Stichting Auschwitz - Inhoudstafel, samenvattingen en integrale teksten nr. 109
Voorstelling van het tijdschrift

Bestelling van het volledige nummer

 

Terug naar de lijst van tijdschriften

 

Henri Goldberg en Philippe Mesnard: Editoriaal: In progress (pdf)

 

Dossier: Twintigste-eeuwse oorlogen en genociden in het stripverhaal

Gecoördineerd door Fransiska Louwagie en Daniel Weyssow

 

Fransiska Louwagie en Daniel Weyssow: Voorstelling van het themanummer (pdf)

 

I. Propaganda

Thierry Crépin: Les éditeurs de bandes dessinées en France sous l'occupation (pdf)

  • In de jaren 40 is de pers voor kinderliteratuur in Frankrijk het voornaamste medium voor de publicatie van stripverhalen. De militaire nederlaag veroorzaakte verschuivingen binnen de uitgeverswereld, zorgde voor een beperking van het verspreidingsveld, leidde tot voor een verscheuring van de productiecentra en onderwierp het stripverhaal aan de Duitse en de Vichycensuur. Geconfronteerd met deze totaal veranderde situatie nemen de Franse uitgevers zeer uiteenlopende houdingen aan, gaande van inschikkelijkheid bij de bestaande uitgevers, tot de welwillende opstelling tegenover de nieuwe tijden onder de latere starters.

 

Renée Dickason: Les bandes dessinées britanniques pendant la Seconde Guerre mondiale: effort de guerre et messages patriotiques (pdf)

  • In haar missie om 'goede burgers' te vormen stelt de propaganda alles in het werk om de geesten te verenigen en een volk te mobiliseren rond gemeenschappelijke doelstellingen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog leeft Groot-Brittannië onder de bedreiging van een invasie door de Duitse vijand. Opofferingen, aanpassingen aan de eisen van een periode waar blijvend schaarste heerst en deelname aan de oorlogsinspanning behoren tot de verwachtingen van de toenmalige regering. Als ludieke toemaatjes bij de radio-uitzendingen, bij de nieuwsberichten in de bioscoop of bij de krantenknipsels brengen de stripverhalen hun lezers een stukje droom en vertroosting. Het doel is hier niet de jongeren het hoofd te doen verliezen door bij hen angstgevoelens op te wekken tegenover de knevelarijen in de totalitaire regimes, maar wel hen gerust te stellen. Vermaak en opvoeding zijn de voornaamste opdrachten van het stripverhaal in oorlogstijd, dat tegelijkertijd ook een onvermijdelijke invloed
    heeft op het informeren en sturen van de opinies.

 

Kees Ribbens: Préjugés mis en images. Stéréotypes antisémites dans une bande dessinée aux Pays-Bas sous le régime national-socialiste (pdf)

  • Het blad Volk en Vaderland, dat als belangrijkste spreekbuis van de Nederlandse nationaal-socialisten de politieke overtuiging uitdroeg van de handlangers van de Duitse bezetters, publiceerde in 1942 onder meer een wekelijks stripverhaal. In de 45 uit losse episodes opgebouwde afleveringen van 'Rare, maar ware commentaren' becommentarieerde stripmaker Peter Beekman actuele gebeurtenissen en ontwikkelingen.
    Zijn verbeelding van diverse vijanden verschaft inzicht in de wijze waarop het stripverhaal werd ingezet om de sterk racistisch gemotiveerde opvattingen uit te dragen in een betrekkelijk nieuwe wijze van presenteren. In dit artikel staat de vraag centraal hoe Joden met behulp van uiteenlopende stereotypen worden uitgebeeld, wat dit zegt over Beekmans kijk op Joden en wat de mogelijke impact was van zijn antisemitische beelden. Het artikel introduceert Beekmans werk in de context van de opkomende Nederlandse strip en analyseert het in deze specifieke stripvertolking zo pregnant aanwezige antisemitisme aan de hand van zes dominante thema’s.

 

 

II. Oorlogen en genociden van de twintigste eeuw

Laurence Messonnier: André Hellé, Le Livre des heures héroïques et douloureuses, 1914-1915-1916-1917-1918. L'album entre témoignage et devoir de mémoire, la guerre à hauteur d'enfant (pdf)

  • Het album van Hellé brengt een oorlogsgetuigenis volgens het door Jean Norton Cru gedefinieerde principe van zorg voor de historische waarachtigheid, zonder tierlantijntjes. De dubbele problematiek van het album bestaat enerzijds in het uitdrukken van een trauma voor een doelpubliek van kinderen en anderzijds in het bewerkstelligen van een herinneringsproces. Daarom voegt het stripverhaal officiële stemmen van de oorlogvoerende militaire staf en cryptisch polychroom beeldmateriaal samen. Intertexuele relaties bevinden zich op het voorplan terwijl het iconisch zelfcitaat verwijst naar de speelgoed-kinderpersonnages van de Boîte à joujoux en de inter-iconografie naar de prenten van L’Illustration. De gecanoniseerde representatie van de Eerste Wereldoorlog stemt overeen met wat in het collectieve geheugen wordt bewaard, maar de temporele gelaagdheid laat de auteurssubjectiviteit doorschemeren doorheen de gekozen legendes en teksten die als kader dienen voor een panoramisch beeld dat schommelt tussen primitieve kunst en animatiefilm. De op kinderen gerichte illustraties dedramatiseren het geweld om te komen tot een miniaturisering van het sublieme.

 

Isabelle Delorme: Le génocide arménien. De la reconnaissance sur la scène internationale à son émergence dans la bande dessinée: histoire d'une rencontre mémorielle (pdf)

  • De Armeense genocide (1915-1916) is slechts weinig aan bod gekomen in de negende kunst maar haar recente en steeds belangrijkere erkenning op internationaal vlak heeft zich vertaald in de publicatie van meerdere stripverhalen, uitgegeven tussen 1979 en 2010. In die albums wordt aanvankelijk de vraag naar de Armeense kwestie gesteld, vervolgens duikt de schaduw van de genocide op in de verhalen en uiteindelijk wordt de genocide brutaal uitgedrukt in tekst en beeld .

 

Yannick Malgouzou: Du récit familial au témoignage historique: Maus d'Art Spiegelman (pdf)

  • Als Art Spiegelmans Maus een succes is bij de kritiek en bij het publiek, dan is dat dankzij de rigoureuze werkwijze waarin theorie en praktijk, reflexie en vormgeving elkaar wederzijds bevragen en verrijken. De auteur heeft inderdaad een dynamische vorm geschapen die de vertelling van een individuele herinnering transformeert in vertelling van een artistieke creatie. Maar die vertelling van een moeilijk scheppingsproces transformeert zich op haar beurt in de vertelling van een mogelijke overlevering van de ervaring van de genocide. De drie vertelniveaus lopen dooreen om te tonen welke vormgevings- en communicatieproblemen inherent zijn aan de Joodse genocide en, parallel daarmee, hoe het kunstwerk deze moet overstijgen door een geheel van artistieke keuzes. Zo bouwt Spiegelman via het verhaal van zijn familie een sterk geïndividualiseerd verhaal waaraan hij een universele dimensie geeft door het gebruik van een aantal strategiën die de mogelijkheden van het stripverhaal ten volle benutten.

 

Andreas Huyssen: Des souris ou des hommes ? La question de la mimesis d'Adorno à Spiegelman (pdf)

  • Uitgaande van de vraag hoe de Shoah kan worden voorgesteld en van de flexibiliteit van het mimesis-concept, bestudeert Andreas Huyssen Maus van Art Spiegelman als een werk dat zich maximaal distantieert van de traditionele manier om een historische tragedie over te brengen. De zelfmoord van Artie’s moeder wordt in dit autobiografische werk voorgesteld als het begin van een zoektocht naar de eigen oorsprong en zet het personage ertoe aan zijn vader te ondervragen over de oorlogsjaren en de deportatie. Het mimesis-concept, waarvan Adorno zowel de banden met het beschavingsproces als de paradoxale relatie tot het Bilderverbot heeft bestudeerd, wordt hier opgevat als manier om de afstand te overbruggen tussen het onzegbare van wat de auteur/verteller wil vertellen en de noodzaak om een uitweg te zoeken uit de intense melancholie waarin hij zich bevindt. Vanuit de traditie van de Amerikaanse comics, waarvan het satirische aspect aanleunt woordspelingen als 'Mauschwitz', stelt de transpositie naar de dierenwereld de auteur in staat indirect het hoofd te bieden aan het onoverkomelijk gevoel van verlies.

 

Jonathan Haudot: Rire et Shoah: La réception de la BD Hitler=SS (pdf)

  • Omwille van de tragische omvang van de nazigenocide lijkt de Holocaust moeilijk te rijmen met humor en vormen beide een ogenschijnlijk moreel misplaatste combinatie. Toch kan men niet anders dan constateren dat talrijke joodse en niet-joodse auteurs deze catastrofe met een humoristisch prisma hebben benaderd. Dat was onder meer het geval voor Romain Gary, Edgar Hilsenrath en Roberto Benigni. In het geval van Hitler = SS, een stripverhaal van Philippe Vuillemin en Jean-Marie Gourio was de receptie in Frankrijk ongemeen hard. De uitgever en de auteurs van het album werden vervolgd en veroordeeld wegens 'racistische beledigingen' en medeplichtigheid aan 'racistische beledigingen'. Het verhaal van deze veroordeling blijft in de geschiedschrijving van het stripverhaal een onduidelijk gegeven. Deze bijdrage transcribeert en interpreteert de argumenten die in de loop van de debatten en processen naar voren werden geschoven. De studie toont en decodeert met name de drie hoofdelementen van de receptie van het boek: de manier waarop de ontstaansgeschiedenis van het album werd aangewend ter rechtvaardiging van de aangeklaagde auteurs, het gebruik van karikaturen en spotternij als locus van interpretatieve ambiguïteit, en ten slotte, de discussies betreffende de verspreidingswijze van dit stripverhaal.

 

Catherine Ojalvo: Séra face à la mémoire cambodgienne: le noir de la mémoire (pdf)

  • Kan het stripverhaal, dat a priori als een lagere kustvorm wordt beschouwd, een getuigenisrol opnemen op een manier evenwaardig met de teksten van de hand van Antelme, Kertez of Levi? Het is de validiteit van deze vraagstelling die hier zal worden bestudeerd, uitgaande van het werk van Séra, een Frans-Cambodjaans auteur van stripverhalen, maar ook schilder en beeldhouwer. We gaan met name in op Séra’s voorstelling van de genocide in drie stripverhalen, die een geheel vormen dat verschillende periodes van het Rode-Khmerregime in Cambodja vertelt. De analyse focust in het bijzonder op het gebruik van kleuren in deze stripverhalen.

 

Fabrice Picon: Les traces de l'histoire. De l'histoire dans la bande dessinée Rwanda 1994: Descente en enfer (pdf)

  • Rwanda 1994 : Descente en enfer verwerkt sporen van de complexe (factuele) geschiedenis van de Rwandese genocide in een fictief stripverhaal. De verwijzingen in de tekst betreffen zowel de Rwandese erfenis die bepalend was voor de context waarin de genocide heeft plaatsgevonden, als de betrokkenheid van Frankrijk in de 'laatste genocide van de 20ste eeuw'. Het artikel analyseert de historische toespelingen op de Rwandese genocide zoals ze worden ge(re)presenteerd in dit unieke literaire medium.

 

Vincent Marie: Loin du Rwanda: autopsie d'un génocide dans la bande dessinée. Éléments de réflexions autour de Déogratias de Stassen (pdf)

  • Van 6 april tot 4 juli 1994 bevond Rwanda zich in het oog van een genocide. Tegelijkertijd bewaarden in het Westen de media een opmerkelijk stilzwijgen. Het duurt inderdaad tot augustus vooraleer de genocide voorpaginanieuws wordt in Westerse magazines of kranten. Vandaag hebben films en stripverhalen zich het evenement eigen gemaakt en nemen zij deel aan de mediatisering en aan de herinneringsconstructie van de genocide. Waarom en in welke vorm? Kan men het lijden en de dood esthetiseren? Deze paradigmatische studie richt zich op het stripverhaal Deogratias van J.P. Stassen, dat op originele wijze de vraag stelt van de herinneringsconstructie van een traumatiserend gebeuren. In Deogratias inspireert de tekenaar zich op het genre van de reportage om de geschiedenis van de genocide op de Tutsi‘s en de sociale gevolgen ervan te vertellen. Hij kiest ervoor om zijn vertelling/reportage te focussen op het lot van een jonge Hutu. Vanuit het standpunt van het historisch onderzoek biedt de studie van het traject van deze papieren adolescent een opportuniteit tot reflectie over de werkingsmechanismen van een genocide, maar vooral ook over de verhoudingen tussen tijd en vertelling, tussen herinnering en vergeten, en tussen waarheid en subjectiviteit. Zo wordt ook licht geworpen op de rol van het stripverhaal in de herinneringsconstructie van de Rwandese genocide.

 

Yael Munk: Waltz with Bashir. A Lebanon war story: Lorsqu'un film se transforme en roman graphique (pdf)

  • Ari Folmans en David Polonsky’s Valse avec Bachir (2009) is een unieke adaptatie van een cinematografisch werk tot een stripverhaal. De strip is namelijk gebaseerd op de gelijknamige geanimeerde documentaire die een jaar eerder verscheen en meermaals werd bekroond. Hij biedt een weergave van Folmans autobiografische ervaringen als jonge Israëlische soldaat tijdens de Eerste Israëlisch-Libanese Oorlog (1982). Dit artikel stelt dat de filmmaker de adaptatie heeft aangewend om een aantal subtiele aanpassingen aan te brengen in de getuigenis over zijn traumatische ervaring.

 

 

Varias

Christiane Hess: Félix Lazare Bertrand – Dessins du camp de Neuengamme (pdf)

  • Het artikel is de samenvatting van de masterproef van de auteur. In het kamp Neuengamme maakte gevangene Félix Lazare Bertrand meer dan 100 tekeningen. De auteur bespreekt de omstandigheden waarin ze zijn gecreëerd en analyseert tevens de sociale en de communicatieve functies van die tekeningen. De diverse manieren waarop deze laatste na de oorlog werden gebruikt, zijn tevens voorwerp van controverse.

 

Claudia Feld: Image, mémoire et disparition en Argentine (pdf)

  • De gedwongen verdwijning van mensen, die onder de militaire dictatuur in Argentinië (1976-1983) een systematische praktijk was geworden, wordt beschouwd als een reeks door de strijdkrachten en veiligheidsdiensten gevoerde acties: het ontvoeren van op voorhand aangeduide mensen, het clandestien gevangenzetten en het folteren, het vermoorden en verbergen van de stoffelijke overschotten. Om geen sporen te laten van hun acties hebben de militairen de documenten die aanleiding konden geven tot beschuldiging vernield of verdonkeremaand. Er bestaat evenmin beeldmateriaal met betrekking tot de omstandigheden van de gevangenschap noch tot de clandestiene moorden. Ondanks het ontbreken van visuele documenten hebben beelden een cruciale rol gespeeld bij het representeren en laten zien van die misdaad, zowel tijdens de dictatuur als daarna. Hoewel de verdwijningen bij uitstek een gegeven vormen dat zich aan het beeld onttrekt, kregen ze in Argentinië en in de rest van de wereld bekendheid door middel van beelden. Welke waren die beelden? Wie heeft ze gemaakt? Wat is hun inzet met betrekking tot het sociale geheugen? Het artikel behandelt deze vragen aan de hand van twee recent in Argentinië verschenen werken, en gaat afzonderlijk in op de verschillende audiovisuele media: fotografie, documentaire film, fictiefilm en televisie. Op die manier wordt een aanzet gegeven tot de analyse van de complexe relatie tussen herinnering, beeld en verdwijning, zoals deze in Argentinië vorm heeft gekregen tijdens de laatste drie decennia.

 

 

Boekhandel

 

 

Terug naar de lijst van tijdschriften

Het Tijdschrift staat online op
openedition.org


revues.org

Vorige nummers

  • Nr. 127 (oktober 2018): 1918 en het voortdurende geweld

    Honderd jaar geleden, in november 1918, eindigde de Eerste Wereldoorlog. Na vier jaar bloedige oorlog keerde de vrede weer in Europa. Althans, zo leek het vanuit het gezichtspunt van de overwinnaars, en zo zal het ook lijken vanuit het gezichtspunt van een vredesgezinde eeuwherdenking honderd jaar later. De historische werkelijkheid was weerbarstiger. Op z’n minst tot 1923 bleef het geweld voortduren in de vorm van revoluties en contrarevoluties, burgeroorlogen en oorlogen. En ook de geesten bleven in de ban van het geweld, zowel te linker- als te rechterzijde.
    In het themanummer ‘1918 en het voortdurende geweld’ reconstrueert Getuigen hoe Europa na 1918 in de greep bleef van het geweld en hoe de oorlog zijn stempel drukte op een geweldcultuur die zou exploderen in het totale geweld van de Tweede Wereldoorlog.

    Inhoudsopgave en samenvattingen

    Nr. 126 (april 2018): Vragen over de toekomst van de herinnering

    Op 20 en 21 januari 2017 vond in het Luxemburgse Esch-sur-Alzette het colloquim Questions sur l’avenir du travail de mémoire / Fragen zur Zukunft der Gedenk- und Erinnerungsarbeit plaats, waar verschillende sprekers zich bezonnen over de toekomst van het herinneringswerk. Dankzij Frank Schroeder, directeur van het Musée national de la résistance in Esch en initiatiefnemer van het congres, konden we in dit dossier zes lezingen publiceren die een antwoord trachten te formuleren op de volgende vragen: Hoe bouwen we een kritische herinneringscultuur rond de Shoah op, die komaf maakt met mythes en nationale fragmentering? En hoe vangen we de afwezigheid van rechtstreekse getuigen op? Wie geeft wat door in de toekomst, en hoe?

    Inhoudsopgave en samenvattingen

    Nr. 125 (oktober 2017): De vervolging van homoseksuelen door de nazi's

    Dankzij het toegenomen aantal studies over het onderwerp is de afgelopen jaren onze historische kennis gegroeid over de vervolging en deportatie van homoseksuelen door de nazi’s. In dit dossier geven we het woord aan zowel ervaren als jonge onderzoekers. Zij werpen licht op het bijzondere lot van vrouwelijke en mannelijke homoseksuelen tijdens de Tweede Wereldoorlog, en bestuderen hoe de herinnering aan deze episode evolueerde na de oorlog.

    Inhoudsopgave en samenvattingen

    Nr. 124 (april 2017): Muziek in de kampen

    Muziek vormde een belangrijk onderdeel van het leven in een concentratiekamp, al dan niet geleid door de nazi’s. Welke soort muziek werd daar gecomponeerd en uitgevoerd, en wat was de precieze functie ervan? Was het een overlevingsmechanisme, een vorm van verzet voor de gedetineerden, een manier om hoop en menselijkheid uit te drukken? Of was het een instrument van terreur in handen van de kampbewakers? En wat is de rol van muziek in het herinneringswerk? Deze vragen vormen de rode draad doorheen het dossier.

    Inhoudsopgave en samenvattingen

    Nr. 123 (oktober 2016): Translating Memory

    Presentation of the dossier: What is the relationship between testimony, defined as a more or less ritualized firstperson account of political violence, and translation? Correspondingly, how does the translator position herself towards the witness? Can the translator be, or become, a witness? How, when and why are testimonies translated? Which linguistic and discursive strategies do translators resort to when faced with ethically challenging texts? Which role do they play exactly in the transmission of the historical knowledge, cultural values or social critique conveyed by the testimony? Does translation weaken or rather reinforce the relevance and impact of the original statement? How important is translation in literary, political and institutional settings? Do these specific settings determine translation practice in significant ways? To which extent can subsequent processes of transcription, editing, translation and archiving affect the source text? And how accurate are the boundaries we draw to distinguish witnessing from translating, documentary from literary testimony, the original from its translation? These are the main questions we intend to explore in our dossier.

    Inhoudsopgave en samenvattingen

    Nr. 122 (april 2016): Revisionisme en negationisme

    In de strikte betekenis van het woord is negationisme ‘de doctrine die de realiteit van de genocide door de nazi's op de Joden ontkent, meer bepaald het bestaan van de gaskamers’ (Larousse online). Bij uitbreiding slaat het begrip ook op de ontkenning van andere genocides en misdaden tegen de mensheid. De literatuur over het negationisme is omvangrijk: in veel landen zijn er zowel studies over het negationisme zelf als biografieën van negationisten. De argumentatieve en retorische strategieën van de negationisten zijn in het lang en het breed blootgelegd en websites ontmaskeren systematisch hun drogredenen. Er bestaat dus al behoorlijk wat betrouwbare informatie over het fenomeen. Toch is het om diverse redenen noodzakelijk om erop te blijven terugkomen.

    Inhoudstafel

    Nr. 121 (oktober 2015): Extreem geweld op/in scène

    Extreem geweld schuwt het beeld niet. Het spat van het scherm. Surft van het ene medium naar het andere, van de ene stijl naar de andere – reportages, documentaires, fictie, allerlei kunstvormen. Theater houdt zich afzijdig van die gretige klopjacht, hoewel ook hier het thema steeds terugkeert. Maar op een andere manier. Al van bij zijn ontstaan onderzoekt theater de voorstelling van geweld, maar het wist op haast miraculeuze wijze te ontsnappen aan de vaak steriele polemiek rond het verbod (of niet)… op de representatie van de Holocaust. De ‘theatrale’ benadering van extreem geweld getuigt vandaag dan ook van een verfrissende jeugdigheid en een onvermoeibaar streven naar de juiste verhouding tussen ethiek en esthetiek.

    Inhoudstafel en samenvattingen

    Nr. 120 (april 2015): Welke toekomst voor de herinnering aan de Armeense genocide?

    De Armeense genocide van 1915 vormt vandaag nog steeds het onderwerp van vele debatten en controversen. De geschiedenis geeft aanleiding tot intentieverklaringen, inzet en verzet, en zelfs ontkenning. Toch worden steeds openlijker banden gesmeed, bruggen gebouwd en gesprekken gevoerd tussen de Armeense en Turkse gemeenschap. Is verzoening mogelijk?

    Inhoudstafel en samenvattingen

    Nr. 119 (december 2014): 70 jaar geleden: Auschwitz. Terugblik op Primo Levi

    27 januari 1945. Zeventig jaar geleden wandelden de eerste soldaten van het Rode Leger Auschwitz binnen. Men zou kunnen zeggen dat het kamp toen werd ‘bevrijd’, hoewel Auschwitz, en geen enkel ander nazikamp, ooit een prioriteit vormden voor de Geallieerden. Primo Levi was een van de weinige overlevenden die zich wisten te verbergen en zo ontsnapten aan de gedwongen evacuaties. Jood, gedeporteerde, chemicus, getuige, schrijver: we blikken terug op deze complexe figuur, op zijn evolutie tot wat hij zelf een ‘professionele overlevende’ noemde, op zijn oeuvre. En op de betekenis die hij aan de woorden ‘verzet’ en ‘engagement’ gaf.

    Inhoudstafel en samenvattingen

    Nr. 118 (september 2014): In naam van de slachtoffers – Dictatuur en staatsterreur in Argentinië, Chili en Uruguay

    Tussen 1970 en 1990 kennen Argentinië, Chili en Uruguay een bijzonder gewelddadige periode van dictatuur en staatsterreur. Het proces van democratisch herstel in de jaren daarna gaat onvermijdelijk gepaard met de constructie van verhalen en herinneringen die het verleden vormgeven. De figuur van het slachtoffer staat centraal in dit proces, en wordt kritisch geanalyseerd in de teksten die Claudia Feld, Luciana Messina en Nadia Tahir hebben verzameld.

    Inhoudstafel en samenvattingen

    Nr. 117 (maart 2013): Amis? Ennemis? Relations entre mémoires [Vriend of vijand? Hoe herinneringen zich tot elkaar verhouden]

    Er werd al veel gesproken en geschreven over groepsherinnering, waarbij onderlinge relaties tussen herinneringen en hun geschiedenis vaak worden beschreven in termen van conflict, ‘oorlog’, concurrentie. Zo ontstonden krachtige clichés, een soort van algemeen aanvaarde doxa over het collectieve en culturele geheugen. Met dit dossier willen we een kritische analyse bieden van deze concepten en deze doxa. We onderzoeken met name de opkomst, de samenstelling en de onderlinge verbanden tussen verschillende herinneringen rond de grote gewelddadige periodes van de 20e eeuw. Welke relaties zijn mogelijk tussen deze herinneringen, die zich misschien niet op dezelfde gebeurtenis enten maar wel degelijk een aantal kenmerken en thema’s delen?

    Inhoudstafel en samenvattingen

    Nr. 116 (september 2013): Herinneringsreizen

    Moeten we bang zijn van het fenomeen ‘herinneringstoerisme’? Of moeten we leren leven met die realiteit? Valt elke bezoeker, in groep of individueel, voortaan onder de categorie van ‘toerist’? Of is die categorie een intellectuele simplificatie die ver afstaat van wat men tijdens zo’n bezoek ervaart? We moeten de vraag ietwat anders formuleren, wanneer we kijken naar de begeleide reizen die voor jongeren worden georganiseerd, voornamelijk door leerkrachten. In dit dossier geven we het woord aan historici en pedagogen die ervaring hebben met herinneringsreizen.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 115 (maart 2013): Spanje en de opbouw van de gedachtenis

    In dit nummer trachten we inzicht te krijgen in de veelsoortige identiteiten en relaties tussen herinneringen en representatievormen in het hedendaagse Spanje. Het is vandaag van essentieel belang om een nieuw licht te werpen op de gelaagde herinnering aan de burgeroorlog, de ballingschap en de repressie onder Franco. Verder herbekijken we de manier waarop andere herinneringen, zoals die aan de Shoah, werden ontvangen en geïntegreerd. In het bijzonder richten we onze aandacht op de spanningen – soms antagonistisch, soms productief – die bestaan tussen officiële evenementen, acties van verenigingen en artistieke initiatieven.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 114 (december 2012): Gedenkplaatsen

    Herdenkingsplaatsen vormen het tastbare spoor van de Europese herinnering en geschiedenis van de twintigste eeuw. Maar hoe zien zij er vandaag uit? Sinds tien of vijftien jaar zijn de criteria voor het tentoonstellen en het bewaren van de sites vaak grondig veranderd, net zoals de nieuwe ontwikkelingen in het historisch onderzoek onze visie en interpretatie van het verleden hebben veranderd. Ondertussen zijn het niet meer zozeer de getuigen, maar eerder professionele historici, die de geschiedenis schrijven. Toch is dat niet de enige oorzaak van de evolutie in het domein: men is zich bewuster geworden van het belang van overdracht en herinneringseducatie, en bovendien heeft de archeologie het historisch onderzoek veel bijgebracht. We hebben de ideologische sluier van ons afgeworpen die zo bepalend is geweest voor onze opvatting van de permanente tentoonstellingen, het behoud van de sites en de organisatie van de bezoeken. Kunnen we stellen dat een nieuw tijdperk is aangebroken in de herinneringsoverdracht? Hiermee zetten we in elk geval voluit in op het heden evenals de toekomst.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 113 (september 2012): De taboes van de Duitse geschiedenis

    De meest pijnlijke en ambivalente periodes uit de twintigste-eeuwse Duitse geschiedenis worden gekenmerkt door talrijke taboes die in literatuur, fotografie en film opduiken in de vorm van een ‘terugkeer van het onderdrukte’. De artikels in dit dossier behandelen enerzijds de problematiek van het antisemitisme en de houding van de Duitssprekende bevolkingen tegenover de Shoah. Anderzijds onderzoeken ze hoe mensen het geweld ondergingen van de bombardementen, de vlucht voor het Rode Leger en de massale verkrachtingen.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 112 (juni 2012): De kinderen van de Spaanse burgeroorlog. Ervaringen en culturele voorstellingen

    Dit dossier is gewijd aan de ervaringen en culturele voorstellingen van kinderen tijdens de Spaanse burgeroorlog. We confronteren de ervaring van de kinderen – een ervaring die op vele manieren uitdrukking kreeg tijdens en na het conflict – met de voorstellingen die volwassenen van diezelfde kinderen maakten. Zo hopen we inzicht te krijgen in een conflict dat een bevolking, die samenleefde op eenzelfde grondgebied, volledig wist te verscheuren.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 111 (december 2011): Gevaarlijk spel tussen kunst en propaganda

    Politieke instellingen (politieke partijen en regeringen) gebruiken de media om zichzelf in de kijker te werken, om een reputatie op te bouwen en het publiek te overtuigen van hun boodschap. Voor autoritaire besturen vormen de media een middel om hun heerschappij te verstevigen. Hoe hebben kunstenaars in het verleden kunnen meewerken aan propaganda, waarvan het utiliteitsstreven nochtans haaks staat op de doelstellingen die men traditioneel aan kunst verbindt? Hebben zij hun intrinsiek artistieke project verloochend, of hebben ze het zelf bewust vervormd?

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 110 (oktober 2011): Volksverhuizingen, deportaties, verbanningen

    Criminele groeperingen en staten gebruiken volksverhuizingen om bepaalde bevolkingsgroepen te isoleren of uit de weg te ruimen. Niet alleen worden hun mensenrechten geschonden, deze groepen verdwijnen ook uit de publieke ruimte, verliezen hun houvast en hun sociaal netwerk. Ze worden dan ook makkelijk het slachtoffer van dwangmaatregelen (uitzetting uit hun territorium, dwangarbeid …) of geweld (hongersnood, slachtpartijen, genocide …). Sinds de Eerste Wereldoorlog is dit fenomeen wereldwijd alleen maar toegenomen en kreeg het ook een ‘memoriële’ dimensie: er ontstond een herinnering rond de verhuizingen, waarvan we vandaag de sporen terugvinden in literatuur, tentoonstellingen en musea. Met dit dossier willen we juist de aandacht vestigen op die dubbele beweging, historisch en memorieel.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 109 (maart 2011): Twintigste-eeuwse oorlogen en genociden in het stripverhaal

    Het stripverhaal was betrokken bij de donkerste bladzijden van de menselijke geschiedenis, in een ondergeschikte rol of achteraf terugblikkend op de oorlogen en volkerenmoorden in de twintigste eeuw. In het eerste deel van dit dossier belichten we hoe Franse, Britse en Nederlandse stripuitgevers en -auteurs zich tijdens de Tweede Wereldoorlog ten dienste stelden van de bezetter of zich net tegen hem gingen verzetten. Via de bijdrage van het stripverhaal aan de oorlogsinspanning richten we de schijnwerpers op het potentieel van het medium als actie- en propagandamiddel. In het tweede deel van het dossier komt aan bod hoe stripauteurs achteraf bepaalde gebeurtenissen weergeven. Door het creatief behandelen van onderwerpen die lang als ontoegankelijk werden beschouwd bewijst het stripverhaal dat het tot veel meer in staat is dan alleen maar een ‘reconstructie’ van de feiten. Denk daarbij aan beide wereldoorlogen, de volkerenmoorden op de Armeniërs, de Joden, de Cambodjanen en de Tutsi’s, en de bloedbaden in Sabra en Sjatila.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 108 (juli-september 2010): De behandeling van de geschiedenis in de documentaire film

    In dit dossier worden de knelpunten onderzocht aangaande geschiedschrijving voor televisie. De nadruk ligt op historische documentaires die werden geproduceerd voor en door televisie, want dat is tegenwoordig het belangrijkste medium voor historische overdracht. Er is aandacht voor historici die in hun werk de verhouding behandelen tussen het beeld en zijn cognitieve waarde (Annette Becker, Laurent Veray, Isabelle Veyrat-Masson), maar ook voor andere onderzoekers en docenten (Charles Heimberg, Fanny Lautissier, Matthias Steinle). Daarnaast kregen ook diverse betrokkenen aan productiezijde het woord: regisseurs (Patricia Bodet, Serge Viallet), producers (Jacques Kirsner) en documentalisten die zich specialiseren in opzoekwerk in filmarchieven (Anne Connan, Christine Loiseau). Omdat La chaconne d'Auschwitz bijzonder relevant is voor nagedachteniskwesties en het statuut van de waarheid wordt deze documentaire van Michel Daëron geanalyseerd door de geschiedkundige/historisch adviseur Sonia Combe en vervolgens van commentaar voorzien door de regisseur zelf en door de monteur Eva Feigeles.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 107 (april-juni 2010): De bekentenis

    In de loop van de geschiedenis is de bekentenis opgeschoven van de juridische en/of christelijke sfeer naar een reeks andere sociale contexten. Dit blijkt uit de bijdragen in dit dossier, waarin de bekentenis structureel wordt onderzocht door een reeks medewerkers: taalkundigen, specialisten in de literatuurwetenschap, geschiedkundigen en onderzoekers op het vlak van informatie- en communicatiewetenschap. Via de analyse van literaire en andere teksten, speel- en andere films en/of specifieke historische gebeurtenissen laten zij zien dat de bekentenis het gevolg is van de verhouding die een groep of persoon heeft met zijn/haar verleden en toekomst, maar net zo goed met anderen, namelijk de bestemmelingen. Verschillende auteurs hebben het over de waarheidsclaim van de bekentenis, terwijl anderen aantonen dat ze ook haaks op de waarheid kan staan of een andere waarheid kan uitdrukken dan de toehoorders verwachten.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 106 (januari-maart 2010): Valse getuigen

    In de humane en sociale wetenschappen wordt tegenwoordig steeds meer aandacht besteed aan getuigenissen en getuigen. De keerzijde van de medaille is dat valse getuigenissen en getuigen worden verwaarloosd, of overgelaten aan zij die dit fenomeen aanklagen. Omdat we een en ander toch serieus moeten nemen, doen we de test en stellen een reeks vragen: we worden vaak ‘tot getuige genomen’, maar wat zijn de sociale en psychologische contexten waarin we kort- of langdurig geloof hechten aan een vals getuigenis? Welke rol speelt de culturele en media-industrie hierbij? Hoe verhouden valse getuigenissen, fictieve getuigen en fictie zich tot elkaar?

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 105 (oktober-december 2009): Charlotte Delbo

    De vooraanstaande intellectueel en theaterfiguur Charlotte Delbo (1913-1985) zette zich al vroeg in voor de communistische zaak, hoewel ze nooit lid werd van de partij. Ze was actief in het verzet, werd opgepakt en gedeporteerd met het transport van 24 januari 1943. Ze werd eerst opgesloten in Auschwitz en vervolgens naar Ravensbrück overgebracht. Haar getuigenis, een van de belangrijkste over de gruwel van de naziconcentratiekampen, leeft voort in een reeks teksten, vooral voor het theater. Daaruit blijkt haar engagement tegen elke vorm van politieke onderdrukking, of het nu gaat over Algerije, Chili, Griekenland of de goelags.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 104 (juli-september 2009): Nogmaals antifascisme. Geschiedenis, ideologie, gedachtenis

    Naar aanleiding van de twintigste verjaardag van de val van de Muur en het verdwijnen van de DDR kijken we opnieuw naar het antifascisme als een van de hoekstenen van het ‘andere’ Duitsland. Of het nu gaat om antifascisme ‘op bevel’ dan wel om een mythe, in dit dossier nemen we het begrip weer onder de loep, waarbij we rekening houden met de historische werkelijkheid en ideologische manipulatie. Uit recent onderzoek in zo goed als onontgonnen archieven komt een genuanceerder beeld naar voren van het Oost-Duitse antifascisme, inclusief zijn betrachtingen, grenzen en gedachtenis. Om een vergelijking mogelijk te maken was het belangrijk om ons niet tot het Duitse geval te beperken. Zo hielden we rekening met de beeldvorming rond het Italiaanse en Franse antifascisme, de complexe geschiedenis van het Sloveense verzet in Oostenrijk en de ups en downs van een vereniging als de WIDF (Women's International Democratic Federation). In het dossier worden historiografische onderzoeken afgewisseld met analyses van biografische documenten, heroïsche figuren, tentoonstellingen, monumenten en literaire werken, dit alles vanuit cultuurwetenschappelijk oogpunt.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 103 (april-juni 2009): Nazimisdaden en genociden op het scherm

    In dit dossier gaan we dieper in op een aantal kwesties. We maken de balans op van een iconografie die sterk bepalend is geweest tijdens de tweede helft van de twintigste eeuw, in die mate dat het concentratiekampthema een apart genre werd in film, fotografie en kunst. De beelden die de geallieerde troepen aan het eind van de oorlog draaiden toen ze de naziconcentratiekampen ontdekten, maakten inderdaad een verpletterende indruk. Volgens sommigen lagen ze zelfs aan de oorsprong van de filmische moderniteit. Sporen daarvan zijn terug te vinden in de documentaire, fictie-, avant-gardistische en populaire film en in allerlei visuele producties uit de vier windstreken. Je kunt zelfs stellen dat de cinema van de voorbije veertig jaar de institutionalisering van de Shoah niet zozeer heeft begeleid als wel gestimuleerd. Hoe moeten we die aanhoudende invloed begrijpen?

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 102 (januari-maart 2009): De representatie van politieke misdadigers. Kunst, film, theater, literatuur, media

    Kunst en literatuur hebben altijd veel aandacht besteed aan misdaden en massale geweldpleging (martelingen, slachtpartijen en slagvelden) en dat is ook vandaag nog het geval. In de jaren 1960 werden de nazimisdaden al op het toneel aangeklaagd door de misdadigers zelf op te voeren (Die Ermittlung van Peter Weiss, Der Stellvertreter van Rolf Hochhuth). Maar het fenomeen reikt verder dan het nazisme. Zoals elke tiran had ook Franco zijn hagiografen en dubbelzinnige Falange-figuren vonden recentelijk nog hun weerslag in Spaanse romans in het teken van de herinnering. Met betrekking tot Rwanda beginnen er verslagen te verschijnen van de hand van genocidedaders. Ook aan de Rode Khmer werden al enkele films en stripverhalen gewijd. In dit dossier wordt onderzocht hoe politieke misdadigers aan bod komen in literatuur, film, theater en beeldende kunsten in Europa, Afrika en Azië. We stellen ook de vraag naar hun weergave in de media, meer bepaald in Argentinië en Zuid-Afrika: is de beul werkelijk een getuige?

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 101 (oktober-december 2008): Welke pedagogie, voor welke herinnering(en)?

    Hoe kunnen we onze uiteenlopende ervaringen nuttig maken om de actuele ‘herinneringsopvoeding’ op een vernieuwende leest te schoeien? De pedagogie krijgt de taak toebedeeld om de kennis omtrent extreem geweld over te brengen die tegenwoordig ‘herinnering’ heet, een algemene maar tegelijk meerduidige term. Vaak moet de pedagogie een antwoord bieden op verwachtingen binnen de moderne maatschappij. Het betreft meer bepaald de erkenning van gedachtenisvormen die recent op de voorgrond traden en waarmee gemeenschappen en sociale groepen zich willen laten kennen. In dit dossier onderzoeken we hoe de historische complexiteit betreffende de meervoudige gevoeligheden van gemeenschappen en natiestaten pedagogisch kan worden aangebracht. We hebben het over de invloed van de actuele herinnering en de plaats daarin van de Shoah, waarbij ook heel wat methodologische aspecten aan bod komen.

    Lees hier het integrale nummer

    Nr. 100 (juli-september 2008): De kwestie van de 'beul'

    Tegenwoordig bestijgen beulen vaker het schavot om te worden geëxecuteerd dan om te werken. ‘Beulen’ in moderne zin slaat op individuen die collectieve misdaden begaan waarmee ze een stempel drukken op de geschiedenis, van planningsdeskundigen over diverse tussenpersonen tot uitvoerders. In de artikelen van dit dossier bestuderen we de beulen via hun legende, privéleven, dagboeken, instelling of via de organisatie die ze trachten op te richten op de diverse plekken waar ze tekeergaan. Het betreft een uitgebreid onderwerp dat bijzonder actueel blijft.

    Lees hier het integrale nummer

 
De werking van ons Centrum geniet de steun van:logo loterie nl   logo bnb nl       We zijn lid van het BCH  

Contact

Stichting Auschwitz – vzw Auschwitz in Gedachtenis
Wolstraat 17/Bus 50 – B-1000 Brussel
  +32 (0)2 512 79 98
  +32 (0)2 512 58 84
  info@auschwitz.be
Kantoren geopend van maandag tot vrijdag tussen 9.30 en 16 uur, toegang bij voorkeur op afspraak.

twfbytin

Lid worden

Wilt u lid worden van de vzw Auschwitz in Gedachtenis, deelnemen aan haar activiteiten of gewoon haar werking ondersteunen, contacteer ons en stort € 40 op rekeningnummer IBAN: BE55 3100 7805 1744 – BIC: BBRUBEBB.
Elke gift van meer dan € 40 geeft recht op een belastingvermindering in België.

Schrijf in

op onze nieuwsbrief in het Nederlands
captcha 
De website van vzw Auschwitz in Gedachtenis en van de Stichting Auschwitz maakt gebruik van cookies om het surfen op de site te vergemakkelijken en om bepaalde functies toe te laten. Door de website verder te gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies.