. Er kunnen dus gelijkenissen worden gevonden tussen de samenstelling van beide personeelsbestanden (taakverdeling, aantal...) alsook de gebruikte – meestalgewelddadige – methoden. 
    Bovendien werden na de bevrijding de belangrijkste 'beulen' van beide kampen berecht en het is interessant om de gebruikte procedures en opgelegde straffen te vergelijken, alsook de reacties van de Belgische en Nederlandse publieke opinies dienaangaande.

 

Frediano Sessi: Criminels par procuration ? Sur l'auto-administration des détenus dans les Lager (pdf)

  • In een rendevoering van de zomer 1944 noemde Himmler bepaalde gevangenen 'het leger van mijn subalternen'. De machtsdelegatie aan die gevangenen start in 1933 in Dachau. Elke barak krijgt een Feldwebel en elk Arbeitskommando krijgt een Arbeitsfeldwebe. In deze fase gaat het om Duitse misdadigers, aan wie de macht om de gevangenen te organiseren en te straffen wordt gedelegeerd. De gevangenen-medewerkers worden vervolgens gekozen volgens het organisatiemodel van het kamp. Dat zal in vijf afdelingen (en vanaf 1942 in zes) worden gestructureerd. Er verschijnen figuren zoals de Lagerälteste (kampoudste), de Blockälteste (blokoudste), de Stubenälteste of de Stubendienst, de Kapo (verantwoordelijk voor een Arbeitskommando) en ook de Unterkapo. Vergeten we niet het leger Schreiber, die de archieven van het kamp bijhielden, of de Interpreten (tolken), de bodes (Läufer), de Küchenkapo's (gevangenen hoofd van de keukens) of de verpleegers van het Revier. Een afzonderlijke behandeling verdienen de Sonderkommando's, bij de gaskamers en de crematoria in de vernietigingskampen. Zoals Rousset schrijft vormden deze gevangenen de aristocratie van het kamp. We vinden onder hen niet alleen wreedaards en moordenaars, maar ook leden van het verzet die streden voor de redding van vele van hun lotgenoten. Getuige daarvoor het voorbeeld van de 'beschermingsgroep' die door de rode driehoeken met een Kapo-functie in Buchenwald werd gevormd. Ook vandaag heerst er nog een miskenning voor vele verzetsdaden van de bevoorrechte gevangenen (generisch: kapo). En er bestaat nog altijd geen geschiedsbeschrijving van het nazikampensysteem die de structruur van concentrationaire samenleving ook vanuit de getuigenissen van de Kapo's bekijkt.

 

 

Varias

Susanne Wein: Antisémitisme dans les mouvements ouvriers des années 1920 ?  Enquête sur la presse ouvrière de Brême de 1924 à 1928

  • Deze bijdrage onderzoekt de tot hier toe veronachtzaamde kwestie van de houding van de linkerzijde, met name de KPD en de SPD van Bremen, tegenover het antisemitisme. Zij vertrekt vanuit de vaststelling dat het antisemitisme sinds het Reich fungeert als een gemeenschappelijke culturele code met betrekking tot de wereldbeschouwing van de gehele samenleving.
    Na een retrospectieve kijk op de gemeenschappelijke geschiedenis van beide socialistische partijen tot de Eerste Wereldoorlog richt het artikel zijn aandacht op enkele antisemitische incidenten die zich in Bremen hebben voorgedaan tijdens de Weimar republiek.
    Om de opstellingen van de hedendaagse geschiedenis te ontwaren heeft de auteur gekozen voor een discursieve analyse van de linkse partijbladen tijdens de relatief kalme periode van 1924 tot 1928. Men vindt er schema’s in terug die een analyse van de casus Bremen overstijgen. Door een manicheïstische visie op de wereld aan te houden geeft de KPD blijk van een structurele tendens om enerzijds de antisemitische clichébeelden te negeren en anderzijds om deze zelf in het leven te roepen. Dit vertaalt zich vooral doorheen het personage van de “rijke kapitalistische jood”. Samen met dit beeld werden er ook complottheorieën ontwikkeld waarbij haar eigen achterban als slachtoffer werd voorgesteld. Het partijprogramma dat zegt geen onderscheid te willen maken tussen christelijk en joods kapitaal wordt in de praktijk voortdurend tegengesproken. In de SPD manifesteert de antisemitische culturele code zich evenzeer. Zeker, de partij verontwaardigt zich over de antisemitische daden en uitspraken, maar de ondoordachte schema’s duiken evenzeer op: in plaats van deze te ontkrachten maakt de SPD zelf gebruik van de ‘typisch joodse’ stereotiepen als ironisch wapen tegen de rechtse tegenstrever. In de argumentatie van de partij moeten joden en joodse onberispelijk zijn. In geïsoleerde gevallen schrikt de SPD er niet voor terug om gebruik te maken van antisemitische beelden.

 

Chris Gastmans, Maria Berghs, Bernadette Dierckx de Casterlé: Verantwoordelijkheidspraktijken en verpleegkundigen gedurende de euthanasieprogramma’s van Nazi-Duitsland (1939-1945)

  • In dit artikel belichten we de context van de morele beslissingen die verpleegkundigen namen in de euthanasieprogramma's van Nazi-Duitsland tussen 1939 en 1945. We maken gebruik van het filosofisch model van Margaret Urban Walker, meer bepaald van haar hypothese dat moraliteit bestaat uit een geheel van verantwoordelijkheidspraktijken. Op deze wijze trachten we een beeld te schetsen van de opvattingen die verpleegkundigen hadden over hun verantwoordelijkheden in de euthanasieprogramma's. Eerst schetsen we in een korte inleiding de euthanasieprogramma's van Nazi-Duitsland van 1939 tot 1945 en de deelname van verpleegkundigen hieraan. Dit overzicht illustreert hoe de verantwoordelijkheden van verpleegkundigen werden gemanipuleerd. Vervolgens wordt verpleegkunde als morele praktijk bestudeerd in de context van de specifieke opvattingen over en praktijken van verantwoordelijkheid in de euthanasieprogramma's. Ten derde worden de redenen onderzocht die verpleegkundigen gaven om elke vorm van verantwoordelijkheid te ontlopen. Ten vierde wordt nagegaan of verpleegkundigen enige verantwoordelijkheid hebben genomen in de euthanasieprogramma's. Tenslotte bespreken we de relevantie van een historisch-ethische reflectie voor de morele verantwoordelijkheid van verpleegkundigen die vandaag worden geconfronteerd met euthanasiepraktijken.

 

Hélène Piralian: En quoi le génocide met-il à l'épreuve les fondements mêmes de la psychanalyse ?  Les sites rwandais

 

 

Terug naar de lijst van tijdschriften

Het Tijdschrift staat online op
openedition.org


revues.org

Vorige nummers

  • Nr. 127 (oktober 2018): 1918 en het voortdurende geweld

    Honderd jaar geleden, in november 1918, eindigde de Eerste Wereldoorlog. Na vier jaar bloedige oorlog keerde de vrede weer in Europa. Althans, zo leek het vanuit het gezichtspunt van de overwinnaars, en zo zal het ook lijken vanuit het gezichtspunt van een vredesgezinde eeuwherdenking honderd jaar later. De historische werkelijkheid was weerbarstiger. Op z’n minst tot 1923 bleef het geweld voortduren in de vorm van revoluties en contrarevoluties, burgeroorlogen en oorlogen. En ook de geesten bleven in de ban van het geweld, zowel te linker- als te rechterzijde.
    In het themanummer ‘1918 en het voortdurende geweld’ reconstrueert Getuigen hoe Europa na 1918 in de greep bleef van het geweld en hoe de oorlog zijn stempel drukte op een geweldcultuur die zou exploderen in het totale geweld van de Tweede Wereldoorlog.

    Inhoudsopgave en samenvattingen

    Nr. 126 (april 2018): Vragen over de toekomst van de herinnering

    Op 20 en 21 januari 2017 vond in het Luxemburgse Esch-sur-Alzette het colloquim Questions sur l’avenir du travail de mémoire / Fragen zur Zukunft der Gedenk- und Erinnerungsarbeit plaats, waar verschillende sprekers zich bezonnen over de toekomst van het herinneringswerk. Dankzij Frank Schroeder, directeur van het Musée national de la résistance in Esch en initiatiefnemer van het congres, konden we in dit dossier zes lezingen publiceren die een antwoord trachten te formuleren op de volgende vragen: Hoe bouwen we een kritische herinneringscultuur rond de Shoah op, die komaf maakt met mythes en nationale fragmentering? En hoe vangen we de afwezigheid van rechtstreekse getuigen op? Wie geeft wat door in de toekomst, en hoe?

    Inhoudsopgave en samenvattingen

    Nr. 125 (oktober 2017): De vervolging van homoseksuelen door de nazi's

    Dankzij het toegenomen aantal studies over het onderwerp is de afgelopen jaren onze historische kennis gegroeid over de vervolging en deportatie van homoseksuelen door de nazi’s. In dit dossier geven we het woord aan zowel ervaren als jonge onderzoekers. Zij werpen licht op het bijzondere lot van vrouwelijke en mannelijke homoseksuelen tijdens de Tweede Wereldoorlog, en bestuderen hoe de herinnering aan deze episode evolueerde na de oorlog.

    Inhoudsopgave en samenvattingen

    Nr. 124 (april 2017): Muziek in de kampen

    Muziek vormde een belangrijk onderdeel van het leven in een concentratiekamp, al dan niet geleid door de nazi’s. Welke soort muziek werd daar gecomponeerd en uitgevoerd, en wat was de precieze functie ervan? Was het een overlevingsmechanisme, een vorm van verzet voor de gedetineerden, een manier om hoop en menselijkheid uit te drukken? Of was het een instrument van terreur in handen van de kampbewakers? En wat is de rol van muziek in het herinneringswerk? Deze vragen vormen de rode draad doorheen het dossier.

    Inhoudsopgave en samenvattingen

    Nr. 123 (oktober 2016): Translating Memory

    Presentation of the dossier: What is the relationship between testimony, defined as a more or less ritualized firstperson account of political violence, and translation? Correspondingly, how does the translator position herself towards the witness? Can the translator be, or become, a witness? How, when and why are testimonies translated? Which linguistic and discursive strategies do translators resort to when faced with ethically challenging texts? Which role do they play exactly in the transmission of the historical knowledge, cultural values or social critique conveyed by the testimony? Does translation weaken or rather reinforce the relevance and impact of the original statement? How important is translation in literary, political and institutional settings? Do these specific settings determine translation practice in significant ways? To which extent can subsequent processes of transcription, editing, translation and archiving affect the source text? And how accurate are the boundaries we draw to distinguish witnessing from translating, documentary from literary testimony, the original from its translation? These are the main questions we intend to explore in our dossier.

    Inhoudsopgave en samenvattingen

    Nr. 122 (april 2016): Revisionisme en negationisme

    In de strikte betekenis van het woord is negationisme ‘de doctrine die de realiteit van de genocide door de nazi's op de Joden ontkent, meer bepaald het bestaan van de gaskamers’ (Larousse online). Bij uitbreiding slaat het begrip ook op de ontkenning van andere genocides en misdaden tegen de mensheid. De literatuur over het negationisme is omvangrijk: in veel landen zijn er zowel studies over het negationisme zelf als biografieën van negationisten. De argumentatieve en retorische strategieën van de negationisten zijn in het lang en het breed blootgelegd en websites ontmaskeren systematisch hun drogredenen. Er bestaat dus al behoorlijk wat betrouwbare informatie over het fenomeen. Toch is het om diverse redenen noodzakelijk om erop te blijven terugkomen.

    Inhoudstafel

    Nr. 121 (oktober 2015): Extreem geweld op/in scène

    Extreem geweld schuwt het beeld niet. Het spat van het scherm. Surft van het ene medium naar het andere, van de ene stijl naar de andere – reportages, documentaires, fictie, allerlei kunstvormen. Theater houdt zich afzijdig van die gretige klopjacht, hoewel ook hier het thema steeds terugkeert. Maar op een andere manier. Al van bij zijn ontstaan onderzoekt theater de voorstelling van geweld, maar het wist op haast miraculeuze wijze te ontsnappen aan de vaak steriele polemiek rond het verbod (of niet)… op de representatie van de Holocaust. De ‘theatrale’ benadering van extreem geweld getuigt vandaag dan ook van een verfrissende jeugdigheid en een onvermoeibaar streven naar de juiste verhouding tussen ethiek en esthetiek.

    Inhoudstafel en samenvattingen

    Nr. 120 (april 2015): Welke toekomst voor de herinnering aan de Armeense genocide?

    De Armeense genocide van 1915 vormt vandaag nog steeds het onderwerp van vele debatten en controversen. De geschiedenis geeft aanleiding tot intentieverklaringen, inzet en verzet, en zelfs ontkenning. Toch worden steeds openlijker banden gesmeed, bruggen gebouwd en gesprekken gevoerd tussen de Armeense en Turkse gemeenschap. Is verzoening mogelijk?

    Inhoudstafel en samenvattingen

    Nr. 119 (december 2014): 70 jaar geleden: Auschwitz. Terugblik op Primo Levi

    27 januari 1945. Zeventig jaar geleden wandelden de eerste soldaten van het Rode Leger Auschwitz binnen. Men zou kunnen zeggen dat het kamp toen werd ‘bevrijd’, hoewel Auschwitz, en geen enkel ander nazikamp, ooit een prioriteit vormden voor de Geallieerden. Primo Levi was een van de weinige overlevenden die zich wisten te verbergen en zo ontsnapten aan de gedwongen evacuaties. Jood, gedeporteerde, chemicus, getuige, schrijver: we blikken terug op deze complexe figuur, op zijn evolutie tot wat hij zelf een ‘professionele overlevende’ noemde, op zijn oeuvre. En op de betekenis die hij aan de woorden ‘verzet’ en ‘engagement’ gaf.

    Inhoudstafel en samenvattingen

    Nr. 118 (september 2014): In naam van de slachtoffers – Dictatuur en staatsterreur in Argentinië, Chili en Uruguay

    Tussen 1970 en 1990 kennen Argentinië, Chili en Uruguay een bijzonder gewelddadige periode van dictatuur en staatsterreur. Het proces van democratisch herstel in de jaren daarna gaat onvermijdelijk gepaard met de constructie van verhalen en herinneringen die het verleden vormgeven. De figuur van het slachtoffer staat centraal in dit proces, en wordt kritisch geanalyseerd in de teksten die Claudia Feld, Luciana Messina en Nadia Tahir hebben verzameld.

    Inhoudstafel en samenvattingen

    Nr. 117 (maart 2013): Amis? Ennemis? Relations entre mémoires [Vriend of vijand? Hoe herinneringen zich tot elkaar verhouden]

    Er werd al veel gesproken en geschreven over groepsherinnering, waarbij onderlinge relaties tussen herinneringen en hun geschiedenis vaak worden beschreven in termen van conflict, ‘oorlog’, concurrentie. Zo ontstonden krachtige clichés, een soort van algemeen aanvaarde doxa over het collectieve en culturele geheugen. Met dit dossier willen we een kritische analyse bieden van deze concepten en deze doxa. We onderzoeken met name de opkomst, de samenstelling en de onderlinge verbanden tussen verschillende herinneringen rond de grote gewelddadige periodes van de 20e eeuw. Welke relaties zijn mogelijk tussen deze herinneringen, die zich misschien niet op dezelfde gebeurtenis enten maar wel degelijk een aantal kenmerken en thema’s delen?

    Inhoudstafel en samenvattingen

    Nr. 116 (september 2013): Herinneringsreizen

    Moeten we bang zijn van het fenomeen ‘herinneringstoerisme’? Of moeten we leren leven met die realiteit? Valt elke bezoeker, in groep of individueel, voortaan onder de categorie van ‘toerist’? Of is die categorie een intellectuele simplificatie die ver afstaat van wat men tijdens zo’n bezoek ervaart? We moeten de vraag ietwat anders formuleren, wanneer we kijken naar de begeleide reizen die voor jongeren worden georganiseerd, voornamelijk door leerkrachten. In dit dossier geven we het woord aan historici en pedagogen die ervaring hebben met herinneringsreizen.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 115 (maart 2013): Spanje en de opbouw van de gedachtenis

    In dit nummer trachten we inzicht te krijgen in de veelsoortige identiteiten en relaties tussen herinneringen en representatievormen in het hedendaagse Spanje. Het is vandaag van essentieel belang om een nieuw licht te werpen op de gelaagde herinnering aan de burgeroorlog, de ballingschap en de repressie onder Franco. Verder herbekijken we de manier waarop andere herinneringen, zoals die aan de Shoah, werden ontvangen en geïntegreerd. In het bijzonder richten we onze aandacht op de spanningen – soms antagonistisch, soms productief – die bestaan tussen officiële evenementen, acties van verenigingen en artistieke initiatieven.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 114 (december 2012): Gedenkplaatsen

    Herdenkingsplaatsen vormen het tastbare spoor van de Europese herinnering en geschiedenis van de twintigste eeuw. Maar hoe zien zij er vandaag uit? Sinds tien of vijftien jaar zijn de criteria voor het tentoonstellen en het bewaren van de sites vaak grondig veranderd, net zoals de nieuwe ontwikkelingen in het historisch onderzoek onze visie en interpretatie van het verleden hebben veranderd. Ondertussen zijn het niet meer zozeer de getuigen, maar eerder professionele historici, die de geschiedenis schrijven. Toch is dat niet de enige oorzaak van de evolutie in het domein: men is zich bewuster geworden van het belang van overdracht en herinneringseducatie, en bovendien heeft de archeologie het historisch onderzoek veel bijgebracht. We hebben de ideologische sluier van ons afgeworpen die zo bepalend is geweest voor onze opvatting van de permanente tentoonstellingen, het behoud van de sites en de organisatie van de bezoeken. Kunnen we stellen dat een nieuw tijdperk is aangebroken in de herinneringsoverdracht? Hiermee zetten we in elk geval voluit in op het heden evenals de toekomst.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 113 (september 2012): De taboes van de Duitse geschiedenis

    De meest pijnlijke en ambivalente periodes uit de twintigste-eeuwse Duitse geschiedenis worden gekenmerkt door talrijke taboes die in literatuur, fotografie en film opduiken in de vorm van een ‘terugkeer van het onderdrukte’. De artikels in dit dossier behandelen enerzijds de problematiek van het antisemitisme en de houding van de Duitssprekende bevolkingen tegenover de Shoah. Anderzijds onderzoeken ze hoe mensen het geweld ondergingen van de bombardementen, de vlucht voor het Rode Leger en de massale verkrachtingen.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 112 (juni 2012): De kinderen van de Spaanse burgeroorlog. Ervaringen en culturele voorstellingen

    Dit dossier is gewijd aan de ervaringen en culturele voorstellingen van kinderen tijdens de Spaanse burgeroorlog. We confronteren de ervaring van de kinderen – een ervaring die op vele manieren uitdrukking kreeg tijdens en na het conflict – met de voorstellingen die volwassenen van diezelfde kinderen maakten. Zo hopen we inzicht te krijgen in een conflict dat een bevolking, die samenleefde op eenzelfde grondgebied, volledig wist te verscheuren.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 111 (december 2011): Gevaarlijk spel tussen kunst en propaganda

    Politieke instellingen (politieke partijen en regeringen) gebruiken de media om zichzelf in de kijker te werken, om een reputatie op te bouwen en het publiek te overtuigen van hun boodschap. Voor autoritaire besturen vormen de media een middel om hun heerschappij te verstevigen. Hoe hebben kunstenaars in het verleden kunnen meewerken aan propaganda, waarvan het utiliteitsstreven nochtans haaks staat op de doelstellingen die men traditioneel aan kunst verbindt? Hebben zij hun intrinsiek artistieke project verloochend, of hebben ze het zelf bewust vervormd?

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 110 (oktober 2011): Volksverhuizingen, deportaties, verbanningen

    Criminele groeperingen en staten gebruiken volksverhuizingen om bepaalde bevolkingsgroepen te isoleren of uit de weg te ruimen. Niet alleen worden hun mensenrechten geschonden, deze groepen verdwijnen ook uit de publieke ruimte, verliezen hun houvast en hun sociaal netwerk. Ze worden dan ook makkelijk het slachtoffer van dwangmaatregelen (uitzetting uit hun territorium, dwangarbeid …) of geweld (hongersnood, slachtpartijen, genocide …). Sinds de Eerste Wereldoorlog is dit fenomeen wereldwijd alleen maar toegenomen en kreeg het ook een ‘memoriële’ dimensie: er ontstond een herinnering rond de verhuizingen, waarvan we vandaag de sporen terugvinden in literatuur, tentoonstellingen en musea. Met dit dossier willen we juist de aandacht vestigen op die dubbele beweging, historisch en memorieel.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 109 (maart 2011): Twintigste-eeuwse oorlogen en genociden in het stripverhaal

    Het stripverhaal was betrokken bij de donkerste bladzijden van de menselijke geschiedenis, in een ondergeschikte rol of achteraf terugblikkend op de oorlogen en volkerenmoorden in de twintigste eeuw. In het eerste deel van dit dossier belichten we hoe Franse, Britse en Nederlandse stripuitgevers en -auteurs zich tijdens de Tweede Wereldoorlog ten dienste stelden van de bezetter of zich net tegen hem gingen verzetten. Via de bijdrage van het stripverhaal aan de oorlogsinspanning richten we de schijnwerpers op het potentieel van het medium als actie- en propagandamiddel. In het tweede deel van het dossier komt aan bod hoe stripauteurs achteraf bepaalde gebeurtenissen weergeven. Door het creatief behandelen van onderwerpen die lang als ontoegankelijk werden beschouwd bewijst het stripverhaal dat het tot veel meer in staat is dan alleen maar een ‘reconstructie’ van de feiten. Denk daarbij aan beide wereldoorlogen, de volkerenmoorden op de Armeniërs, de Joden, de Cambodjanen en de Tutsi’s, en de bloedbaden in Sabra en Sjatila.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 108 (juli-september 2010): De behandeling van de geschiedenis in de documentaire film

    In dit dossier worden de knelpunten onderzocht aangaande geschiedschrijving voor televisie. De nadruk ligt op historische documentaires die werden geproduceerd voor en door televisie, want dat is tegenwoordig het belangrijkste medium voor historische overdracht. Er is aandacht voor historici die in hun werk de verhouding behandelen tussen het beeld en zijn cognitieve waarde (Annette Becker, Laurent Veray, Isabelle Veyrat-Masson), maar ook voor andere onderzoekers en docenten (Charles Heimberg, Fanny Lautissier, Matthias Steinle). Daarnaast kregen ook diverse betrokkenen aan productiezijde het woord: regisseurs (Patricia Bodet, Serge Viallet), producers (Jacques Kirsner) en documentalisten die zich specialiseren in opzoekwerk in filmarchieven (Anne Connan, Christine Loiseau). Omdat La chaconne d'Auschwitz bijzonder relevant is voor nagedachteniskwesties en het statuut van de waarheid wordt deze documentaire van Michel Daëron geanalyseerd door de geschiedkundige/historisch adviseur Sonia Combe en vervolgens van commentaar voorzien door de regisseur zelf en door de monteur Eva Feigeles.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 107 (april-juni 2010): De bekentenis

    In de loop van de geschiedenis is de bekentenis opgeschoven van de juridische en/of christelijke sfeer naar een reeks andere sociale contexten. Dit blijkt uit de bijdragen in dit dossier, waarin de bekentenis structureel wordt onderzocht door een reeks medewerkers: taalkundigen, specialisten in de literatuurwetenschap, geschiedkundigen en onderzoekers op het vlak van informatie- en communicatiewetenschap. Via de analyse van literaire en andere teksten, speel- en andere films en/of specifieke historische gebeurtenissen laten zij zien dat de bekentenis het gevolg is van de verhouding die een groep of persoon heeft met zijn/haar verleden en toekomst, maar net zo goed met anderen, namelijk de bestemmelingen. Verschillende auteurs hebben het over de waarheidsclaim van de bekentenis, terwijl anderen aantonen dat ze ook haaks op de waarheid kan staan of een andere waarheid kan uitdrukken dan de toehoorders verwachten.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 106 (januari-maart 2010): Valse getuigen

    In de humane en sociale wetenschappen wordt tegenwoordig steeds meer aandacht besteed aan getuigenissen en getuigen. De keerzijde van de medaille is dat valse getuigenissen en getuigen worden verwaarloosd, of overgelaten aan zij die dit fenomeen aanklagen. Omdat we een en ander toch serieus moeten nemen, doen we de test en stellen een reeks vragen: we worden vaak ‘tot getuige genomen’, maar wat zijn de sociale en psychologische contexten waarin we kort- of langdurig geloof hechten aan een vals getuigenis? Welke rol speelt de culturele en media-industrie hierbij? Hoe verhouden valse getuigenissen, fictieve getuigen en fictie zich tot elkaar?

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 105 (oktober-december 2009): Charlotte Delbo

    De vooraanstaande intellectueel en theaterfiguur Charlotte Delbo (1913-1985) zette zich al vroeg in voor de communistische zaak, hoewel ze nooit lid werd van de partij. Ze was actief in het verzet, werd opgepakt en gedeporteerd met het transport van 24 januari 1943. Ze werd eerst opgesloten in Auschwitz en vervolgens naar Ravensbrück overgebracht. Haar getuigenis, een van de belangrijkste over de gruwel van de naziconcentratiekampen, leeft voort in een reeks teksten, vooral voor het theater. Daaruit blijkt haar engagement tegen elke vorm van politieke onderdrukking, of het nu gaat over Algerije, Chili, Griekenland of de goelags.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 104 (juli-september 2009): Nogmaals antifascisme. Geschiedenis, ideologie, gedachtenis

    Naar aanleiding van de twintigste verjaardag van de val van de Muur en het verdwijnen van de DDR kijken we opnieuw naar het antifascisme als een van de hoekstenen van het ‘andere’ Duitsland. Of het nu gaat om antifascisme ‘op bevel’ dan wel om een mythe, in dit dossier nemen we het begrip weer onder de loep, waarbij we rekening houden met de historische werkelijkheid en ideologische manipulatie. Uit recent onderzoek in zo goed als onontgonnen archieven komt een genuanceerder beeld naar voren van het Oost-Duitse antifascisme, inclusief zijn betrachtingen, grenzen en gedachtenis. Om een vergelijking mogelijk te maken was het belangrijk om ons niet tot het Duitse geval te beperken. Zo hielden we rekening met de beeldvorming rond het Italiaanse en Franse antifascisme, de complexe geschiedenis van het Sloveense verzet in Oostenrijk en de ups en downs van een vereniging als de WIDF (Women's International Democratic Federation). In het dossier worden historiografische onderzoeken afgewisseld met analyses van biografische documenten, heroïsche figuren, tentoonstellingen, monumenten en literaire werken, dit alles vanuit cultuurwetenschappelijk oogpunt.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 103 (april-juni 2009): Nazimisdaden en genociden op het scherm

    In dit dossier gaan we dieper in op een aantal kwesties. We maken de balans op van een iconografie die sterk bepalend is geweest tijdens de tweede helft van de twintigste eeuw, in die mate dat het concentratiekampthema een apart genre werd in film, fotografie en kunst. De beelden die de geallieerde troepen aan het eind van de oorlog draaiden toen ze de naziconcentratiekampen ontdekten, maakten inderdaad een verpletterende indruk. Volgens sommigen lagen ze zelfs aan de oorsprong van de filmische moderniteit. Sporen daarvan zijn terug te vinden in de documentaire, fictie-, avant-gardistische en populaire film en in allerlei visuele producties uit de vier windstreken. Je kunt zelfs stellen dat de cinema van de voorbije veertig jaar de institutionalisering van de Shoah niet zozeer heeft begeleid als wel gestimuleerd. Hoe moeten we die aanhoudende invloed begrijpen?

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 102 (januari-maart 2009): De representatie van politieke misdadigers. Kunst, film, theater, literatuur, media

    Kunst en literatuur hebben altijd veel aandacht besteed aan misdaden en massale geweldpleging (martelingen, slachtpartijen en slagvelden) en dat is ook vandaag nog het geval. In de jaren 1960 werden de nazimisdaden al op het toneel aangeklaagd door de misdadigers zelf op te voeren (Die Ermittlung van Peter Weiss, Der Stellvertreter van Rolf Hochhuth). Maar het fenomeen reikt verder dan het nazisme. Zoals elke tiran had ook Franco zijn hagiografen en dubbelzinnige Falange-figuren vonden recentelijk nog hun weerslag in Spaanse romans in het teken van de herinnering. Met betrekking tot Rwanda beginnen er verslagen te verschijnen van de hand van genocidedaders. Ook aan de Rode Khmer werden al enkele films en stripverhalen gewijd. In dit dossier wordt onderzocht hoe politieke misdadigers aan bod komen in literatuur, film, theater en beeldende kunsten in Europa, Afrika en Azië. We stellen ook de vraag naar hun weergave in de media, meer bepaald in Argentinië en Zuid-Afrika: is de beul werkelijk een getuige?

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 101 (oktober-december 2008): Welke pedagogie, voor welke herinnering(en)?

    Hoe kunnen we onze uiteenlopende ervaringen nuttig maken om de actuele ‘herinneringsopvoeding’ op een vernieuwende leest te schoeien? De pedagogie krijgt de taak toebedeeld om de kennis omtrent extreem geweld over te brengen die tegenwoordig ‘herinnering’ heet, een algemene maar tegelijk meerduidige term. Vaak moet de pedagogie een antwoord bieden op verwachtingen binnen de moderne maatschappij. Het betreft meer bepaald de erkenning van gedachtenisvormen die recent op de voorgrond traden en waarmee gemeenschappen en sociale groepen zich willen laten kennen. In dit dossier onderzoeken we hoe de historische complexiteit betreffende de meervoudige gevoeligheden van gemeenschappen en natiestaten pedagogisch kan worden aangebracht. We hebben het over de invloed van de actuele herinnering en de plaats daarin van de Shoah, waarbij ook heel wat methodologische aspecten aan bod komen.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 100 (juli-september 2008): De kwestie van de 'beul'

    Tegenwoordig bestijgen beulen vaker het schavot om te worden geëxecuteerd dan om te werken. ‘Beulen’ in moderne zin slaat op individuen die collectieve misdaden begaan waarmee ze een stempel drukken op de geschiedenis, van planningsdeskundigen over diverse tussenpersonen tot uitvoerders. In de artikelen van dit dossier bestuderen we de beulen via hun legende, privéleven, dagboeken, instelling of via de organisatie die ze trachten op te richten op de diverse plekken waar ze tekeergaan. Het betreft een uitgebreid onderwerp dat bijzonder actueel blijft.

    Lees hier het integrale nummer

 
De werking van ons Centrum geniet de steun van:logo loterie nl   logo bnb nl       We zijn lid van het BCH  

Contact

Stichting Auschwitz – vzw Auschwitz in Gedachtenis
Wolstraat 17/Bus 50 – B-1000 Brussel
  +32 (0)2 512 79 98
  +32 (0)2 512 58 84
  info@auschwitz.be
Kantoren geopend van maandag tot vrijdag tussen 9.30 en 16 uur, toegang bij voorkeur op afspraak.

twfbytin

Lid worden

Wilt u lid worden van de vzw Auschwitz in Gedachtenis, deelnemen aan haar activiteiten of gewoon haar werking ondersteunen, contacteer ons en stort € 40 op rekeningnummer IBAN: BE55 3100 7805 1744 – BIC: BBRUBEBB.
Elke gift van meer dan € 40 geeft recht op een belastingvermindering in België.

Schrijf in

op onze nieuwsbrief in het Nederlands
captcha 
De website van vzw Auschwitz in Gedachtenis en van de Stichting Auschwitz maakt gebruik van cookies om het surfen op de site te vergemakkelijken en om bepaalde functies toe te laten. Door de website verder te gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies.